Klimaatverandering

Vervroeging eileg zangvogels, 1986-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De laatste decennia zijn zangvogels eerder gaan broeden, wellicht vanwege hogere temperaturen in het voorjaar.

Eilegdatum en klimaat

Over de periode 1986 tot en met 2013 is de gemiddelde eilegdatum van zangvogels met 8 dagen vervroegd. Dit is mogelijk het gevolg van het vroegere optreden van insecten, zoals van vlinders en hun rupsen. Vrijwel alle zangvogels, dus niet alleen insecteneters maar ook zaadeters, zijn namelijk voor het voeren van hun jongen afhankelijk van insecten. Het vroegere optreden van insecten is waarschijnlijk het gevolg van het warmer worden van het voorjaar.
De laatste tien jaar is de gemiddelde eilegdatum gestabiliseerd.

Referenties

  • Huntley, B., R.E. Green, Y.C. Collingham en S.G. Willis (2007) A climatic atlas of European Breeding Birds. Durham University, RSPB en Lynx, Barcelona
  • Roos, R. (2004) Opgewarmd Nederland. Stichting Natuurmedia. Amsterdam.
  • Soldaat L., H. Visser, M. van Roomen en A. van Strien (2007). Smoothing and trend detection in waterbird monitoring data using Structural Time-Series Analysis and the Kalman filter. Journal of Ornithology. Vol. 148 suppl. 2. Dec 2007.
  • Van Strien A.J., W.F. Plantenga, L. Soldaat, C.A.M. Van Swaay en M.F. WallisDeVries. (2008). Bias in phenology assessments based on first appearance data of butterflies. Oecologia vol 156 (1): 227-235.
  • Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atm. Environment 38, 4135-4145.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vervroeging eileg zangvogels

Omschrijving

Ontwikkeling van de gemiddelde eilegdatum van zangvogels onder invloed van klimaatverandering

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Verschuiving in de fenologie (biologisch jaarritme) van soorten is een graadmeter voor klimaatveranderingen.
De gegevens zijn afkomstig van het NEM-meetnet nestkaarten. In dit meetnet worden de broedgegevens van tientallen vogelsoorten in heel Nederland geregistreerd. In veel gevallen kan daarmee een schatting worden gemaakt van de dag waarop de eerste eieren zijn gelegd.
De graadmeter is gebaseerd op de gemiddelde eilegdatum per soort per jaar. Dit gemiddelde is alleen berekend wanneer voor die soort in dat jaar van minstens tien nesten bruikbare data beschikbaar waren. Deze tien nesten is de ondergrens; het aantal beschikbare nestkaarten per soort kan oplopen tot meer dan 1000 per jaar. Bij minder dan tien nestkaarten is de eilegdatum via een statistisch model geschat vanuit de eilegdatums van andere soorten in het bestand. Daarna is de gemiddelde eilegdatum van alle soorten berekend. De graadmeter is berekend uit de gemiddelde eilegdatum van 44 zangvogels.
De graadmeter is gebaseerd op de volgende soorten:
appelvink, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosrietzanger, ekster, fitis, geelgors, gekraagde roodstaart, gierzwaluw, glanskop, grasmus, graspieper, grauwe klauwier, grauwe vliegenvanger, grote lijster, heggenmus, huiszwaluw, kauw, kleine karekiet, kneu, koolmees, kruisbek, kuifmees, matkop, merel, pimpelmees, putter, ringmus, roodborst, roodborsttapuit, spotvogel, spreeuw, tjiftjaf, tuinfluiter, veldleeuwerik, vink, winterkoning, witte kwikstaart, zanglijster, zwarte kraai, zwarte mees en zwartkop.
De stippen in het figuur zijn de meetwaarden. Door deze meetwaarden is met behulp van het programma TrendSpotter (Visser, 2004) een flexibele trend berekend (de doorgetrokken lijn). Het gekleurde vlak geeft het 95% betrouwbaarheidsinterval van de trendlijn aan.

Basistabel

zie tabblad figuurdata onder download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Van Strien A.J., W.F. Plantenga, L. Soldaat, C.A.M. Van Swaay en M.F. WallisDeVries. (2008). Bias in phenology assessments based on first appearance data of butterflies. Oecologia vol 156 (1): 227-235.Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atm. Environment 38, 4135-4145.

Opmerking

Met ingang van versie 6 (2013) stellen we het aantal dagen vervroeging vast aan de hand van de trendwaarde.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Vervroeging eileg zangvogels, 1986-2013 (indicator 1405, versie 07 , 7 oktober 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.