Landschap

Ontwikkeling ruimtegebruik in Nationale Landschappen, 2000 - 2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Tussen 2000 en 2010 is het totaal aantal woningen in de Nationale Landschappen toegenomen met 54.627; dit is een toename van 6,5%. In de periode 2000 - 2006 bedroeg de toename 28,191 woningen, in de periode 2006 - 2010 kwamen er 26.436 woningen bij. De helft van de Nationale Landschappen kent over de periode 2000 - 2010 een sterkere relatieve toename dan het landelijke gemiddelde van 9%, met de grootste toename in de Stelling van Amsterdam. Het gaat hier om bijna 900 woningen die vooral in Aalsmeer en Uithoorn gebouwd zijn.

Woningbouw in Nationale Landschappen is toegenomen

Tussen 2000 en 2010 is het totaal aantal woningen in de Nationale Landschappen toegenomen met 54.627; dit is een toename van 6,5%. In de periode 2000 - 2006 bedroeg de toename 28,191 woningen, in de periode 2006 - 2010 kwamen er 26.436 woningen bij.
De helft van de Nationale Landschappen kent over de periode 2000 - 2010 een sterkere relatieve toename dan het landelijke gemiddelde van 9%, met de grootste toename in de Stelling van Amsterdam. Het gaat hier om bijna 900 woningen die vooral in Aalsmeer en Uithoorn gebouwd zijn.
Absoluut gezien vond de grootste toename van het aantal woningen plaats in het Nationaal Landschap het Groene Hart (ongeveer 16.000 woningen). De toename komt vooral voor rekening voor grootschalige nieuwbouwlocaties: Alphen aan den Rijn (2.500 woningen), Woerden (2.000 woningen) en Gouda (900 woningen). Deze uitbreidingen zijn al langer lopende plannen in uitvoering. Daarnaast zijn er een aantal nieuwbouwwijkjes binnen het bestaande bebouwd gebied (Nieuwkoop, Vianen). Van opvallende omvang zijn de uitbreiding in De Ronde Venen, en nieuwbouw bij Woubrugge en Roelofsarendsveen. Een deel hiervan betreft recreatiewoningen aan het water (Kaag en Braassem). Ook de Veluwe laat een aanzienlijke absolute toename zien, met ruim 6.000 nieuwe woningen die vooral in gemeenten aan de randen gebouwd zijn: Wezep, Renkum, Nunspeet, Elburg en Epe. Een deel hiervan bestaat uit recreatiewoningen.
In het algemeen zijn de ontwikkelingen in de Nationale Landschappen nieuwbouw binnen het bestaande bebouwde gebied, of tegen dit gebied aan, en binnen de bebouwingscontouren die in de streekplannen en later de Provinciale Ruimtelijke Verordeningen aangegeven zijn.

Oppervlakte stedelijk gebied toegenomen

Binnen alle Nationale Landschappen is tussen 2000 en 2008 een toename van woon- en werkgebieden, infrastructuur en glastuinbouw te zien. Deze toename van het oppervlakte aan stedelijk gebied is percentueel vooral in de IJsseldelta sterk toegenomen, gekeken naar het aantal hectares was de toename het grootst in het Groene Hart. De toename aan stedelijk gebied in de IJsseldelta komt voor het grootste deel door de uitbreiding van het oppervlak glastuinbouw in het tuinbouwgebied de Koekoek en een groot bedrijventerrein in Genemuiden. De toename in het Groene Hart wordt vooral veroorzaakt door grootschalige woningbouw in Gouda, Alphen aan den Rijn en Woerden.

Grootschalige infrastructurele ontwikkelingen in Nationale Landschappen

De voormalige Nota Ruimte gaf aan dat nieuwe grootschalige infrastructurele projecten in de Nationale Landschappen niet waren toegestaan. In de periode 2000-2012 is op divers plaatsen de bestaande hoofdwegen infrastructuur uitgebreid. Onder andere de aanleg van extra rijstroken langs de A2 in het Groene Hart en het Groene Woud, en langs de A12 in het Groene Hart. Bij nieuwe infrastructuur vallen te noemen de recent gestarte aanleg van de Centrale As door de Noordelijke Wouden, de N50 in de IJsseldelta, de HSL door (deels onder) het Groene Hart en de N57 op Walcheren.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van IenM heeft aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, waardoor het staat hen vrij staat het te continueren dan wel te wijzigen of te beƫindigen.
Deze indicator is dan ook nadrukkelijk een indicator van (een selectie van het) losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd. Het gaat om indicatoren op het gebied van verstedelijking (verdichting en nabijheid) en open ruimte en landschap (woningbouw in Rijksbufferzones en Nationale Landschappen).

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen nationale landschappen

Omschrijving

Ontwikkeling aantal woningen in Nationale Landschappen

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

Per Nationaal Landschap zijn op basis van de Woningregistratie het aantal woningen ingeteld voor de jaren 2000, 2002, 2004, 2006, 2008 en 2010. Daarnaast is de CBS Bodemstatistiek 2006 en 2008 gebruikt.

Basistabel

Zie Berekeningswijze

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Zie berekeningswijze

Verschijningsfrequentie

2-jaarlijks

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Ontwikkeling ruimtegebruik in Nationale Landschappen, 2000 - 2010 (indicator 1513, versie 02 , 20 september 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.