Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Flora en Fauna

Dagvlinders: dichtgroeien heide en hoogveen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Vlindersoorten van zowel droge als natte heide gaan achteruit door verdroging, vergrassing en verbossing.

Ontwikkeling

Heivlinder, heideblauwtje en veenbesparelmoervlinder zijn ten opzichte van 1950 afgenomen. Na 1992 zijn het heideblauwtje en de veenbesparelmoervlinder verder afgenomen. De heivlinder komt voor in droge heide, het heideblauwtje vereist een mozaïek van droge en vochtige heide en de veenbesparelmoervlinder komt voor in natte heide, bij vennen en in hoogvenen. De afname van dagvlinders van de heide is dus niet beperkt tot één type heide.

Oorzaken

De oorzaken van de afname sinds 1950 zijn verdroging, vergrassing en verbossing. Daardoor verdwijnen de waardplanten van deze vlindersoorten en ook wordt de structuur van de vegetatie minder geschikt. Sommige soorten, zoals het heideblauwtje, vereisen open plekken in de vegetatie om goed te kunnen opwarmen. Zulke plekken verdwijnen bij vergrassing en als er teveel oude heidestruiken komen. Bij een goed beheer kan er echter weer een verbetering optreden. In het beschermingsplan voor veenvlinders worden diverse maatregelen voorgesteld om de veenbesparelmoervlinder en andere soorten van het hoogveen te beschermen.Alle drie vlindersoorten staan op de Rode Lijst van dagvlinders.

Referenties

  • LNV (1990). Beschermingsplan dagvlinders. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Natuurbeheer. Den Haag.
  • LNV (2001). Beschermingsplan veenvlinders 2001-2005. Directie Natuurbeheer. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Natuurbeheer. Wageningen.
  • Swaay, C. van, D. Groenendijk en R. Ketelaar (2003). Dagvlinders en libellen onder de meetlat: jaarverslag 2002. Rapport VS2003.005. De Vlinderstichting. Wageningen.

Technische toelichting

Technische toelichting

De indexen voor de drie soorten zijn ontleend aan het landelijk meetnet voor dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring, waarbij de situatie in 1950 op 100 is gezet. De aantallen veenbesparelmoervlinders zijn per locatie deels bijgeschat op basis van deskundigenoordeel. De veranderingen sinds 1992 zijn statistisch getoetst.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Dagvlinders: dichtgroeien heide en hoogveen (indicator 1144, versie 03 , 29 september 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.