Natuurlijke hulpbronnen

Voetafdruk door verschillende soorten consumptie, 2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het ruimtegebruik als gevolg van de binnenlandse consumptie - de Nederlandse voetafdruk - beslaat ongeveer drie keer het Nederlandse grondgebied. De aandelen van verschillende groepen consumptieartikelen lopen uiteen.

Ruimtegebruik van verschillende productgroepen

Voor de consumptie van Nederlanders was in 2005 een areaal nodig van bijna 100.000 vierkante kilometer, wat overeenkomt met drie keer het landoppervlak van Nederland. De papierconsumptie vereist alleen al ongeveer 25% van dit areaal. Ongeveer 20% komt van de productie van dierlijke eiwitten zoals vlees, zuivel en eieren. Daarvan is ongeveer 2500 km2 nodig voor de sojaproductie in Zuid- en Noord-Amerika. Het totale landgebruik dat nodig is voor het produceren van plantaardig voedsel en voor timmerhout (bouw- en constructiehout) is samen bijna 35%.

Gebruik van de ruimte heeft allerlei effecten op natuur en biodiversiteit

Behalve het ruimtebeslag zelf kan ook het verlies van de biodiversiteit in de voetafdruk in beeld gebracht worden. Door de milieudruk in productiegebieden nemen namelijk de van nature voorkomende soorten af in aantal of verdwijnen helemaal. De effecten op biodiversiteit hangen af van hoe intensief het land gebruikt wordt (Alkemade et al., 2009; Rood et al., 2004). Daarnaast zorgen intensieve productiemethoden ook voor milieudruk buiten de productiegebieden zelf, door onder andere stikstofemissies en de effecten van de benodigde infrastructuur.
Om een beeld te geven van het biodiversiteitsverlies in de voetafdruk, is het oppervlak van de Nederlandse voetafdruk (links in de figuur) gecombineerd met een index voor de biodiversiteit in de productieruimte (rechts in de figuur). De biodiversiteit is uitgedrukt in de indicator Mean Species Abundance (MSA), die aangeeft in hoeverre de van nature aanwezige soorten nog steeds aangetroffen worden (zowel wat betreft aanwezigheid op zich als de aanwezige aantallen per soort; Alkemade et al., 2009). Het oppervlak voetafdruk vermenigvuldigd met deze index leidt tot een eenheid van oppervlak (MSA km2).

Verlies aan biodiversiteit het grootst voor productie van voedsel

Het biodiversiteitverlies is relatief groot voor de productie van voedsel. Voor zowel plantaardig voedsel als dierlijke eiwitten wordt veel gebruik gemaakt van intensieve landbouwmethoden, waarbij de oorspronkelijke natuur is omgevormd tot productiegrond. Voor de productie van hout en papierpulp gaat relatief minder biodiversiteit verloren, doordat in beheerde en half-natuurlijke bossen het verlies aan oorspronkelijke soorten minder sterk is dan in landbouwgebieden.

Beleid: Kabinet neemt verantwoordelijkheid voor ecologische voetafdruk

De Europese Unie stelt als doel om in 2010 het verlies aan biodiversiteit gestopt te hebben. De Nederlandse nota "Biodiversiteit werkt - Beleidsprogramma Biodiversiteit 2008-2011" sluit hier op aan. Een doel van deze nota is om de aantasting van biodiversiteit in de voetafdruk te beperken, door onder andere het bevorderen van duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen. Verduurzaming van productketens vormt een belangrijk onderdeel van die aanpak. De verduurzaming richt zich in de periode 2008-2011 vooral op hout, soja, palmolie, biomassa, veen en de visserij (LNV, OS en VROM, 2008).

Referenties

  • Alkemade, R., Van Oorschot, M., Miles, L., Nellemann, C., Bakkenes, M. en ten Brink, B. (2009) GLOBIO3: A Framework to Investigate Options for Reducing Global Terrestrial Biodiversity Loss. Ecosystems 12, 374.
  • EEA (2007) Halting the loss of biodiversity by 2010: proposal for a first set of indicators to monitor progress in Europe, Technical report No 11/2007, EEA Copenhagen.
  • LNV, OS en VROM (2008). Biodiversiteit werkt, voor natuur voor mensen voor altijd. Beleidsprogramma Biodiversiteit 2008-2011. Ministeries van LNV, Ontwikkelingssamenwerking en VROM, Den Haag.
  • Milieu- en Natuurplanbureau (2007). Nederland en een duurzame wereld: armoede, klimaat en biodiversiteit. Tweede Duurzaamheidsverkenning. Rapport nr. 500084001. MNP, Bilthoven.
  • PBL (2008) Milieubalans 2008. Rapportnr. 500081007, Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven.
  • Rood, G.A., H.C. Wilting, D. Nagelhout, B.J.E. ten Brink, R.J. Leewis en D.S. Nijdam (2004). Spoorzoeken naar de invloed van Nederlanders op de mondiale biodiversiteit. Rapport nr. 500013005. RIVM, Bilthoven.
  • Rood, T. en Alkemade, R. (2005) Averechtse effecten van schijnbaar duurzame oplossingen. ARENA 5, 76-80.
  • Wackernagel, M. en Rees, W. (1996) Our Ecological Footprint, Reducing Human Impact on the Earth. New Society Publishers, Gabriola Island, Canada.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ecologische voetafdruk 2005: oppervlakte en biodiversiteitsverlies

Omschrijving

De hoeveelheid ruimte die gebruikt wordt voor de productie van alle goederen die Nederlanders consumeren wordt de Nederlandse voetafdruk genoemd. De afname van de biodiversiteit in die voetafdruk is eveneens uitgedrukt in de eenheid van oppervlakte, het "MSA-oppervlak" (oppervlak gewogen naar verlies aan MSA-biodiversiteit; MSA staat voor de "natuurlijkheid" van een gebied.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving.

Berekeningswijze

Gegevens over consumptie van Nederlanders zijn gebaseerd op berekeningen van de netto consumptie van een aantal afzonderlijke grondstoffen (import min export plus binnenlandse productie). Dat is zowel voor producten gedaan uit de akkerbouw, veeteelt als bosbouw. Inputgegevens zijn afkomstig uit de CBS statistieken, aangevuld met informatie voor specifieke grondstoffen (zoals soja) afkomstig uit sectorrapportages.

Het totale ruimtebeslag wordt berekend door de hoeveelheid netto geconsumeerde goederen te combineren met de opbrengstcijfers uit verschillende wereldregio's. Deze zijn gebaseerd op een groot aantal literatuurbronnen en modellen.

Bij grondstoffen die maar een deel van de oogst bedragen (bv de soja-olie die uit de zaden wordt geperst) is gewerkt met de zogenaamde economische allocatie: de grondstof wordt maar deels aan het totale areaal van het gewas gerelateerd en wel via het aandeel dat een grondstof heeft in de totale monetaire opbrengst.

Het biodiversiteitsverlies door consumptie wordt berekend door het verlies aan biodiversiteit van verschillende typen landgebruik (Alkemade et al., 2009) te vermenigvuldigen met het gebruikte areaal per grondstof, waarbij rekening wordt gehouden met de teeltwijze van de betreffende grondstof (intensief of extensief).

Geografische verdeling

Verdeling naar grote mondiale landengroepen (OECD-landen, opkomende economie├źn, rest van de wereld)

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Rood, G.A., H.C. Wilting, D. Nagelhout, B.J.E. ten Brink, R.J. Leewis en D.S. Nijdam (2004). Spoorzoeken naar de invloed van Nederlanders op de mondiale biodiversiteit. Rapport nr. 500013005. RIVM, Bilthoven.

Rood, T. en Alkemade, R. (2005) Averechtse effecten van schijnbaar duurzame oplossingen. ARENA 5, 76-80.

Alkemade, R., Van Oorschot, M., Miles, L., Nellemann, C., Bakkenes, M. en ten Brink, B. (2009) GLOBIO3: A Framework to Investigate Options for Reducing Global Terrestrial Biodiversity Loss. Ecosystems 12, 374.

Wackernagel, M. en Rees, W. (1996) Our Ecological Footprint, Reducing Human Impact on the Earth. New Society Publishers, Gabriola Island, Canada.

Opmerking

De indicator voetafdruk maakt onderdeel uit van de set van SEBI-indicatoren die Nederland heeft geselecteerd om de nationale voortgang richting EU-doelstelling te evalueren (EEA, 2007).
De hier gegeven indicator is een variatie op de zogeheten ecologische voetafdruk van Wackernagel en Rees (1996). In hun benadering wordt ook de consumptie van fossiele brandstoffen meegenomen, en wel als virtueel landgebruik (ruimte nodig voor compensatie van CO2-emissie met bossen). Daarnaast wordt er een omrekenfactor gehanteerd (global hectares) om te corrigeren voor de verschillende opbrengst niveaus van landbouwgebieden in verschillende wereldregio's. In de rapportages van het PBL wordt steeds het echte ruimtegebruik gerapporteerd, en het verlies aan biodiversiteit in de gebruiksruimte. Daarnaast zijn er specifieke indicatoren voor broeikasgasemissies, die aanhaken bij het klimaatbeleid.

Betrouwbaarheidscodering

D. Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Voetafdruk door verschillende soorten consumptie, 2005 (indicator 1464, versie 01 , 8 september 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.