Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend van dagvlinders, 1990-2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Vlinders zijn sinds 1990 achteruitgegaan. Gemiddeld genomen zijn vlinders na 1997 weinig verder achteruitgegaan in aantallen, maar wel in hun verspreidingsgebied.

Afname in populatie-aantallen

Sinds 1992 zijn de populatie-aantallen van vlinders in Nederland sterk afgenomen, vooral in de jaren 1992-1997 (eerste tabblad). De laagste waarden zijn bereikt in 2007, 2008 en 2012. Van de 50 gevolgde soorten nemen er over de hele periode gerekend 24 soorten af en 16 in populatie-aantal toe.

Afname in verspreiding

Gemiddeld genomen daalt het aantal bezette kilometerhokken gestaag, ook na 1997 (tweede tabblad). Gemeten vanaf 1990 nemen 26 soorten af en 10 soorten toe in verspreiding. Stabiel zijn 9 soorten.

Rode Lijst Dagvlinders

Een aantal vlindersoorten komt alleen nog maar in enkele kleine natuurgebieden voor. Deze gebieden liggen vaak ver van elkaar af, wat de populaties extra kwetsbaar maakt voor invloeden van buitenaf. De belangrijkste oorzaak van hun achteruitgang is het verdwijnen van geschikt leefgebied. Veel dagvlindersoorten staan daardoor op de Rode Lijst van bedreigde dagvlinders. Het aantal soorten op de Rode Lijst en de ernst van de bedreiging daarvan verbetert niet (derde tabblad).

Referenties

  • Swaay, C. van, K. Veling, J. Kok en A. van Strien (2015). 25 jaar vlinders tellen. Rapport VS2015.002. De Vlinderstichting, Wageningen.
  • Van Strien, A., R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur (115) 5.
  • WWF (2014). Living Planet Report 2014, Species and spaces, people and places. WWF, Gland, Zwitserland.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantalsontwikkeling van dagvlinders

Omschrijving

Ontwikkeling van populatie dagvlinders als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Vrijwel alle inheemse soorten dagvlinders zijn in de indicatoren opgenomen.
Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie; software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM).
Verspreidingsgegevens komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna en uit het meetnet. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over verspreiding bepaald met behulp van occupancy modellen (Van Strien et al., 2013).
Om de indicatoren (op de eerste twee tabbladen) te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen en over verspreiding meetkundig gemiddeld over alle soorten (met indexwaarde 100 voor het beginjaar van elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index Nederland, 1990-2017. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al. in voorb.).
De Rode Lijst Indicator, 1995-2018 (derde tabblad) is gebaseerd op het aantal soorten op de Rode Lijst per jaar (RLI-Lengte). De variant RLI-kleur telt ook de verschuivingen tussen de categorieƫn op de Rode Lijst mee.

Basistabel

De index van de betrokken soorten met hun trend staan onder het tabblad afzonderlijke soorten onder Download figuurdata.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en T. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50, 1450-1458.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schattingen van de trend in populatie-aantal zijn gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
C. Schattingen van trends in verspreiding.zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een geavanceerde statistische methode zijn geanalyseerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Trend van dagvlinders, 1990-2014 (indicator 1386, versie 12 , 12 augustus 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.