Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Versnippering

Ruimtelijke samenhang van natuurgebieden; periode 1990- 2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door het toenemende oppervlak natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) stijgt ook de ruimtelijke samenhang ervan.

De ruimtelijke samenhang van natuurgebieden is onvoldoende

Het Nederlandse natuurbeleid streeft naar duurzame condities voor het voortbestaan van alle in 1982 voorkomende soorten en populaties. Om soorten en populaties in Nederland te behouden, moet voldoende leefgebied aanwezig zijn. De ruimtelijke condities zijn niet goed wanneer het leefgebied te klein is of te veel versnipperd. Veel soorten staan op de Rode Lijst of zijn als doelsoort aangemerkt vanwege de te beperkte ruimtelijke samenhang van de ecosystemen waarvan zij afhankelijk zijn. Het Rijk en de provincies willen die ruimtelijke samenhang verbeteren.

De EHS verbetert de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden

Met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) wordt de totstandkoming van een samenhangend netwerk van natuurgebieden beoogd. Met het sinds 1990 toegenomen oppervlak aan natuur, is ook de ruimtelijke samenhang van de natuur verbeterd. Daarmee is het percentage bedreigde diersoorten afgenomen van 35 naar 33% (PBL, 2008). Het oppervlak met goede ruimtelijke condities is procentueel meer verbeterd.

Robuuste verbindingen en lokale ontsnippering

Naast een samenhangende toename van het oppervlak natuur zet de overheid in op het realiseren van robuuste verbindingen tussen natuurgebieden. Daarnaast neemt het beleid lokale maatregelen om versnippering door rijkswegen, spoor- en vaarwegen tegen te gaan, dit in het kader van het Meerjarenprogramma Ontsnippering. De robuuste verbindingen hebben tot doel de EHS tot een samenhangend netwerk te maken, waardoor soorten zich tussen de verschillende leefgebieden kunnen verplaatsen. De voortgang hiervan loopt echter achter op schema. Veel provincies hebben de robuuste verbindingen nog niet begrensd of hebben ze slechts globaal op kaart aangegeven (LNV, 2008).

Referenties

  • LNV (2008) Groot project Ecologisch Hoofdstructuur, Eerste voortgangsrapportage, rapportagejaar 2007. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.
  • PBL (2008) Doelbereikingsmonitor Nota Ruimte. De eerste vervolgmeting. Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ruimtelijke samenhang van natuurgebieden in de EHS

Omschrijving

De indicator geeft weer hoe het oppervlak van de natuurgebieden in de EHS groeit en hoe hiermee de ruimtelijke condities voor natuur veranderen.

Verantwoordelijk instituut

Alterra, Wageningen UR

Berekeningswijze

De ruimtelijke condities zijn uitgedrukt als hectaren natuur met goede ruimtelijke condities. Per locatie is aangegeven welke doelsoorten geschikt leefgebied hebben, gelet op noodzakelijk habitatareaal (uitgaande van optimale milieucondities). Geschikt leefgebied is gedefinieerd als een voldoende omvangrijk samenhangend oppervlak voor een sleutelpopulatie (Reijnen et al., 2009).

Basistabel

De ruimtelijke condities zijn ingeschat met het model LARCH uitgaande van de typen natuur zoals die voorkomen in de EHS (MNP, 2005).

Geografisch verdeling

Nederlandse natuurgebieden

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

MNP (2005). Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur. Ruimte, milieu en watercondities voor duurzaam behoud van biodiversiteit. Milieu- en Natuurplanbureau rapport nr 408768003. Bilthoven.
Reijnen, R., Hinsberg, A.v., Esbroek, M.L.P.v.,Knegt, B.d., Pouwels, R. en Wiertz, J. (2009) Natuurgraadmeter voor nationale beleidsdoelen. Aanpassing van Natuurwaarde 1.0. WOt-rapport in voorbereiding. WOT Natuur & Milieu, Wageningen.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Ruimtelijke samenhang van natuurgebieden; periode 1990- 2007 (indicator 1523, versie 01 , 6 november 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.