Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend van zoogdieren, 1990-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Zoogdieren zijn sinds 1990 sterk vooruitgegaan en sinds 2005 neemt het aantal bedreigde soorten af.

Zoogdieren gaan vooruit

Sinds 1990 zijn zoogdieren als groep gemiddeld gestaag vooruitgegaan (eerste tabblad). Dat geldt voor allerlei soorten, waaronder vleermuizen, hertachtigen en zeehonden. Een paar soorten zijn geherintroduceerd in Nederland (otter, bever) en de aantallen daarvan zijn ook toegenomen. Slechts enkele soorten gaan waarschijnlijk nog steeds achteruit, waaronder wezel, hermelijn en bunzing.

Rode Lijst Indicator

Rond 2005 stonden meer soorten zoogdieren op de Rode Lijst van bedreigde soorten dan in 1995. Er was dus in 1995-2005 nog een verslechtering van de status van wilde zoogdieren in Nederland. Maar in 2013 staan er minder soorten op de Rode Lijst dan in 1995 (RLI-lengte; tweede tabblad) en ook de gemiddelde ernst van de bedreiging is lager dan in 1995 (RLI-kleur; tweede tabblad). Voor een deel komt dat door de verbeteringen bij vleermuizen en de gewone zeehond. Maar ook andere soorten zijn inmiddels minder bedreigd, waaronder de grote bosmuis en de bruinvis, al is het bij de laatste soort nog niet helemaal duidelijk of dat een werkelijke verbetering is of dat deze dieren tegenwoordig dichter onder de kust leven dan voorheen. Het voortbestaan van sommige andere soorten is onzeker op langere termijn, waaronder van eikelmuis en hamster.

Oorzaken

Behalve herintroducties van enkele soorten pakt de bescherming van verblijfplaatsen van vleermuizen (mergelgroeves, bunkers, ijskelders) vermoedelijk gunstig uit, net als de bescherming van gebieden voor de gewone en grijze zeehond. Mogelijk heeft ook klimaatverandering voordelen voor een aantal vleermuissoorten doordat zomerse verblijfplaatsen warmer zijn of doordat er meer en grotere insecten aanwezig zijn. Bovendien is de jacht in Nederland inmiddels gereguleerd, waarvan bijvoorbeeld grote hoefdieren (damhert, edelhert, wild zwijn) hebben geprofiteerd. De das heeft geprofiteerd van de aanleg van ecoducten, tunnels en rasters om verkeersslachtoffers te voorkomen.

Referenties

  • Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk en J.B.M. Thissen (1992). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij KNNV, Utrecht.
  • Dijkstra, Vilmar & Tom van der Meij (2012). Resultaten dagactieve zoogdieren 2012. De Telganger, oktober 2013.
  • Strien, A. van, R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur, (115) 5: 208-211.
  • Verweij, R., A. van Strien en M. La Haye (in druk). Minder zoogdieren op de virtuele Rode Lijst. Zoogdier.
  • WWF (2014). Living Planet Report 2014, Species and spaces, people and places. WWF, Gland, Zwitserland.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Trend zoogdieren

Omschrijving

Ontwikkeling populatie en verspreiding van zoogdieren als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet dagactieve zoogdieren (6 soorten), aan de vleermuismeetnetten (8 soorten) en aan het meetnet hazelmuizen van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM).
Daarnaast zijn gegevens gebruikt van de tellingen van zeehonden (2 soorten) en van braakbalmetingen. In het laatste geval gaat het om de trends in de verspreiding van 11 soorten muizen. Verder zijn uit waarnemingen van hamster, bever, otter, das en bruinvis trends afgeleid.
De jaarlijkse indexcijfers van deze 33 soorten zijn meetkundig gemiddeld over alle soorten (met indexwaarde 2000 = 100 voor elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index Nederland, 1990-2017. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al. in voorb.).
De gegevens van deze 33 soorten zijn tevens gebruikt voor de Rode Lijst Indicator. Omdat over andere soorten zoogdieren moeilijk kwantitatieve gegevens zijn te verkrijgen vanwege hun verborgen levenswijze is de Rode Lijst status van deze overige soorten afgeleid uit niet-gestandaardiseerde tellingen en expertkennis.
De Rode Lijst Indicator, 1995-2018 is gebaseerd op het aantal soorten op de Rode Lijst per jaar (RLI-Lengte). De variant RLI-kleur telt ook de verschuivingen tussen de categorieƫn op de Rode Lijst mee (Van Strien et al., 2014).

Basistabel

Er zijn geen indexcijfers van afzonderlijke soorten opgenomen onder Download figuurdata.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Strien, A. van, R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur, (115) 5: 208-211.

Opmerking

Over vleermuizen is ook een afzonderlijke indicator verschenen.

Betrouwbaarheidscodering

C.. Schattingen van trends van een aantal soorten voor de RLI zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen en expert kennis.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Trend van zoogdieren, 1990-2013 (indicator 1571, versie 01 , 17 oktober 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.