Water en milieu

Natuurkwaliteit van waterplanten in oppervlaktewater, 1990 - 2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De natuurkwaliteit gebaseerd op waterplanten in Nederland is heel laag. Slechts op enkele plaatsen wordt een matige of goede kwaliteit aangetroffen. In de afgelopen 20 jaar is vooral in de beken en meren een geringe verbetering opgetreden. De lage kwaliteit heeft te maken met het sterk onnatuurlijke karakter van vele wateren in Nederland en met de nog steeds hoge concentraties aan voedingsstoffen.

Huidige natuurkwaliteit waterplanten slecht tot matig

De huidige kwaliteit van waterplanten in het Nederlandse oppervlaktewater is slecht tot matig. De meeste wateren hebben een waterplantengemeenschap die (ver) afwijkt van deze natuurlijke referentie. De geringe kwaliteit komt vaak door vermesting zodat dat het water voedselrijk (eutroof) is. Andere oorzaken zijn een onnatuurlijke inrichting, een vastgesteld waterpeilbeheer en een vervuilde, voedselrijke waterbodem. Met een betere inrichting en baggeren van de voedselrijke waterbodem kan de natuurkwaliteit sterk toenemen.

Lichte verbetering in afgelopen 20 jaar vooral in beken en meren.

De natuurkwaliteit voor waterplanten is bij de beken tien procentpunt verbeterd, wat het meeste is van alle watertypen. Voor heel Nederland is de gemiddelde natuurkwaliteit met 4 procentpunt verbeterd. Deze gegevens zijn gebaseerd op de gegevens van waterschappen. Dit zijn vooral meetpunten in het landelijke gebied en maar weinig in natuurgebieden. Het herstel van waterplanten gaat langzaam doordat de Nederlandse oppervlaktewateren nog steeds voedselrijk zijn. Weliswaar zijn de nutriëntgehalten verminderd, maar de beschikbare nutriënten in de waterbodem zorgen voor een lange nalevering van voedingsstoffen. Het beheer van watergangen biedt weinig mogelijkheden voor een natuurlijke ontwikkeling van waterplanten en is niet verbeterd in de afgelopen jaren. De vermesting van het oppervlaktewater is weergegeven in:

Methode natuurkwaliteit voor waterplanten

De natuurkwaliteit is berekend met de deelmaatlat van de soortensamenstelling voor de waterplanten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De maatlatten zijn opgesteld voor elk watertype. Het uitgangspunt voor een 'zeer goede kwaliteit' is de natuurlijke referentie: de waterplantengemeenschap die kan worden aangetroffen in een ongestoorde, optimale situatie. Voor de natuurlijke en sterk veranderde wateren is het doel de Goede Ecologische Toestand (GET). Bij de kunstmatige wateren is dit de default Goede Ecologische Potentie (GEP). In de KRW kan per waterlichaam een lager doel vastgesteld zijn, de Goede Ecologische Potentie (GEP). In deze studie is uitgegaan van de default waarden per watertype voor de indeling in klassen (zeer goed, goed, matig, ontoereikend en slecht).
De resultaten zijn gebaseerd op alle beschikbare gegevens van de waterbeheerders en zijn niet geaggregeerd naar de ruimtelijke eenheid van de waterlichamen. Door deze verschillen wijken de resultaten af van de officiële beoordeling van de waterlichamen.
Eind 2012 zijn nieuwe maatlatten voor de beoordeling van de waterplanten opgeleverd, waarmee deze beoordeling is uitgevoerd. De nieuwe maatlatten zijn beter toepasbaar op individuele watermonsters, zoals in dit overzicht is toegepast.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Natuurkwaliteit waterplanten

Omschrijving

Natuurkwaliteit van waterplanten gebaseerd op de deelmaatlat soortensamenstelling van de KRW-maatlat voor waterplanten. Deze beoordeling is toegepast op individuele monsters en wijkt daarmee af van de KRW beoordeling per waterlichaam.

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

KRW beoordeling met vegetatie opname.

Basistabel

Limnodata Neerlandica. Deze database bevat de informatie van alle biologische bemonsteringen van de waterschappen. De informatie is voor alle waterschappen bijgewerkt tot en met 2010.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Incidenteel

Achtergrondliteratuur

Evers, C.H.M., Knoben, R.A.E., Herpen, F.C.J.v., 2012. Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021. Stowa, Amersfoort.
Molen, D.T.v.d., Pot, R., Ever, C.H.M., Nieuwerburgh, L.L.J.v., 2012. Referenties en maatlatten voor natuurlijke wateren voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021. Stowa, Amersfoort.
P. van Puijenbroek, N. Evers, B. van der Wal (2008). Bepaling kwaliteit aquatische natuur met huidige monitoringsgegevens. H20/23, pagina 29-31.

Opmerking

In de KRW zijn doelen geformuleerd voor het oppervlaktewater. De score op de maatlat wordt uitgedrukt in de ecologische kwaliteit ratio (ekr). De standaard doelstelling is een ekr van 0,6 (goede kwaliteit), maar voor veel wateren geldt een lagere ekr als doelstelling (het Goed Ecologisch Potentieel), zodat vaak met een lagere ekr-kwaliteit kan worden volstaan. In dit overzicht is de KRW-beoordeling voor waterplanten toegepast op individuele monsters. De officiële KRW beoordeling is opgesteld voor meerdere monsters in een waterlichaam. Hierdoor geeft deze beoordeling een slechter beeld dan bij een strikte toepassing van de KRW maatlatten.
In 2012 zijn nieuwe maatlatten voor de ecologische kwaliteit van waterplanten vastgesteld. De deelmaatlat soortensamenstelling van de nieuwe maatlat is hier toegepast.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Natuurkwaliteit van waterplanten in oppervlaktewater, 1990 - 2010 (indicator 1441, versie 03 , 14 mei 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.