Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verstedelijking

Bundeling werken binnen nationale bundelingsgebieden, 2000-2016

Tussen 2007 en 2016 is het aandeel werken binnen nationale bundelingsgebieden niet sterk veranderd. Ruim de helft van de bedrijfsvestigingen en bijna 60 procent van het aantal arbeidsplaatsen ligt binnen de nationale bundelingsgebieden verstedelijking. Het aandeel bedrijfsvestigingen binnen deze gebieden is in de periode van 2000 tot 2016 met 3,3 procentpunt toegenomen tot 55,9 procent. Het aandeel arbeidsplaatsen binnen bundelingsgebieden is vrij stabiel.

Bundeling bedrijfsvestigingen toegenomen

In de Nota Ruimte zijn nationale bundelingsgebieden voor verstedelijking aangewezen. Het doel daarbij was dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen het aandeel verstedelijking binnen deze bundelingsgebieden ten minste gelijk zou blijven. De motivatie was dat hiermee de reeds gedane investeringen in netwerken en voorzieningen duurzaam en adequaat worden benut, en de economische potenties en agglomeratievoordelen behouden. Dit bood tegelijkertijd kansen voor behoud van variatie tussen stad en land en voor ontwikkeling van culturele en landschappelijke waarden. Dit doel is losgelaten met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Op verzoek van de toenmalige minister van IenM is het PBL de ontwikkeling van het aandeel wonen binnen bundelingsgebieden blijven monitoren.
Sinds 2000 is het aandeel werken binnen nationale bundelingsgebieden verstedelijking niet sterk veranderd. Het aandeel bedrijfsvestigingen is in de periode van 2000 tot 2016 met 3,3 procentpunt toegenomen (waarvan 1,0 in de periode 2014 tot 2016) tot 55,9 procent. Het aandeel arbeidsplaatsen binnen bundelingsgebieden is vrij stabiel. Na een lichte afname tussen 2002 en 2012 was er in de periode 2012 tot 2016 weer een toename van 0,7 procentpunt waarmee het aandeel weer op eenzelfde niveau was als in 2002 (58,8 procent).

Bundeling werken per provincie

Het aandeel bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen binnen bundelingsgebied verschilt per provincie van ongeveer 80 procent in Zuid-Holland tot 15 procent in Drenthe. In de provincies Friesland en Zeeland zijn geen nationale bundelingsgebieden aangewezen. Over de gehele periode is het aantal bedrijfsvestigingen toegenomen. In het merendeel van de provincies was de toename binnen bundelingsgebied groter dan daarbuiten. Alleen in Gelderland, Overijssel, Drenthe en Limburg was dit niet zo. In Overijssel en Limburg is het aandeel bedrijfsvestigingen binnen bundelingsgebied in 2016 kleiner dan in 2000. De bundelingsgebieden in deze provincies liggen in regio's waar de bevolking krimpt (Zuid-Limburg) of minder sterk groeit dan in de rest van de provincie (Twente). De ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen laat een wisselend beeld zien. Tussen 2012 en 2014 nam het aantal arbeidsplaatsen in Nederland af. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Utrecht en Flevoland was hierbij de afname binnen bundelingsgebied groter dan daarbuiten. In perioden met groei van het aantal arbeidsplaatsen is over het algemeen deze groei binnen bundelingsgebieden groter dan daarbuiten. In de meest recente periode tussen 2014 en 2016 was dit alleen in Overijssel en Gelderland niet het geval. Uiteindelijk is in de provincies Limburg, Overijssel en Zuid-Holland het aandeel arbeidsplaatsen binnen bundelingsgebieden in 2016 kleiner dan in 2000.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van IenM heeft aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de SVIR zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, daardoor staat het hen vrij dit beleid te continueren dan wel te wijzigen of te beëindigen. Het betreft dan ook nadrukkelijk een indicator van losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd. Het gaat om indicatoren op het gebied van verstedelijking (bundeling en verdichting) en open ruimte en landschap (ruimtelijke ontwikkelingen in Rijksbufferzones en Nationale Landschappen).

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bundeling van werken (bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen) in nationale bundelingsgebieden verstedelijking, 2000-2016

Omschrijving

Het aandeel bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen binnen nationale bundelingsgebieden verstedelijking en de veranderingen tussen 2000 en 2016 uitgesplitst naar provincies.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

Bedrijfsvestigingen uit het LISA-vestigingenregister zijn via een koppeling met adrescoördinaten Nederland (ACN) en basisregister adressen en gebouwen (BAG) van coördinaten voorzien. Vervolgens is de ligging ten opzichte van nationale bundelingsgebieden verstedelijking bepaald. Verandering van aantal vestigingen en arbeidsplaatsen binnen en buiten bundelingsgebieden zijn berekend en de aandelen binnen bundelingsgebied per provincie.

Basistabel

LISA vestigingenregister

Geografisch verdeling

Nederland, provincies

Opmerking

Als gevolg van historische correcties in het LISA-bestand, wijken de gegevens af van in eerdere versies van deze indicator gepresenteerde cijfers.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Bundeling werken binnen nationale bundelingsgebieden, 2000-2016 (indicator 2006, versie 07 , 6 september 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.