Water en natuur

Beschrijving Zoete wateren

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Kenmerken van zoete wateren in Nederland

Nederland kent een grote verscheidenheid aan zoete wateren, zoals stromende en stilstaande wateren, voedselrijke en voedselarme wateren en diepe en ondiepe wateren. Bepaalde watertypen komen van nature in Nederland voor, bijvoorbeeld beken en rivieren. Een groot deel van de zoete wateren is echter door de mens gemaakt, zoals sloten, kanalen en het IJsselmeer met zijn randmeren. Door de vaak geringe diepte bieden de zoete wateren gunstige omstandigheden voor waterplanten, en daarmee voor veel andere organismen zoals insecten, vissen en vogels. In de zoete wateren die zonder toedoen van de mens in ons land voorkomen, zoals plassen, meren, rivieren en beken verloopt de overgang van land naar water van nature geleidelijk. Deze wateren worden in ongerepte toestand omgeven door een zone van moerassen, vloedvlaktes, ooibossen, nevengeulen en vochtige graslanden die het leefgebied vormen van een groot aantal soorten planten en dieren. De kaart geeft een overzicht van de in dit deze subsectie genoemde wateren.

Waterkwaliteit

Het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren worden samen ook wel het Natte Hart van Nederland genoemd. In de jaren zestig en zeventig was de waterkwaliteit in het Natte Hart slecht als gevolg van de overmaat aan voedingstoffen. Door het terugdringen van de aanvoer van voedingsstoffen en het wegvangen van brasem is de waterkwaliteit op veel plaatsen in de Randmeren weer verbeterd. In het Veluwemeer zijn daardoor kranswieren sterk toegenomen, net als vissen (andere soorten dan brasem) en watervogels. Driehoeksmosselen spelen een belangrijke rol in de wateren van het Natte Hart. De driehoeksmossel filtert het water, dat hierdoor helderder wordt als de dichtheden van de mosselen hoog genoeg zijn. Daarnaast vormen de mosselen een belangrijke voedselbron voor watervogels, met name voor kuifeend en tafeleend. Door de afname van de driehoeksmossel in de afgelopen decennia in het Markermeer is niet alleen de waterhelderheid afgenomen, maar ook het aantal overwinterende kuifeenden.De waterkwaliteit van plassen, beken, sloten en vennen is sinds 1950 verslechterd. Veel soorten planten en dieren zijn daardoor uit deze kleine wateren verdwenen of achteruitgegaan, waaronder karakteristieke libellen en vissen in beken. Veel steenvliegen, die gebonden zijn aan stromend water, zijn verdwenen.

Dynamiek van rivieren

In een natuurlijke situatie hebben rivieren ruimte voor overstromingen, waardoor verschillende landschapselementen ontstaan, zoals nevengeulen, vloedvlakten en ooibossen. De rivieren worden in Nederland al eeuwenlang bedwongen door het aanleggen van dijken, dammen, stuwen en sluizen. Daardoor is de oppervlakte aan karakteristieke dynamische landschapselementen sterk verminderd. De achteruitgang van dergelijke landschapselementen verkleint het leefgebied van bepaalde soorten, zoals de knoflookpad. Door intensief gebruik van de graslanden langs de rivieren en door dijkverzwaring zijn stroomdalplanten achteruitgegaan.Een belangrijk doel van het waterbeleid en -beheer is om de rivieren meer ruimte te geven. Daarmee zal de oppervlakte aan nevengeulen, moerassen en ooibossen toenemen. Natuurontwikkelingsprojecten in het rivierengebied leiden al tot toename van dynamische landschapseenheden en de bijbehorende soorten, bijvoorbeeld kwartelkoning, klein vlooienkruid en slijkgroen en dansmuggen.

Oevers

In een natuurlijke situatie verloopt de overgang van water naar land in de zoete wateren doorgaans geleidelijk. Bij veel kanalen en rivieren zorgen dijken en beschoeiingen echter voor onnatuurlijke scherpe overgangen van water naar land. Zoogdieren die te water zijn geraakt kunnen verdrinken in wateren met steile oevers, maar door het aanleggen van fauna-uitstapplaatsen is dat tegen te gaan. De aanleg van natuurvriendelijke oevers is voor veel planten en dieren gunstig. Natuurvriendelijke oevers hebben een glooiend talud en zijn niet verhard. Toch kunnen ook verharde oevers soms bijzondere diersoorten herbergen, zoals de ringslang op de voormalige Zuiderzeedijken.

Trekvissen

Trekvissen hebben zowel zoet als zout water nodig om hun levenscyclus te voltooien en migreren daarom van zee naar de grote rivieren en andersom. In de twintigste eeuw zijn veel trekvissen achteruitgegaan. Van de zeven uit Nederland verdwenen vissoorten zijn er vijf trekvissen, namelijk de steur, elft, fint, houting en zalm. De oorzaken daarvan zijn vermindering van de waterkwaliteit, het verloren gaan van geschikte paaigronden, overbevissing en de aanwezigheid van barrières in riviermondingen, rivieren en beken (stuwen, dammen, sluizen en waterkrachtcentrales). Maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren, het aanleggen van vistrappen en natuurontwikkelingsprojecten hebben recent geleid tot de terugkeer van de fint en de zalm, al planten deze zich nog niet in de rivieren voort. De elft is echter nog steeds afwezig in de Nederlandse rivieren. De aal - ook een trekvis - loopt steeds verder terug door onder meer visserij en de afname van de intrek van jonge glasaal.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Beschrijving Zoete wateren (indicator 1210, versie 01 , 8 oktober 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.