Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurbeleid en natuurbescherming

Milieucondities in natuurgebieden; periode 1990- 2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De milieu- en watercondities in natuurgebieden verbeteren, maar zijn vaak nog onvoldoende voor duurzaam behoud van de natuur.

Milieu- en watercondities verbeteren

Het Nederlandse natuurbeleid streeft naar duurzame condities voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties. Sinds 1990 zijn de milieu- en watercondities in natuurgebieden verbeterd, maar duurzame niveaus zijn nog niet bereikt. In Nederland bedreigen vooral vermesting en verzuring, verdroging, de slechte waterkwaliteit en het gebrek aan ruimtelijke samenhang het behoud van intacte ecosystemen met de bijbehorende inheemse planten en dieren.

Verzuring is afgenomen, maar vermesting veroorzaakt nog veel problemen

Door nationaal en internationaal milieubeleid is de lucht schoner geworden, waardoor minder zuur en stikstof terecht komt op natuur. Ondanks deze verbeteringen blijft de verontreiniging via de lucht toch nog te hoog voor duurzaam behoud van veel natuur. De bodemverzuring gaat dan wel veel trager dan vroeger, maar het zet nog steeds door (De Vries, 2008). Momenteel is het nu vooral het stikstof uit de 'zure regen' die de oorzaak is van acute problemen in de natuur. De acute problemen worden vooral veroorzaakt door het vermestende effect van stikstof. Veel planten- en diersoorten die gevoelig zijn voor stikstof, zijn inmiddels bedreigd en staan op de Rode Lijst.

Verdroging blijft een hardnekkig knelpunt

Voor het behoud van biodiversiteit op het land is een juiste vochttoestand belangrijk. Veel natuurgebieden zijn verdroogd door een ongunstige grondwaterstand en/of -kwaliteit. Het natuurbeleid stelt zich als doel om deze situatie te verbeteren. Volgens IPO/RIZA- enquêtes is sinds 1990 3% van het verdroogde areaal volledig hydrologisch hersteld, 13% zou gedeeltelijk zijn hersteld (IPO/RIZA, 2005). Op basis van metingen is deze verbetering echter niet waarneembaar (Hoogland et al., 2008).

Watercondities verbeteren

De waterkwaliteit van Nederlandse zoete en zoute wateren verbetert geleidelijk door nationaal en internationaal beleid. De milieudruk is echter nog steeds te hoog om de waterafhankelijke biodiversiteit duurzaam te beschermen (Ligtvoet et al., 2008). Een belangrijk knelpunt is de eutrofiering door meststoffen, zoals stikstof en fosfaat. Het belangrijkste knelpunt in zoute wateren is nu de hoge stikstofconcentratie. In de riviermonden lag de stikstofconcentratie in 2005 nog drie keer boven de norm, in kustwateren en open zee twee keer.

Referenties

  • De Vries, W. (2008) Verzuring: oorzaken, effecten, kritische belastingen en monitoring van de gevolgen van ingezet beleid. Alterra-rapport 1699. Alterra Wageningen Universiteit en Research Centrum, Wageningen.
  • Hoogland, T., G.B.M. Heuvelink & M. Knotters (2008) De seizoensfluctuatie van de grondwaterstand in natuurgebieden vanaf 1985 in kaart gebracht. WOt-rapport 89. WOT Natuur & Milieu, Wageningen.
  • IPO/RIZA (2005). Verdrogingskaart 2004 van Nederland. Landelijke inventarisatie van verdroogde gebieden en projecten verdrogingsbestrijding. IPO publicatie nr. 260, Interprovinciaal Overleg en Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbeheer, Den Haag.
  • Ligtvoet, W., G. Beugelink, C. Brink, R. Franken en F. Kragt (2008). Kwaliteit voor Later. Ex Ante evaluatie Kaderrichtlijn Water. Rapportnummer 50014001. PBL, Bilthoven.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Milieucondities in natuurgebieden

Omschrijving

De indicator geeft weer hoe milieu- en watercondities in natuurgebieden veranderen sinds 1990.De grafiek toont hoe de condities zich verhouden tot de niveaus voor duurzame instandhouding.

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

De methode is beschreven in Bredenoord et al., 2008. De figuur geeft weer hoeveel de milieu- en watercondities afwijken van niveaus die nodig zijn voor duurzame bescherming van natuur. Bij de index 100 zijn de vereiste condities bereikt. Voor verzuring en vermesting van landnatuur zijn kritische stikstofdepositieniveaus van natuurdoeltypen vergeleken met de stikstofdepositieniveaus op die natuurdoeltypen. Bij verdroging is de index gebaseerd op zowel het areaal verdroogd natuurgebied als het verschil tussen optimale grondwaterstanden voor natuurdoeltypen en grondwaterstanden in natuurgebieden. Bij vermesting van wateren zijn nutriëntgehalten in zoete (fosfaat) en zoute wateren vergeleken met normen voor nutriëntniveaus (in zoete wateren KRW-normen).

Geografisch verdeling

Nederlandse natuurgebieden

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Bredenoord, H.W.B., A. van Hinsberg, B. de Knegt, W. Nieuwenhuizen, M.M.P. van Oorschot, P.J.T.M. van Puijenbroek, F.G. Wortelboer (2008). Evaluatie natuur- en landschapsbeleid. Achtergrondrapport bij de Natuurbalans 2008. Rapport nummer 500402012. PBL. Bilthoven.

Opmerking

De indicator voor verzuring/vermesting van land natuur maakt onderdeel uit van de set van indicatoren die de Europese Unie gebruikt om biodiversiteitsverlies te toetsen.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Milieucondities in natuurgebieden; periode 1990- 2007 (indicator 1522, versie 01 , 6 november 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.