Verstedelijking

Bundeling wonen in nationale bundelingsgebieden, 2000-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het beleid van de Nota Ruimte is gericht op het bundelen van stedelijke ontwikkelingen in daarvoor aangewezen nationale bundelingsgebieden. Het doel is om het bundelingspercentage (het aandeel stedelijke ontwikkelingen binnen deze gebieden) minimaal gelijk te houden vanaf het jaar 2000. In de afgelopen perioden 2000-2004, 2004-2006 en 2006-2008 is het bundelingspercentage voor wonen nauwelijks gewijzigd. Er zijn wel regionale verschillen.

Bundelingspercentage van woningen in Flevoland stijgen het meest

Het bundelingspercentage van woningen voor heel Nederland is vrijwel gelijk gebleven op 54 procent. Ook binnen de verschillende provincies zijn er geen grote veranderingen in het aandeel woningen binnen het bundelingsgebied. De bundeling in de provincie Flevoland is door de relatief hoge woningbouwproductie het meest gestegen (ruim 3 procentpunten sinds 2000). Deze stijging vond vooral plaats tussen 2000 en 2004. Ook de provincies Utrecht en Noord-Brabant laten een relatief hoge bundeling van de netto toevoeging aan de woningvoorraad zien. Nieuwe woningen worden daar dus vooral binnen de bundelingsgebieden gebouwd. In de provincies Overijssel, Noord-Holland en Limburg ligt het bundelingspercentage van de na 2000 netto toegevoegde woningen juist lager dan de bundeling van de al bestaande woningvoorraad in 2000.
In Groningen is de woningvoorraad binnen het bundelingsgebied in de periode 2004-2006 afgenomen. Het gaat hierbij echter om erg kleine absolute aantallen (zowel de afname binnen het bundelingsgebied als de toename buiten het bundelingsgebied). Hierdoor heeft dit nauwelijks effect op het totale bundelingspercentage.

Geen bundeling van inwoners binnen bundelingsgebieden in Overijssel en Limburg

Een bundeling van inwoners binnen nationale bundelingsgebieden is als zodanig geen doelstelling in de Nota Ruimte. Om het beeld compleet te maken is toch ook naar de bundeling van inwoners gekeken. Hierbij blijkt dat er ook in het aandeel inwoners binnen het bundelingsgebied geen grote veranderingen zijn. De bundeling van het aantal inwoners ligt met 52 procent iets lager dan dat van de woningvoorraad en is sinds 2000 licht toegenomen. De bundeling van inwoners in de provincie Flevoland is het meest gestegen, bijna 3,5 procentpunt sinds 2000. De provincies Overijssel en Limburg vormen hierop een uitzondering. In Overijssel is de toename van het aantal inwoners sterker buiten het bundelingsgebied dan daarbinnen. De provincie Limburg heeft te maken met een afname van de bevolking en daarbij neemt het aantal inwoners binnen bundelingsgebied harder af dan daarbuiten. In Groningen is het aantal inwoners buiten het bundelingsgebied sinds 2004 afgenomen.

Relevante doelstellingen Nota Ruimte

Uitvoeringsdoelstellingen:

  • Bundeling van verstedelijking in bundelingsgebieden


Operationele doelstellingen:

  • Ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra; verbeteren van de leefbaarheid en de sociaaleconomische positie van de steden; behoud en versterking van de variatie tussen stad en land


Algemene doelstellingen:

  • Versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland; krachtige steden; vitaal platteland

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bundeling van wonen binnen nationale bundelingsgebieden.

Omschrijving

Aandeel (percentage) van de bestaande woningvoorraad en aandeel (percentage) van de netto toevoeging aan de woningvoorraad binnen de nationale bundelingsgebieden.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Berekeningswijze

Woningen uit het CBS woningregister zijn met behulp van het bestand Adrescoördinaten Nederland gelokaliseerd en vervolgens per provincie ingeteld naar ligging binnen of buiten nationaal bundelingsgebied. Door de grote massa van de bestaande woningvoorraad verandert het bundelingspercentage niet zo snel (ter illustratie: als de totale netto toevoeging aan de woningvoorraad in de periode 2000-2008 buiten het bundelingsgebied zou zijn gerealiseerd, dan zou het bundelingspercentage daarmee met 3,5 procent afnemen). Om de ontwikkeling (afname of toename van bundeling) beter in beeld te krijgen, is daarom ook het bundelingspercentage van de netto toevoeging aan de woningvoorraad in de perioden 2000-2004, 2004-2006 en 2006-2008 berekend. Naast woningen zijn door het CBS ook het aantal inwoners uit de GBA ingeteld naar wonen binnen of buiten bundelingsgebied. Voor de begrenzing van bundelingsgebieden zijn de medio 2009 door provincies vastgestelde grenzen gebruikt, aangevuld met de voorlopige grenzen uit de Nota Ruimte voor de provincies waar nog geen bundelingsgebied was vastgesteld. De door provincies aangewezen regionale bundelingsgebieden zijn buiten beschouwing gelaten.

Basistabel

CBS Woningregister en Adrescoördinaten Nederland (ACN).

Geografisch verdeling

Provincies in Nederland.

Verschijningsfrequentie

Per twee jaar.

Opmerking

In de Nota Ruimte zijn voorlopige grenzen van nationale bundelingsgebieden aangewezen. Het is de bedoeling dat een definitieve begrenzing door de provincies wordt vastgesteld. Een aantal provincies heeft de grens van het bundelingsgebied reeds vastgesteld. Naast het nationale bundelingsgebied hebben verschillende provincies ook regionale bundelingsgebieden aangewezen. Deze regionale bundelingsgebieden zijn bij deze analyse buiten beschouwing gelaten.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Bundeling wonen in nationale bundelingsgebieden, 2000-2008 (indicator 2005, versie 03 , 20 mei 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.