Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verdroging

Verzuring, vermesting en verdroging flora, 1999-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Planten van voedselrijke omstandigheden nemen toe.

Landelijk Meetnet Flora - milieu en natuurkwaliteit

Met het landelijk Meetnet Flora - milieu en natuurkwaliteit (LMF) worden de milieuontwikkelingen in de vegetatie gevolgd. Dit meetnet omvat ruim 10.000 vaste meetpunten in de terrestrische natuur en in natuurlijke landschapselementen in het agrarisch gebied. Met behulp van kengetallen per plantensoort (Ellenberggetallen) en de aandelen van indicatorsoorten voor verschillende milieuomstandigheden is de situatie met betrekking tot verzuring, vermesting en verdroging gevolgd.

Vermesting

De beschikbaarheid van voedingsstoffen is sterk afhankelijk van bodem- en begroeiingstype en de depositie van vermestende stoffen. De depositie kan daarbij lokaal sterk variƫren. Vooral de heide en de duinen worden gekenmerkt door voedselarme omstandigheden.
De depositie van stikstofverbindingen is de afgelopen jaren afgenomen, maar veel minder dan de zure depositie (zie tabblad 1). In enkele typen natuurgebieden, met name in vochtig loofbos en halfnatuurlijk grasland, is dan ook vermindering van de vermesting zichtbaar. Maar in het open moeras en in de halfnatuurlijke landschapselementen in het agrarisch gebied neemt het Ellenberggetal voor stikstof juist nog steeds toe, evenals het aandeel van indicatorsoorten voor voedselrijkdom. En in de droge heide is het aandeel van soorten van voedselarme omstandigheden afgenomen. (zie tabblad 1). De situatie met betrekking tot vermesting is dus nogal wisselend en vooral in de halfnatuurlijke landschapselementen van het agrarisch gebied gaat de vermesting nog steeds verder (zie tabblad 2).

Verzuring

De zure depositie is de laatste jaren duidelijk afgenomen. In de vegetatie is dit terug te vinden doordat de verzuring in bijna alle begroeiingstypen afneemt. Het duidelijkst zichtbaar is dit in verschillende halfnatuurlijke landschapselementen in het agrarisch gebied, de vochtige tot natte (broek)bossen, moerassen en het halfnatuurlijk grasland. In de duinen en op de heide is weinig tot geen verbetering te constateren. Opvallend is dat in de droge loofbossen en (droge) naaldbossen een omgekeerde tendens zichtbaar is: hier neemt de verzuring juist nog toe. Mogelijk is dit niet zozeer een gevolg van zure depositie, maar van ophoping van strooisel, wat verzuring in de hand werkt. (zie tabblad 3).

Verdroging

De soorten van droge omstandigheden nemen in de meeste begroeiingstypen af (zie tabblad 4). Dat de bodem op veel plaatsen vochtiger wordt, wordt vaak bevestigd door een toename van het gemiddelde Ellenberggetal voor vocht en - in mindere mate - een toename van soorten van vochtige omstandigheden. Behalve in de natuurlijke begroeiingstypen, is de toename ook terug te vinden in de halfnatuurlijke landschapselementen in het agrarisch gebied. Uitzonderingen op het vochtiger worden van de bodem zijn de open moerassen en vochtige heide. (zie tabblad 4)
Het vochtiger worden van de bodem is mogelijk het gevolg van de anti-verdrogingsmaatregelen die de afgelopen jaren genomen zijn. Maar ook klimaatveranderingen kunnen hierbij een rol spelen.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vermesting, verzuring en verdroging in de flora

Omschrijving

Vermesting, verzuring en verdroging in de flora

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Voor de gemiddelde toestand is het gemiddelde getal van Ellenberg berekend voor stikstof, vocht en zuurgraad. Voor de verandering in de periode 1999-2009 is gekeken naar de veranderingen in de bedekking van soorten. Zie verder de link naar methode LMF.

Basistabel

Zie Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Verzuring, vermesting en verdroging flora, 1999-2009 (indicator 1449, versie 01 , 18 januari 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.