Natuurlijke hulpbronnen

Roggen en visserij

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De meeste roggen van het Nederlands Continentaal Plat zijn in de tweede helft van de 20e eeuw sterk achteruitgegaan doordat ze gevangen worden als bijvangst van de visserij op bodemvissen.

Ontwikkeling

De roggen van het Nederlands Continentaal Plat (vleet, blonde rog, stekelrog, kleinoogrog, gevlekte rog, grootoogrog en sterrog) zijn in de periode 1945-2000 gemiddeld zeer sterk achteruitgegaan (linkergrafiek). Alle afzonderlijke soorten zijn achteruitgegaan, behalve de sterrog (rechtergrafiek). De vleet, een roggensoort van de diepere delen van de Noordzee lijkt inmiddels geheel uit het Nederlands Continentaal Plat verdwenen. De sterrog vertoont een fluctuerend patroon, maar geen duidelijke daling.Dat is een kleine soort rog, die reeds op 4-6 jarige leeftijd geslachtsrijp is; bij de andere soorten is dat pas na 8-11 jaar. Doordat roggen pas op hoge leeftijd geslachtsrijp zijn, worden veel dieren al gevangen voordat ze zich hebben voortgeplant. Daarnaast legt een wijfje per jaar maar weinig eieren, per soort variƫrend van maximaal 20 tot 170 stuks. Roggen vormen een bijvangst van de visserij op bodemvissoorten. Er wordt door de Nederlandse vissersvloot niet gericht op gevist.De pijlstaartrog, gevlekte rog en de stekelrog staan op de concept Rode Lijst van zeevissen.

Referenties

  • Bisseling, C.M. (red.) (2001). Met de natuur in zee; Rapportage project "Ecosysteemdoelen Noordzee", Kennisfase. Expertisecentrum LNV. Wageningen.
  • Gmelig Meyling, A.W. en R.H. Bruyne (2001). Een duik in mariene gegevens. Lange termijnveranderingen van populaties van enkele mariene organismen (roggen, weekdieren kreeftachtigen en andere) als gevolg van menselijk handelen. Stichting Anemoon. Heemstede.
  • Heessen, H. (2003). Roggen in de zuidelijke Noordzee. Visserijnieuws 19:6.
  • Heessen, H.J.L., H.C. Welleman, N. Daan, A.C. Smaal en G.J. Piet (2001). Bijdrage RIVO aan Natuurcompendium 2001. Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek RIVO. Intern rapport C058/01. IJmuiden.
  • Knijn, R.J., T.W.Boon, H.J.L. Heessen en J.R.G. Hislop (1993). Atlas of North Sea fishes. ICES Cooperative Resaerch Report No. 194.

Technische toelichting

Technische toelichting

De linker grafiek geeft de Soortgroep Trend Index (STI) weer van alle genoemde roggensoorten samen. Exclusief de pijlstaartrog, want deze soort is levendbarend. Dat zijn alle soorten roggen die meer dan incidenteel in het Nederlands Continentaal Plat voorkomen of voorkwamen. De rechter grafiek geeft de indexcijfers van alleen de sterrog. De gegevens zijn afkomstig uit oude en recente tellingen van op het strand aangespoelde eikapsels van de Stichting Anemoon. De index is gebaseerd op tellingen waarbij gelet is op de eikapsels van alle soorten roggen.De afname van roggen komt ook duidelijk naar voren uit de daling van de totale internationale aanvoer van roggen uit de Noordzee in de periode 1950-2000. (Heessen, 2003). De toename van de sterrog vanaf de zeventiger jaren wordt bevestigd door vangsten per visuur van de International Bottom Trawl Survey (ICES IBTS Database).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Roggen en visserij (indicator 1249, versie 03 , 21 september 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.