Compendium voor de Leefomgeving
468 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Vogels van het boerenland

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door veranderingen in de landbouw zijn veel broedvogels van het agrarische gebied in Nederland achteruitgegaan. Deze ontwikkeling doet zich in heel Europa voor.

Ontwikkeling in Nederland

De algemene broedvogels van het agrarische gebied komen in Nederland steeds minder voor. De meeste soorten laten een sterke of matige achteruitgang zien.
Nederland gebruikt een nationale variant van de Europese Farmland Bird Index met 13 soorten. Het streven is daarbij om ervoor te zorgen dat er na 2010 geen verdere afname meer plaats vindt en dat tussen 2007 en 2010 de achteruitgang afgeremd wordt.

Ontwikkeling in Europa

De ontwikkeling van de groep algemene broedvogels van akkers en weilanden in geheel Europa vertoont bijna dezelfde lijn als die van Nederland. Waarschijnlijk beperkt deze achteruitgang zich niet tot vogels, maar geldt die ook voor andere dier- en plantgroepen van het agrarische gebied. De Europese Unie gebruikt daarom deze Farmland Bird Index met 33 soorten vogels als algemene indicator voor de kwaliteit van het agrarische gebied. Nederland neemt ten opzichte van andere landen in Europa een middenpositie in (zie tabblad Europa).

Oorzaken achteruitgang Nederland

De oorzaken van achteruitgang van de vogels in het boerenland zijn vooral het intensieve gebruik van bouw- en grasland, de veranderingen in gewaskeuze en de schaalvergroting van de landbouw, waardoor veel kleine landschapselementen als houtwallen en overhoekjes zijn verdwenen. Een andere factor is het verlies aan broedhabitat door uitbreiding van steden en infrastructuur en het intensievere gebruik daarvan.
De maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen, hebben de achteruitgang tot nu toe niet kunnen stoppen.

Oorzaken achteruitgang Europa

In Noordwest Europa spelen ongeveer dezelfde factoren een rol als in Nederland. In Oost- en in mindere mate Zuid-Europa speelt een andere factor een belangrijke rol. Op veel onrendabele landbouwgronden wordt de agrarische bedrijfsvoering beƫindigd, waarna verruiging en uiteindelijk verbossing plaatsvindt.

Uitgebreide selectie van soorten

De selectie van 13 soorten voor Nederland is gebaseerd op die van Europa, maar omdat deze niet alle kenmerkende soorten van het agrarische gebied in Nederland omvat, is ter aanvulling ook de trend en index van een uitgebreidere selectie van 27 soorten van het agrarische gebied opgenomen.
De trend van minder uitgebreide selectie (13 soorten) vertoont weinig verschil met de trend van de uitgebreide selectie (27 soorten, zie tweede tabblad).

Referenties

  • Beintema, A., O. Moedt en D. Ellinger (1995) Ecologische atlas van de Nederlandse weidevogels. Schuyt & Co., Haarlem
  • Butler, S.J., J.A.Vickery en K.Norris (2007) Farmland biodiversity and the footprint of agriculture. Science Vol. 315 no. 5810: 381-384.
  • Dijk, A.J. van, A. Boele, L. van den Bremer, F. Hustings, W. van Manen, A. van Kleunen, K. Koffijberg, W. Teunissen, C. van Turnhout, B. Voslamber, F. Willems, D. Zoetebier en C.L. Plate (2007). Broedvogels in Nederland 2005. SOVON-monitoringrapport 2007/01. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
  • Gregory, R.D., A. van Strien, P. Vorisek, A.W. Gmelig Meyling, D.G. Noble, R.P.B. Foppen en D.W. Gibbons (2005). Developing indicators for European birds. Phil. Trans. R. Soc. 360: 269-288.
  • PECBMS (2007) State of Europe's Common Birds, 2007. CSO/RSPB, Prague, Czech Republic.
  • Regiebureau POP (2008) website regiebureau POP: POP 2007-2013 / Basisdocumenten / Bijlage 5 factsheets indicatoren.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Vogels van het boerenland

Omschrijving

Common Farmland Bird Index van Nederland en Europa

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De grafiek van het tabblad "13 soorten" toont:A. de Soortgroep Trend Index (STI van de landelijke trend in Nederland) voor algemene broedvogels van het agrarische gebied. De STI is het meetkundige gemiddelde index van 13 soorten (met 1990 = 100). De selectie van 13 soorten is gebaseerd op de selectie voor de EU (Regiebureau POP). Het betreft de soorten geelgors, gele kwikstaart, grasmus, grutto, houtduif, huiszwaluw, kievit, putter, ringmus, spreeuw, torenvalk, veldleeuwerik en zomertortel.B. de Soortgroep Trend Index (STI, meetkundig gemiddelde) voor algemene broedvogels van het agrarische gebied in Europa omvat de volgende 33 soorten (met 1990 = 100): blonde tapuit, boerenzwaluw, cirlgors, duinpieper, Europese kanarie, geelgors, gele kwikstaart, grasmus, graspieper, grauwe gors, grauwe klauwier, grutto, hop, kalanderleeuwerik, kievit, kneu, kortteenleeuwerik, kuifleeuwerik, ooievaar, ortolaan, paapje, patrijs, ringmus, roek, roodborsttapuit, roodkopklauwier, rotsmus, spreeuw, thekla's leeuwerik, torenvalk, veldleeuwerik, zomertortel en zwarte spreeuw.De grafiek van het tabblad "27 soorten" toont de Soortgroep Trend Index (STI van de landelijke trend in Nederland) voor algemene broedvogels van het agrarische gebied. De STI is het meetkundige gemiddelde index van 27 soorten (met 1990 = 100). Deze selectie bevat ook soorten die in kenmerkend zijn voor het agrarische gebied in Nederland, maar niet voor het gehele agrarisch gebied in Europa.De gegevens zijn afkomstig uit het landelijke broedvogelmeetnet en het landelijke weidevogelmeetnet van het Netwerk Ecologische Monitoring. Voor de Europese trend is gebruik gemaakt van gegevens van de European Bird Census Council (EBCC), RSPB, Birdlife en het CBS.
Bij de vergelijking van Nederland ten opzichte van andere landen van Europa is de verandering in % per jaar van de trendlijn gegeven.

Basistabel

Zie Download figuurdata, tabblad afzonderlijke soorten

Geografisch verdeling

Nederland en Europa

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

PECBMS (2007) State of Europe's Common Birds, 2007. CSO/RSPB, Prague, Czech Republic.
Gregory, R.D., A. van Strien, P. Vorisek, A.W. Gmelig Meyling, D.G. Noble, R.P.B. Foppen en D.W. Gibbons (2005). Developing indicators for European birds. Phil. Trans. R. Soc. 360: 269-288.
Regiebureau POP (2008) website regiebureau POP: POP 2007-2013 / Basisdocumenten / Bijlage 5 factsheets indicatoren.

Opmerking

Er zijn twee trends opgenomen. Onder het tabblad "13 soorten" staat de selectie van typische boerenlandsoorten voor Nederland uit de 33 soorten van de Europese index (Farmland Bird Index). Het tabblad "27 soorten" omvat een selectie van de meest kenmerkende boerenlandvogels in Nederland. Deze selectie bevat ook soorten die niet voor alle landen in Europa als kenmerkend gelden.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Vogels van het boerenland (indicator 1479, versie 03 , 6 maart 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.