Ecosystemen

Broedvogels van agrarische gebieden op zandgronden, 1990-2011

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Door veranderingen in de landbouw in de tweede helft van de 20e eeuw zijn veel kenmerkende broedvogels van het agrarische gebied op de hogere zandgronden achteruitgegaan.

Achteruitgang in het agrarisch gebied

Gemiddeld genomen zijn broedvogels van het agrarische gebied op de hogere zandgronden achteruitgegaan sinds 1990. Niet alleen vogels van bouwland en grasland zijn achteruitgegaan, zoals kemphaan, veldleeuwerik en grauwe gors, maar ook vogels van perceelsranden, houtwallen en overhoekjes, zoals patrijs.

Oorzaken achteruitgang

De oorzaken zijn het intensieve gebruik van bouw- en grasland, de veranderingen in gewaskeuze en de schaalvergroting van de landbouw, waardoor veel kleine landschapselementen als houtwallen en overhoekjes zijn verdwenen.

Enkele soorten vooruit

Ook zijn er enkele soorten sinds 1990 sterk toegenomen, zoals de roodborsttapuit en de kerkuil.

Rode lijst

Diverse broedvogels van het agrarische gebied op de hogere zandgronden staan als bedreigde soorten op de Rode Lijst van vogels.

Referenties

  • Boele, A., J. van Bruggen, A.J. van Dijk, F. Hustings, J.W. Vergeer, L. Ballering en C.L. Plate (2013). Broedvogels in Nederland in 2011. SOVON-rapport 2013/01. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Broedvogels van agrarische gebieden op zandgronden

Omschrijving

Ontwikkeling van de kenmerkende broedvogels van de agrarische gebieden op zandgronden

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De grafiek toont de Soortgroep Trend Index (STI) voor kenmerkende broedvogels van het agrarische gebied op de hogere zandgronden (Fysisch Geografische Regio). De STI is de gemiddelde index van de volgende soorten (met 1990 = 100): boerenzwaluw, boomvalk, geelgors, gele kwikstaart, graspieper, grasmus, grauwe gors, grauwe klauwier, grote lijster, grutto, huiszwaluw, kemphaan, kerkuil, kwartelkoning, ortolaan, paapje, patrijs, roek, roodborsttapuit, slobeend, steenuil, torenvalk, tureluur, watersnip, veldleeuwerik, wulp en zomertaling. De gegevens zijn afkomstig uit het landelijke broedvogelmeetnet en het landelijke weidevogelmeetnet van het Netwerk Ecologische Monitoring.

Basistabel

De index van de betrokken soorten met hun trend staan onder het tabblad afzonderlijke soorten onder Download figuurdata.

Geografisch verdeling

Hogere zandgronden

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Boele, A., J. van Bruggen, A.J. van Dijk, F. Hustings, J.W. Vergeer L. Ballering en C.L. Plate (20123. Broedvogels in Nederland in 2011. SOVON-monitoringrapport 2013/01. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Broedvogels van agrarische gebieden op zandgronden, 1990-2011 (indicator 1188, versie 10 , 25 juni 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.