Natuurlijke hulpbronnen

Europese aal, 2021

Sinds de jaren '80 van de vorige eeuw is het aalbestand en de glasaalintrek zeer sterk teruggelopen door de visserijdruk (ICES 2021). De achteruitgang van de aalpopulatie heeft verschillende oorzaken, waaronder visserijdruk, toxische stoffen en veel knelpunten bij de natuurlijke in- en uittrek van aal door sluizen, gemalen en turbines van waterkrachtcentrales. Sinds de Europese aalverordening uit 2007 worden maatregelen genomen om de aalbestand te verbeteren, maar anno 2021 is er nog geen duidelijke verbetering zichtbaar.

Levenscyclus van de Europese aal (paling)

De Europese aal of paling heeft een verspreidingsgebied van Noorwegen tot Noord-Afrika. De aal groeit op in zoet of brak water en trekt als volwassen dier naar zee om zich voort te planten. De paaiplaats ligt in de Atlantische oceaan, waarschijnlijk in de Sargassozee. Hier komen de volwassen alen uit het hele verspreidingsgebied bij elkaar. De aal vormt dus één genetische populatie. In de winter en het vroege voorjaar verschijnen vervolgens de jonge doorzichtige 'glasaaltjes' voor de Europese en Noord Afrikaanse kusten om het zoete water in te trekken. Dan begint het 'rode aal' stadium, waarin ze eten en groeien. Na 5-25 jaar begint het volwassen 'schieraal' stadium, waarin de alen terug migreren naar de Sargassozee.

Aanbod glasaal sterk afgenomen

Jaarlijks wordt er bij de Afsluitdijk en andere locaties langs de Nederlandse kust voor onderzoek de hoeveelheden glasalen gemonitord. Op basis van deze steekproeven berekent Wageningen Marine Research jaarlijks een trend van de intrek van de glasaal in het IJsselmeer. De aantallen glasalen die aankwamen bij Den Oever namen vanaf de jaren tachtig gestaag af. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa zijn de hoeveelheden glasalen die bij de kusten aankomen gestaag afgenomen. Zo maakt ICES (International Council for the Exploration of the Sea) elk jaar een internationale index van het Noordzeegebied. Deze index laat een vergelijkbare trend zien als de glasaalbemonsteringen bij de Afsluitdijk en langs de Nederlandse kust. ICES heeft berekend dat in vergelijking met de situatie van voor 1980, het relatief aanbod van de glasaal op dit moment met ongeveer 99% is gedaald (ICES, 2020).

Oorzaken achteruitgang aalstand

De achteruitgang van de aalpopulatie heeft verschillende oorzaken: verlies aan leefgebied, afgesloten estuaria, visonvriendelijke gemalen, waterkrachtcentrales, visserijdruk door zowel commerciële als recreatieve visserij, illegale visserij door stropers, toxische stoffen en ziekte door exotische parasieten. Vermoed wordt dat ook klimaatverandering en oceanische factoren een rol spelen (De Graaf et al, 2015).

Tot 2009 werd de Nederlandse commerciële vangst op aal geschat op ongeveer 920 ton per jaar en de vangst door sportvissers ongeveer 200 ton per jaar. Ook werd de intrekkende glasaal in een aantal Europese landen tot 2009 zwaar overbevist. Het overgrote deel van de glasaal werd gebruikt voor de kweek van aal in Azië. Een kleiner deel werd in Europa gebruikt voor palingkweek, voor consumptie en voor het herbevolken (uitzet) van Europese binnenwateren.

Blokkade van de migratieroutes van schieralen en glasalen wordt gezien als een belangrijke bedreiging voor aal. De natuurlijke in- en uittrek van aal van zoet naar zout water wordt ernstig belemmerd. De pompen van de vele gemalen in Nederland zijn moeilijk te passeren voor schieraal. Ook turbines van waterkrachtcentrales veroorzaakten sterfte van aal, waarna er in samenspraak met RWS een reeks van maatregelen plaatsvinden bij de belangrijkste waterkrachtcentrales om deze sterfte laag te houden. Meer onderzoek naar sterfte bij gemalen en het beter passeerbaar maken van de gemalen is nodig. Zo is nog veel onbekend over de visvriendelijke pompen en in welke mate de aal hiervan profiteert.

Herstelbeleid voor de aal

Om te zorgen dat de stand van de Europese aal niet verder achteruit gaat, is in de Europese Unie en in Nederland de verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van Europese aal (EC 1100/2007) ingevoerd (Raad van de Europese Unie 2007). Deze verordening (de 'Aalverordening') verplicht de lidstaten om een nationaal aalbeheerplan op te stellen en te implementeren, waarin maatregelen staan om het aalbestand te verbeteren.

Met de afkondiging van de Europese Aalverordening in 2007 1100/2007 is een begin gemaakt met het stellen van maatregels om de Europese aal te beschermen. Daartoe heeft elk EU-land een beheerplan opgesteld (Dekker et al, 2008). Het Nederlandse beheerplan is in september 2009 goedgekeurd door de Europese Unie (Staatscourant, 2009). Voor het herstel van de aal zijn verschillende maatregelen afgekondigd. Gedurende 3 maanden (september - november) geldt een totaal visverbod voor al het zoete water met uitzondering van Friesland. Sportvisserij Nederland heeft met haar leden een terugzetverplichting voor gevangen aal afgesproken.

Voor de aal is vismigratie een belangrijke voorwaarde voor de levenscyclus. Er worden daarom voor 2027 veel barrières aangepast. De drie waterkrachtcentrales in de grote rivieren zorgden in het verleden voor grote sterfte onder de aal bij de stroomafwaartse migratie; hier vinden maatregelen plaats zoals sluiting van de centrales tijdens het migratieseizoen of aangepast turbinebeheer, waarbij een maximale aalsterfte van 10% in de Maas en in de Rijn plaatsvindt door toedoen van de drie grote waterkracht centrales in Nederland van 10% in de Maas en in de Rijn. Daarnaast wordt er glasaal (voornamelijk uit Frankrijk) uitgezet in Nederlandse wateren om de aalstand te verbeteren. Of de uitzet van glasaal helpt om de aalpopulatie te verbeteren wordt echter door ICES betwijfeld. Ook  is nog niet zeker of de genomen maatregelen voldoende zijn om de aal te beschermen. Anno 2021 is er nog geen duidelijke verbetering zichtbaar. De EU heeft recentelijk de aalverordening geëvalueerd en deze 'fit for purpose' genoemd, echter met de kanttekening dat er meer maatregelen moeten worden genomen door de lidstaten.

Handel in aal beperkt

Aal is in 2007 in Appendix II in de CITES-lijst geplaatst (CITES-bijlage 2). CITES is een internationaal verdrag tussen landen die de handel in diersoorten en planten beperkt. Appendix II houdt in dat de soort "niet noodzakelijkerwijs wordt bedreigd, maar dat het verstandig wordt geacht de handel te reguleren opdat die handel geen bedreiging vormt voor de soort en van daaruit maatregelen worden genomen die de handel in aal beperkt". Hierdoor mag er geen export van Europese aal uit de EU zijn.

De IUCN (organisatie met leden vanuit overheden en NGO's) heeft aal aangemerkt als 'ernstig bedreigd' sinds 2009. Recentelijk is deze status geherwaardeerd, met als resultaat dat aal de status van 'ernstig bedreigd' blijft behouden.

Doelstelling herstel aal

In de Europese Unie is de doelstelling dat 40% van de oorspronkelijke biomassa aan schieraal kan terugkeren naar zee. Vanuit ICES moet eerst de hoeveelheid glasaal die aankomt bij de kust weer herstellen. Op dit moment is er nog geen duidelijk herstel. Omdat aal een langlevende soort is, wordt mogelijk herstel ook niet op de korte termijn verwacht.

Vangstverbod wegens hoge gehalten aan PCB's

Door de overschrijding van de wettelijk toegestane gehalten aan PCB's in aal en wolhandkrab in sommige wateren, is op de grote rivieren vanaf 2011 een vangstverbod van kracht geworden (Staatscourant 2011).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Intrek paling (glasaal)

Omschrijving

Toelichting op de Europese Kaderrichtlijn Water

Verantwoordelijk instituut

WUR / Wageningen Marine research. Auteur: Tessa van der Hammen & Ben Griffioen

Berekeningswijze

Monitoringsdata en voortschrijdend gemiddelde

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Europese aal, 2021 (indicator 1227, versie 07 , 17 november 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.