Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Vegetatie van naaldbossen, 1999-2014

In de naaldbossen in Nederland vindt omvorming plaats van naaldbos naar loofbos of gemengd bos. Dit heeft geleid tot afname van de kenmerkende soorten van naaldbos en toename van het aandeel struiken. Opvallend is de afname van het gras bochtige smele.

Naaldbossen

In Nederland zijn in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw op de Veluwe, in Noord-Brabant, in Drenthe en in de duinen veel naaldbossen aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan of om hout te leveren voor de mijnbouw in Limburg. In Nederland met zijn gematigd klimaat komen naaldbossen van nature niet voor.
Veel aanplanten van naaldbossen bestaan uit monoculturen van niet-inheemse houtproductiesoorten, zoals zwarte den, lariks, fijnspar en douglasspar.
De ondergroei van naaldbossen is doorgaans schaars en arm aan plantensoorten, maar rijk aan paddenstoelen, waaronder vaak bijzondere soorten.

Omvorming naar loofbos

Momenteel worden veel naaldbossen geleidelijk omgevormd tot natuurlijker loofbossen met inheemse soorten. Dat past in het beleid om de toename van meer natuurlijke bossen met inheemse boomsoorten te bevorderen. Op veel plekken in Nederland worden daartoe naaldbomen gekapt en/of worden naaldbossen zodanig uitgedund dat loofbomen een kans krijgen. Deze omvorming is zichtbaar in de afname van de bedekking van verschillende naaldboomsoorten en een toename van loofbomen als beuk, berk en zomereik(tabblad Soorten) Ook is het zichtbaar in een toename van de ondergroei (tabblad Ondergroei). De soortenrijkdom van naaldbossen verandert bij deze omvorming overigens niet of nauwelijks.

Oppervlakte naaldbos

In 2013 bedroeg het oppervlak aan naaldbos 111.000 ha op een totaal van 373.000 ha bos. Het grootste deel van het naaldbos bestaat uit monoculturen van één soort naaldboom. Het aandeel van naaldbossen (zonder gemengd naald-loofbos) in het totaal aan bos in Nederland is afgenomen van 40% in 1985-1986 tot 29,7% in 2013. Een ontwikkeling die zich bij een voortzetting van het huidige omvormingsbeleid zal doorzetten.

Bochtige smele

De omvorming van naaldbos naar loofbos kan ook gevolgen hebben voor de struiken, kruidachtige planten en grassen in de ondergroei. Struiken en kruiden blijken toe te nemen, maar grassen nemen enigszins af. Opvallend daarbij is de afname van bochtige smele (tabblad Bochtige smele), een indicatorsoort voor voedselrijke omstandigheden. Mogelijk heeft de afname daarvan méér te maken met verdringing door kruiden en struiken dan met een verlaging van de stikstofdepositie in de Nederlandse bossen. De milieuomstandigheden in naaldbossen veranderen namelijk maar weinig.

Referenties

  • Arnolds, E. (2008). Paddenstoelen pleiten vóór naaldbossen. Vakblad natuur bos landschap september 2008: 6-10.
  • Cáceres, M. de en P. Legendre (2009). Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90 (12): 3566-3574.
  • Meij, T. van der en L. van Duuren (2000). Veranderingen in oppervlakten van natuurtypen tussen 1950 en 1990. Kwartaalbericht Milieustatistieken 2000-2. CBS. Voorburg/Heerlen.
  • Schelhaas, M.J., A.P.P.M. Clerkx, W.P. Daamen, J. Oldenburger, G. Velema, P. Schnitger, H. Schoonderwoerd & H. Kramer (2014). Zesde Nederlandse Bosinventarisatie: methoden en basisresultaten. Alterra-rapport 2545. Alterra Wageningen UR, Wageningen.
  • Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée en L. van Duuren (2005). Atlas van Plantengemeenschappen in Nederland. Bossen, struwelen en ruigten. KNNV uitgeverij, Utrecht.

Relevante informatie

Technische toelichting

Omschrijving

Veranderingen in de flora van naaldbossen

Basistabel

Zie Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

Het aantal soorten van naaldbossen is afgemeten aan het aantal hogere planten dat in de proefvlakken voorkomt. In naaldbossen is dat doorgaans tamelijk gering, maar ze kunnen wél rijk zijn aan soorten paddenstoelen.

De figuur die betrekking heeft op de ondergroei laat sinds versie 4 van deze indicator indexcijfers zien (met 1999=100) zodat die vergelijkbaar is met de andere twee figuren.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Vegetatie van naaldbossen, 1999-2014 (indicator 1545, versie 05 , 15 december 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.