Verstedelijking

Bundeling wonen in nationale bundelingsgebieden, 2000-2012

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het aandeel woningen en inwoners binnen nationale bundelingsgebieden is in de periode 2000-2012 licht toegenomen. Iets meer dan de helft van het aantal woningen en inwoners ligt binnen nationale bundelingsgebieden. Voor heel Nederland is het aandeel inwoners binnen bundelingsgebied tussen 2000 en 2012 met 0,9 procentpunt toegenomen.

Bundeling wonen

In de Nota Ruimte zijn nationale bundelingsgebieden voor verstedelijking aangewezen. Het doel daarbij was dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen het aandeel verstedelijking binnen deze bundelingsgebieden ten minste gelijk zou blijven. Dit doel is losgelaten met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tussen 2000 en 2012 is het aandeel wonen binnen de bundelingsgebieden licht toegenomen. Tussen 2000 en 2010 is het aandeel woningen binnen bundelingsgebied met 0,2 en het aandeel inwoners met 0,6 procentpunt toegenomen. In de meest recente analyseperiode (2010 - 2012) is het aandeel woningen gelijk gebleven en nam het aandeel inwoners licht toe met 0,3 procentpunt.

Bundeling wonen per provincie

Ook in de meeste afzonderlijke provincies is het aandeel wonen binnen de nationale bundelingsgebieden licht toegenomen, met name in de provincies Flevoland, Groningen, Utrecht en Noord-Brabant. In de provincies Limburg en Overijssel zijn de aandelen wonen binnen bundelingsgebied afgenomen. Deze afname wordt veroorzaakt door een grotere toename van het aantal woningen buiten bundelingsgebied dan daarbinnen. In Limburg was tussen 2000 en 2010 ook sprake van een afname van het aantal inwoners binnen bundelingsgebied. In de provincies Friesland en Zeeland zijn geen nationale bundelingsgebieden verstedelijking aangewezen.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van IenM heeft aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de SVIR zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, daardoor staat het hen vrij dit beleid te continueren dan wel te wijzigen of te beƫindigen.
Het betreft hier dan ook nadrukkelijk een indicator van losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd. Het gaat om indicatoren op het gebied van verstedelijking (bundeling en verdichting) en open ruimte en landschap (ruimtelijke ontwikkelingen in Rijksbufferzones en Nationale Landschappen).

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bundeling van wonen (woningen en inwoners) in nationale bundelingsgebieden verstedelijking, 2000-2012

Omschrijving

Het aandeel woningen en inwoners binnen nationale bundelingsgebieden verstedelijking en de veranderingen tussen 2000 en 2012 uitgesplitst naar provincies.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en CBS

Berekeningswijze

Woningen en wooneenheden uit het woningregister van het CBS en inwoners uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) zijn via koppeling met het basisregister adressen en gebouwen (BAG) van coƶrdinaten voorzien. Vervolgens is door het CBS de ligging ten opzichte van nationale bundelingsgebieden verstedelijking bepaald. Verandering van aantallen binnen en buiten bundelingsgebieden zijn berekend en de aandelen binnen bundelingsgebied per provincie.

Basistabel

CBS Woningregister en gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Geografisch verdeling

Nederland, provincies

Opmerking

Als gevolg van nieuwe berekeningswijze van het CBS, waarbij woningen en wooneenheden als woningvoorraad zijn samengenomen, wijken de gegevens af van in eerdere versies van deze indicator gepresenteerde cijfers.
Omdat er jaarlijks ten opzichte van de bestaande woningvoorraad slechts een kleine toename is, kan het aandeel binnen bundelingsgebied niet sterk veranderen. Op basis van de totale uitbreiding van wonen tussen 2000 en 2010 is de maximale verandering van het aandeel binnen bundelingsgebied -4,5 tot +3,7 procentpunt voor wonen en -2,2 en +2,1 procentpunt voor inwoners (als deze uitbreiding totaal buiten of binnen bundelingsgebied zou zijn gerealiseerd).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Bundeling wonen in nationale bundelingsgebieden, 2000-2012 (indicator 2005, versie 05 , 10 september 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.