Compendium voor de Leefomgeving
477 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Bruinvis langs de Nederlandse kust, 1970 - 2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De bruinvis was eeuwenlang algemeen langs de Nederlandse kust, maar is in de loop van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw verdwenen. Sinds de jaren negentig is de soort hier weer een algemene verschijning.

Steeds meer bruinvissen in de Nederlandse Noordzee

Eeuwenlang was de bruinvis een algemene soort van de Nederlandse kustwateren. Vanaf 1940 nam het aantal echter sterk af. De soort verdween tegelijkertijd uit grote delen van de zuidelijke Noordzee. De oorzaak voor deze afname is niet bekend.
Vanaf eind jaren tachtig van de vorige eeuw neemt het aantal in de kustzone waargenomen bruinvissen sterk toe. Aanvankelijk vooral in de wintermaanden, maar tegenwoordig komen van september tot en met april duizenden bruinvissen in de kustwateren. Vanaf 2014 lijken de aantallen in de kustzone - zoals vastgesteld door zeetrektellers - af te nemen.
Ook verder van de kust zijn bruinvissen nu talrijk. Een drietal tellingen vanuit vliegtuigen in 2010-2011 lieten zien dat er in juli 2010 circa 26.000, in oktober/november 2010 circa 30.000 en in maart 2011 zo'n 86.000 bruinvissen in het Nederlands deel van de Noordzee verbleven (figuren in vorige versie van deze indicator, versie 5). In maart 2012 en maart/april 2013 werden respectievelijk circa 66.000 en 63.000 bruinvissen in dit gebied geteld (van deze tellingen is geen figuur beschikbaar). In juli 2014 en juli 2015 worden de aantallen geschat op respectievelijk circa 77.000 en 41.000 bruinvissen. Zowel vanaf de kust als op open zee worden jonge kalfjes waargenomen en in de zomer spoelen geregeld zwangere wijfjes en pasgeboren jongen aan, wat laat zien dat de soort in Nederlandse wateren reproduceert (Geelhoed et al., 2013-2015).

Populaties verplaatsen zich richting Nederland

De gesignaleerde toename van bruinvissen langs de kust is hoogstwaarschijnlijk niet het gevolg van een gegroeide populatie, maar betreft een verschuiving van dieren vanuit de noordelijke Noordzee naar het zuiden De verplaatsing hangt wellicht samen met een verminderd aanbod van zandspiering in de noordelijke Noordzee. Of de voedselsituatie in de zuidelijke Noordzee is verbeterd, is echter onbekend. Analyse van de maaginhouden van bruinvissen aangespoeld op de Nederlandse kust laat zien dat deze voornamelijk grondels, wijting, zandspiering en haringachtigen hadden gegeten. Vergelijking hiervan met geavanceerde methodes voor dieetonderzoek suggereert dat deze prooien met name dichter bij de kust worden gegeten, terwijl verder van de kust pelagische en scholende vis een grotere rol in het dieet spelen.

Aantal gestrande bruinvissen in 2015 afgenomen

Tegelijk met de aantalstoename in de kustzone is het aantal strandingen van dode bruinvissen sterk toegenomen, tot honderden per jaar. Het aantal geregistreerde strandingen bedroeg in 2013 872; het hoogste aantal sinds het begin van de registratie van gestrande bruinvissen. In 2014 en 2015 lag het aantal strandingen met respectievelijk 575 en 287 weer een stuk lager. Hiervoor is geen duidelijke verklaring te geven. Zeetrektellingen en vliegtuigtellingen wijzen op lagere aantallen in de kustzone en een verspreiding verder van de kust, waardoor er minder dieren aanspoelen. Doodsoorzaken zijn onder andere verdrinking in vistuig, infectieziektes, verhongering en mogelijk aanvaringen met scheepsschroeven. Een recent verkregen inzicht is dat predatie door (grijze) zeehonden hier ook een rol kan spelen.

Onderzoek naar bruinvissen

In 2011 is het beschermingsplan bruinvis gepresenteerd. Het plan geeft een overzicht van bedreigingen en mogelijke beschermingsmaatregelen en pleit tegelijk voor meer onderzoek. Zo zijn er vragen over de gevolgen van bijvangst van bruinvissen in de beroepsvisserij en effecten van onderwatergeluid op de populatie. Met uitvoering van de maatregelen en het onderzoek uit het beschermingsplan kan Nederland voldoen aan de belangrijkste verplichtingen voor de instandhouding van de bruinvispopulatie, die voortvloeien uit internationale verdragen en overeenkomsten.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bruinviswaarnemingen, bruinvisstrandingen

Omschrijving

Waarnemingen van bruinvissen vanaf de kust, 1984-2015, Strandingen van bruinvissen op de kust, 1970-2015, Vliegtuigtellingen van bruinvissen, 2010-2015

Verantwoordelijk instituut

Nederlandse Zeevogelgroep, Wageningen Marine Research, NBC-Naturalis

Berekeningswijze

Populatieschattingen op grond van vliegtuigtellingen zijn gebaseerd op lijn-transect methoden waarbij gecorrigeerd wordt voor niet-gedetecteerde individuen. In versie 5 van deze indicator waren figuren van vliegtuigtellingen opgenomen over 2010 en 2011. Deze figuren zijn helaas niet beschikbaar van de vliegtuigtellingen van 2012 en 2013. In versie 7 zullen naar verwachting weer figuren van vliegtuigtellingen getoond worden.
Tot en met versie 4 van de indicator zijn de bruinviswaarwaarnemingen gebaseerd op waarnemingen tijdens systematische zeetrektellingen en op waarnemingen gerapporteerd door derden. De totale aantallen zijn gecorrigeerd voor het aantal uur dat is waargenomen (n uur -1). In versie 5 van deze indicator zijn alle tellingen van de 10 meest frequent bezochte telposten uit de afgelopen 30 jaar gebruikt. Deze telposten zijn Bloemendaal aan Zee, Camperduin, Egmond aan Zee, Huisduinen, Katwijk - Savoy, Maasmond (Maasvlakte) / Maasvlakte II, Noordwijk, Scheveningen, Texel, Hoornderslag-Paal 9 en Westkapelle. In totaal hebben deze telposten in de periode juli 1984 t/m maart 2014 zo'n 90.000 teluren gemaakt. Voor de figuur zijn alle waargenomen bruinvissen per winterseizoen gedeeld op het totaal teluren van alle telposten in de betreffende periode. Hiermee is één beeld voor heel Nederland gecreëerd. De periode is in deze versie verschoven van 1 jan - 31 dec naar 1 juli - 30 juni omdat in het winterseizoen de meeste Bruinvissen worden waargenomen. Door de weergaveperiode te veranderen wordt het effect van een hoog of laag winteraantallen niet over 2  jaren verdeeld.
In versie 6 van deze indicator zijn alle tellingen van de meest frequent bezochte telposten uit de afgelopen 30 jaar gebruikt. Deze telposten zijn Bloemendaal aan Zee, Camperduin, Egmond aan Zee, Huisduinen, Katwijk - Savoy, Maasmond (Maasvlakte) / Maasvlakte II, Noordwijk, Scheveningen, Texel, Hoornderslag-Paal 9 en Westkapelle. In VERGELIJKING MET versie 5 zijn de posten Katwijk, Texel niet meegenomen, omdat de telinspanning onevenredig verdeeld is over de beschouwde periode. In totaal hebben deze telposten in de periode juli 1984 t/m december 2015 zo'n 100.000 teluren gemaakt. Voor de figuur zijn alle waargenomen bruinvissen per winterseizoen gedeeld op het totaal teluren van alle telposten in de betreffende periode. Hiermee is één beeld voor heel Nederland gecreëerd. De periode is 1 juli - 30 juni omdat in het winterseizoen de meeste Bruinvissen worden waargenomen. Door de weergaveperiode te veranderen wordt het effect van een hoog of laag winteraantallen niet over 2  jaren verdeeld.

Basistabel

c-1250-001g-clo-06-nl en c-1250-002g-clo-06-nl

Geografisch verdeling

Nederlandse kustwateren, Nederlandse kust

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Camphuysen, C.J. & G. Peet (2006) Walvissen en dolfijnen in de Noordzee. Fontaine Uitgevers, Kortenhoef.Camphuysen C.J., C. Smeenk, M.J. Addink, H. van Grouw & O.E. Jansen (2008) Cetaceans stranded in the Netherlands from 1998 to 2007. Lutra 51(2): 87-122.Camphuysen C.J. & A. Trouwborst (2009) De Bruinvis in de Noordzee: ongrijpbaar visvarken verstrikt in visnetten en regelgeving. De Levende Natuur 110: 253-256.Camphuysen C.J. & M.L. Siemensma (2011) Conservation plan for the Harbour Porpoise Phocoena phocoena in The Netherlands: towards a favourable conservation status. NIOZ Report 2011-07, Royal Netherlands Institute for Sea Research, Texel.Geelhoed S.C.V., M. Scheidat, R.S.A. van Bemmelen & G. Aarts (2013) Abundance of harbour porpoises (Phocoena phocoena) on the Dutch Continental Shelf, aerial surveys in July 2010-March 2011. Lutra 56(1): 45-57. Geelhoed S.C.V., M. Scheidat, G. Aarts, R.S.A. van Bemmelen (2013). Marine mammal surveys in Dutch waters in 2012. IMARES rapport C038/13.Geelhoed, S.C.V., M. Scheidat & R.S.A. van Bemmelen (2014). Marine mammal surveys in Dutch waters in 2013. Research Report IMARES Wageningen UR - Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies, Report No. C027/14.Geelhoed, S.C.V.,S. Lagerveld, J.P. Verdaat & M. Scheidat (2014). Marine mammal surveys in Dutch waters in 2014. Research Report IMARES Wageningen UR - Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies, Report No. C180/14.Geelhoed S.C.V., S. Lagerveld & J.P. Verdaat (2015). Marine mammal surveys in Dutch waters in 2015. Research Report IMARES Wageningen UR - Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies, Report No C189/15.Haelters, J., F. Kerckhof, T. Jauniaux, & S. Degraer (2012) The Grey Seal (Halichoerus grypus) as a predator of Harbour Porpoises (Phocoena phocoena)? Aquatic Mammals 38(4): 343-353.Jansen, O.E. (2013) Fishing for food. Feeding ecology of harbour porpoises Phocoena phocoena and white-beaked dolphins Lagenorhynchus albirostris in Dutch waters. PhD thesis. IMARES, Wageningen.Leopold, M.F. (2015) Eat and be eaten - Porpoise diet studies. PhD thesis Wageningen University, Wageningen, the Netherlands.Marine Mammal Database, Nederlandse Zeevogelgroep Texel.

Betrouwbaarheidscodering

B Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Bruinvis langs de Nederlandse kust, 1970 - 2015 (indicator 1250, versie 06 , 9 maart 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.