Compendium voor de Leefomgeving
460 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Lokale natuurkwaliteit; periode 2000-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In Nederland heeft weinig oppervlak natuur een goede kwaliteit, voor 80% voldoet deze niet aan de beleidsdoelstellingen.

De huidige kwaliteit in natuurgebieden is vaak beperkt

Veel natuur in Nederland heeft een beperkte kwaliteit. Dit wordt zichtbaar als het aantal voorkomende doelsoorten vlinders, planten en vogels wordt geteld. Ook andere beoordelingsmaatlatten laten een vergelijkbaar beeld zien. Zo is, volgens de kwaliteitscriteria van de EU-habitatrichtlijn, voor twee derde van de beschermde habitats de mate van instandhouding matig tot zeer ongunstig. Ook volgens de maatlat van de Kaderrichtlijn Water is veel waternatuur aangetast in vergelijking met een meer natuurlijke referentie.

Grote natuurgebieden zijn hotspots van biodiversiteit

Kwalitatief hoogwaardige natuur wordt vooral gevonden in grotere gebieden, zoals de Veluwe en een aantal duingebieden evenals een aantal grotere moeras- en heidegebieden. Dit komt door een grotere mate van ruimtelijke samenhang en betere milieucondities doordat verstorende invloeden zich meer op afstand bevinden.

Natuurkwaliteit verschilt aanmerkelijk tussen provincies

Niet elke provincie heeft evenveel grote gebieden, en ook de milieudruk varieert aanzienlijk tussen provincies. Daarnaast is de natuur op arme zandgronden veel gevoeliger voor bijvoorbeeld vermesting en verzuring dan de natuur op kleigrond. Deze factoren bepalen in belangrijke mate de verschillen in natuurkwaliteit tussen provincies. Een duidelijk voorbeeld is de provincie Noord-Brabant met een hoge milieudruk door intensieve landbouw en een natuur die vooral gelegen is op zandgrond. Deze combinatie brengt een lage natuurkwaliteit voort. De relatief hoge natuurkwaliteit van Flevoland daarentegen, wordt grotendeels bepaald door de gunstige ruimtelijke samenhang in grote natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, de beperkte milieudruk en de nog jonge kleibodem.

Nieuwe systematiek verschaft een nauwkeurig beeld van de huidige natuurkwaliteit

Het Rijk, provincies en beheerders werken nu samen aan een nieuwe systematiek die de kwaliteit van de Nederlandse natuur in beeld brengt. Bovenstaande grafiek geeft een eerste indruk van de kwaliteit weer. Met dit type informatie kan de overheid prioriteiten stellen en doelgerichter instrumenten inzetten voor behoud en kwaliteitsverbetering van de Nederlandse natuur.

Referenties

  • Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Havenman, A.J.F.M. van Opstal en F.J. van Zadelhoff (2002). Handboek Natuurdoeltypen. LNV, 2002.
  • MNP (2005). Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur. Ruimte, milieu en watercondities voor duurzaam behoud van biodiversiteit. Milieu- en Natuurplanbureau rapport nr. 408768003.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Lokale natuurkwaliteit

Omschrijving

De indicator geeft de kwaliteit weer van de Nederlandse natuur per provincie.

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

De methodiek wordt beschreven in Bal et al. (2002) en is gebaseerd op verspreidingsgegevens van vogels, vlinders en planten. Per natuurdoeltype wordt gekeken in hoeverre de nagestreefde vegetatiestructuur aanwezig is en hoeveel doelsoorten er voorkomen.

Basistabel

De natuur is beoordeeld ten opzichte van de nagestreefde natuurdoeltypen (Bal et al., 2002), zoals gepresenteerd in provinciale natuurdoeltypenkaarten (MNP, 2005).

Geografisch verdeling

Nederlandse natuurgebieden

Andere variabelen

De kwaliteit van de lokale natuur maakt deel uit van een set parameters die worden toegepast om te toetsen of internationale doelstellingen met betrekking tot biodiversiteit en natuurcondities realiseerbaar zijn met het huidige beleid.

Verschijningsfrequentie

Eens in de 10 jaar, op basis van huidige verspreidingsatlassen.

Achtergrondliteratuur

Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Havenman, A.J.F.M. van Opstal en F.J. van Zadelhoff (2002). Handboek Natuurdoeltypen. LNV, 2002.
MNP (2005). Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur. Ruimte, milieu en watercondities voor duurzaam behoud van biodiversiteit. Milieu- en Natuurplanbureau rapport nr 408768003. MNP, Bilthoven

Opmerking

Het Rijk, provincies en beheerders werken nu samen aan een nieuwe systematiek die de kwaliteit van de Nederlandse natuur in beeld brengt. De huidige indicator geeft een eerste invulling van dit beeld weer.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Lokale natuurkwaliteit; periode 2000-2005 (indicator 1518, versie 01 , 29 september 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.