Compendium voor de Leefomgeving
546 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Aantal nieuwe soorten in de Oosterschelde, 1977-2016

Sinds 1977 heeft zich een groot aantal nieuwe mariene soorten in de Oosterschelde gevestigd. Naast soorten uit Europa zijn er soorten bijgekomen van buiten Europa. Een aantal daarvan zorgt voor schade aan de oorspronkelijke flora en fauna.

Drie typen nieuwkomers

In de Nederlandse zoute wateren vestigen zich in de laatste decennia veel nieuwe mariene soorten. In de Oosterschelde wordt dat sinds 1977 op de voet gevolgd. Sinds dat jaar is er een sterke toename van drie typen soorten waargenomen. Het sterkst neemt het aantal Atlantische soorten toe, gevolgd door soorten van buiten Europa ('exoten') en van Zuid-Europese oorsprong. Ook in andere zoute wateren in Nederland neemt het aantal exoten en zuidelijke soorten toe. Er zijn maar weinig soorten die ook weer verdwijnen, hetgeen betekent dat de soortensamenstelling in de Oosterschelde inmiddels aanzienlijk is veranderd. De soorten die verdwijnen betreffen steeds Atlantische soorten; tot dusver is geen enkele waargenomen exoot weer verdwenen.
Verreweg de meeste nieuwkomers zijn ongewervelde dieren, vooral weekdieren en kreeftachtigen. Verder zijn er soorten uit de groepen van sponsen, zakpijpen, mosdiertjes, borstelwormen en enkele andere soortgroepen bijgekomen. De meeste nieuwkomers vestigen zich op hard substraat zoals stenen.

Nieuwe Atlantische soorten door habitatverandering

Na de afsluiting met de Oesterdam stroomde er geen zoet water meer in de Oosterschelde. De Stormvloedkering zorgde voor minder dynamiek. Daardoor is de Oosterschelde verandert van een estuarium in een rustige en stabiele zoute baai. Voor een groot aantal Atlantische mariene soorten - soorten gebonden aan zachte winters en koele zomers - is dat een geschikt leefgebied geworden. Een deel van deze nieuwkomers heeft zich op eigen kracht gevestigd door als larve binnen te komen; andere soorten zijn meegelift met het transport van (jonge) mossels en oesters die in de Oosterschelde worden opgekweekt voor consumptie. Bij deze soorten kan ook gemakkelijk hervestiging plaatsvinden. Ook sommige inheemse soorten hebben van de veranderingen in het watermilieu van de Oosterschelde geprofiteerd. Zo is de zeekreeft daar sterk toegenomen.

Nieuwe zuidelijke soorten door klimaatverandering

Zuidelijke soorten zijn soorten die rond 1977 geheel of voor het grootste deel ten zuiden van Nederland voorkwamen. Van de nieuwkomers van deze groep is het verspreidingsgebied inmiddels naar het noorden opgeschoven, met name door de gestegen watertemperatuur en de zachtere winters. Een voorbeeld is de kleine heremietkreeft die veel langs de Franse kust voorkomt en rond 1940-1950 slechts af en toe in Nederland werd aangetroffen. Vanaf 1991 verschijnt de soort steeds meer op het Nederlandse strand.

Nieuwe niet-Europese soorten door transport

Naast soorten uit Europa worden er steeds vaker nieuwe soorten in de Oosterschelde aangetroffen die van buiten Europa komen en die niet op eigen kracht in Nederland kunnen komen. Deze soorten worden exoten genoemd. Sommige exoten zijn in de Oosterschelde met het transport van oesters en mosselen meegekomen. Veel exoten hebben de Europese kustwateren bereikt via larven die met ballastwater in schepen zijn meegekomen vanuit de Stille en Indische oceaan. Vanuit de kustwateren hebben deze exoten zich in de Oosterschelde gevestigd. Sinds september 2017 is de internationale Ballastwaterconventie van kracht die de introductie van exoten via ballastwater moet tegengaan.

Effecten van nieuwe soorten op oorspronkelijke soorten

Atlantische en zuidelijke nieuwkomers vormen vrijwel nooit een probleem binnen het ecosysteem van de Oosterschelde. Door natuurlijke vijanden worden populaties in toom gehouden. Voor de exoten ligt dit anders en sommigen daarvan zijn een bedreiging voor de oorspronkelijke flora en fauna. Zo kan de uit de Stille Oceaan afkomstige druipzakpijp de bodem overwoekeren waardoor andere soorten er geen plaats meer hebben. Hetzelfde geldt voor de Japanse oester, een exoot die al vóór 1977 in de Oosterschelde bewust voor de kwekerij is geïntroduceerd. Het massale voorkomen van de Amerikaanse zwaardschede belemmert andere schelpdieren in hun voorkomen.

Referenties

  • Elgershuizen, J.H.B.W., C. Bakker en P.H. Nienhuis (1979). Inventarisatie van aquatische planten en dieren in de Oosterschelde. Rapporten en verslagen 1979-3. Delta Instituut voor Hydrobiologisch Onderzoek, Yerseke.
  • Gittenberger, A en M. Rensing (2017). Exoten in de Nederlandse kustwateren. De Levende Natuur 118:159-163.
  • Leeuwen, S. van en A.W. Gmelig Meyling (2015). Weekdierfauna in de Nederlandse mariene wateren sterk veranderd. De Levende Natuur 116:177-184.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Nieuwe soorten in de Oosterschelde

Omschrijving

Aantal nieuwe soorten in de Oosterschelde vanaf 1977

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Elgershuizen et al. (1979) maakten eind jaren '70 een lijst van alle in de Oosterschelde voorkomende soorten. Sindsdien is aan de hand van monitoringgegevens, literatuur en informatie van experts door de Stichting Anemoon per jaar bijgehouden welke nieuwe soorten zijn gezien. Veel gegevens zijn verzameld door duikers in de Oosterschelde. Ook het laatste jaar waarin een nieuwkomer is waargenomen is bijgehouden. In sommige jaren is een soort niet gezien, maar kan de soort toch aanwezig zijn geweest. Gemakshalve is aangenomen dat de soorten elk jaar tussen het eerste en laatste jaar van waarneming aanwezig waren. Van Atlantische soorten is het echter waarschijnlijk dat er tussentijdse verdwijningen en hervestigingen zijn geweest.
Alleen de wat grotere soorten zijn voor de indicator meegenomen; deze zijn goed herkenbaar voor de meeste duikers; kleine soorten worden gemakkelijk over het hoofd gezien.

Basistabel

De tabel met per soort het eerste en laatste jaar van voorkomen in de Oosterschelde is via een link te vinden in de hoofdtekst.

Geografisch verdeling

Oosterschelde

Verschijningsfrequentie

Elke 2-3 jaar

Opmerking

In indicator 1113 (inmiddels beëindigd) stond de druipzakpijp te boek als Zuid-Europese soort. Volgens nieuwe inzichten is het echter een exoot uit de Stille Oceaan.

Betrouwbaarheidscodering

D. Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert kennis, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Aantal nieuwe soorten in de Oosterschelde, 1977-2016 (indicator 1065, versie 10 , 30 oktober 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Print pagina Download PDF
Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.