Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend van dagvlinders, 1990-2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Na decennia van achteruitgang zijn er de laatste jaren signalen van een voorzichtige ommekeer: in de laatste 10 jaar gaan er weer iets meer vlindersoorten in aantal voor- dan achteruit. De achteruitgang in verspreiding is ook gestopt.


 

Historisch perspectief; alleen maar verlies
De meeste dagvlinders zijn gedurende de afgelopen decennia in aantal en verspreiding achteruit gegaan, ook de meer algemene soorten. Deze achteruitgang was nog volop aan de gang toen het Landelijk Meetnet Vlinders begin jaren negentig startte.

Afname in populatie-aantallen

Sinds 1992 zijn de populatie-aantallen van vlinders gemeten op vaste meetpunten in Nederland verder afgenomen, vooral in de jaren 1992-1997 (eerste tabblad). De laagste waarden werden later bereikt in 2007, 2008 en 2012. Van de 52 gevolgde soorten nemen er over de hele periode gerekend 23 soorten af en 16 in populatie-aantal toe. In de laatste 10 jaar gaan er echter weer meer soorten in aantal vooruit dan achteruit; 20 tegen 11. Het gaat hierbij met name om een aantal zeldzame soorten dat nu weer licht toeneemt. Deze verandering is nog niet duidelijk zichtbaar in de algemene trend populatie-aantallen.

Afname in verspreiding

Gemiddeld genomen daalt het aantal bezette kilometerhokken gestaag, ook na 1997 (tweede tabblad). Gemeten vanaf 1990 nemen 25 soorten af en 12 soorten toe in verspreiding. Stabiel zijn 9 soorten. In de laatste 10 jaar gaan er, net zoals bij populatie-aantallen, weer meer soorten in verspreiding vooruit dan achteruit; 20 tegen 13.

Rode Lijst Indicator

Een aantal vlindersoorten komt alleen nog maar in enkele kleine natuurgebieden voor. Deze gebieden liggen vaak ver van elkaar af, wat de populaties extra kwetsbaar maakt voor invloeden van buitenaf. De belangrijkste oorzaak van hun achteruitgang is het verdwijnen van geschikt leefgebied. Veel dagvlindersoorten staan daardoor op de Rode Lijst van bedreigde dagvlinders. Het aantal soorten op de Rode Lijst en de ernst van de bedreiging is sinds 2005 gestabiliseerd (derde tabblad).

Oorzaken achteruitgang

De dagvlinderstand in Nederland is achteruitgegaan door ontwikkelingen in de landbouw en het effect daarvan op natuurgebieden. Zo verdwenen na de ruilverkavelingen in de jaren zestig en de daarop volgende intensivering van de landbouw de bloemrijke akkerranden. Daardoor vonden vlinders er nog nauwelijks voedsel. Alleen in wegbermen, natuurgebieden en het stedelijk groen weten vlinders nog relatief goed te overleven. Ook natuurgebieden ondervonden gevolgen van de intensivering van de landbouw, zoals verdroging en neerslag van stikstof, die voor vlinders en hun rupsen essentiële vegetaties aantast.

Oorzaken vooruitgang

Dat er recentelijk weer meer soorten toenemen dan afnemen is te danken aan twee factoren. Ten eerste werpt natuurbescherming zijn vruchten af. Door beheerders en vrijwilligers is er de laatste jaren hard gewerkt aan herstel van de leefgebieden van vlinders. Een voorbeeld is het herstel van de leefomgeving van het pimpernelblauwtje. Daarnaast speelt de klimaatverandering een belangrijke rol. Vlinders zijn namelijk koudbloedige dieren die in veel gevallen profiteren van warmere zomers. Door hun korte levenscyclus kunnen vlinders snel reageren op de verbeterde leefomstandigheden.

Habitatrichtlijn

Drie soorten dagvlinders staan op de Habitatrichtlijn.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Trend van dagvlinders

Omschrijving

Ontwikkeling van populatie en verspreiding dagvlinders als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Vrijwel alle inheemse soorten dagvlinders zijn in de indicatoren opgenomen. Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie; software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM). Verspreidingsgegevens komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna en uit het meetnet. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over verspreiding (het aantal bezette kilometerhokken) bepaald met behulp van occupancy modellen (Van Strien et al., 2013). Om de indicatoren (op de eerste twee tabbladen) te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen en over verspreiding meetkundig gemiddeld over alle soorten (met indexwaarde 100 voor het beginjaar van elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index Nederland, 1990-2017. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., subm.). De Rode Lijst Indicator, 1995-2018 is gebaseerd op het aantal soorten op de Rode Lijst per jaar (RLI-Lengte). De variant RLI-kleur telt ook de verschuivingen tussen de categorieën op de Rode Lijst mee (Van Strien et al., 2014).

Basistabel

De indexen van de afzonderlijke soorten met hun trendklasse staan onder het tabblad afzonderlijke soorten onder download data.

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

CBS (2016). Meetprogramma's voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2015. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag. Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en T. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50: 1450-1458. Strien, A. van, R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur (115) 5: 208-211. WWF (2014). Living Planet Report 2014, Species and spaces, people and places. WWF, Gland, Zwitserland.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schattingen van de trend in populatie-aantal zijn gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is. C. Schattingen van trends in verspreiding zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een geavanceerde statistische methode zijn geanalyseerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Trend van dagvlinders, 1990-2015 (indicator 1386, versie 14 , 25 oktober 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.