Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verstedelijking

Ontwikkelingen in Rijksbufferzones, 2000-2017

Het rijksbeleid voor de Rijksbufferzones is in 2012 afgeschaft, maar de ruimtelijke ontwikkelingen worden nog wel gemonitord. Over de periode 2000-2015 is bebouwing en infrastructuur met 0,5 procent van het totale oppervlak Rijksbufferzones toegenomen, bos, natuur en water met 0,9 procent en recreatie met 1,2 procent. Dit is ten koste gegaan van agrarisch landgebruik. De jaarlijkse toename van het aantal woningen was in de periode 2000-2017 in de bufferzones relatief ruim 30% lager dan in Nederland als geheel. Zowel in de bufferzones als in heel Nederland was de toename in deze periode vóór 2012 groter dan daarna.

Verandering ruimtegebruik in Rijksbufferzones

De Nota Ruimte streefde naar een goede balans tussen rood en groen, naar een vergroting van de recreatieve functie van de Rijksbufferzones en naar een beperking van de verstedelijking en de aanleg van grootschalige infrastructuur binnen Rijksbufferzones. Dit doel is losgelaten met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Op verzoek van de toenmalige minister van IenM is het PBL de ontwikkeling van het aantal woningen in de Nationale Landschappen blijven monitoren.

Over de gehele periode 2000-2015 is bebouwing en infrastructuur met 0,5 procent van het totale oppervlak Rijksbufferzones toegenomen, bos, natuur en water met 0,9 procent en recreatie met 1,2 procent. Dit is ten koste gegaan van agrarisch landgebruik, dat met 2,7 procent is afgenomen (verschil tussen toe- en afname door afronding). Voor de periode 2012-2015 betrof de verandering voornamelijk een afname van agrarisch areaal ten bate van natuurgebied en water.

Tussen 2000 en 2010 is in de Rijksbufferzones gemiddeld 100 ha agrarisch gebied per jaar omgezet naar recreatieve functies, bebouwing en infrastructuur, bouwterrein en bos, natuur en water. In de periode 2010-2012 heeft deze trend zich voortgezet: een verdere afname van agrarisch gebied (ongeveer 340 ha per jaar) ten gunste van vooral recreatie functies (ongeveer 240 ha per jaar). Alleen de categorie "bouwterrein" in de Rijksbufferzones Amsterdam-Haarlem, Maastricht-Sittard/Geleen, Midden-Delfland en Utrecht-Hilversum kent een grotere toename. Het merendeel van deze bouwterreinen is omgezet in recreatie (bijvoorbeeld de "Tuinen van West" in Amsterdam-West, een golfterrein in Midden-Delfland, het Noorderpark in Utrecht). In de periode 2000-2012 is in de Rijksbufferzone Amsterdam-Haarlem grootschalige infrastructuur aangelegd in de vorm van de A5 en de 'Polderbaan' van Schiphol. In de Rijksbufferzone Midden-Delfland is de A4 aangelegd.

Verandering woningvoorraad in Rijksbufferzones

De woningvoorraad is in de periode 2000-2012, toen het Rijksbeleid nog gold, met 0,56% per jaar toegenomen; tussen 2012 en 2017 was dat 0,45% per jaar. Ter vergelijking, landelijk waren deze getallen respectievelijk 0,82% en 0,67%. Tot 2012 groeide de woningvoorraad in alle bufferzones, maar minder sterk dan het landelijk gemiddelde. De bufferzone tussen Den Haag - Leiden - Zoetermeer, en tussen Maastricht - Sittard/Geleen kenden in deze periode tot 2012 de grootste groei, die vrijwel gelijke tred hield met de landelijke cijfers. Het grootste deel van de nieuwe woningen werd gerealiseerd buiten het bestaand bebouwd gebied. Uitzondering hierop vormde de bufferzone Amsterdam-Haarlem waar iets meer dan de helft van de uitbreiding binnen het bebouwd gebied werd gerealiseerd.

Tussen 2012 en 2017 zijn er 313 woningen bijgebouwd in de Rijksbufferzones. Voor 2016-2017 waren dit er 56, waarvan 25 in Amstelland-Vechtstreek. Dit laatste betreft de ontwikkeling van een villawijk op het Naardereiland. In deze periode vertoonden de gegevens meer spreiding, met vier bufferzones waar de groei sterker was dan het landelijk gemiddelde en één bufferzone - Sittard/Geleen - Heerlen - waar de woningvoorraad afnam. Hier waren in 2017 negen woningen minder dan in 2012.

Geschiedenis bufferzonebeleid

Het Rijk voert het Rijksbufferzonebeleid al sinds het eind van de jaren vijftig. Het bestond destijds uit een combinatie van sturing op streek- en bestemmingsplannen en aankoop van gronden voor recreatie, natuur en blijvende landbouw. Eerder onderzoek toonde al aan dat de Rijksbufferzones aantoonbaar minder zijn verstedelijkt dan het gebied daarbuiten (Bervaes et al. 2001, van der Wouden 2015).

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van IenM heeft aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de SVIR zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, daardoor staat het hen vrij dit beleid te continueren dan wel te wijzigen of te beëindigen.

Het betreft dan ook nadrukkelijk een indicator van losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd.

Referenties

  • IenM (2012), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
  • VROM, LNV, VenW & BZK (2006), Nota Ruimte, Den Haag: Ministeries van VROM, LNV, VenW & BZK.
  • Bervaes, J.C.A.M., W. Kuindersma & J. Onderstal (2001), Rijksbufferzones, Verleden, heden en toekomst, Alterra-rapport 360, Wageningen: Alterra.
  • Van der Wouden (2015), De ruimtelijke metamorfose van Nederland 1988-2015. Het tijdperk van de Vierde Nota, Den Haag/Rotterdam: Nai010/PBL

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ontwikkelingen (ruimtegebruik en woningvoorraad) binnen Rijksbufferzones

Omschrijving

Veranderingen van bodemgebruik (2000 - 2015) en de woningvoorraad (2000 - 2017) binnen Rijksbufferzones.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en CBS

Berekeningswijze

Stand en veranderingen in het bodemgebruik binnen Rijksbufferzones zijn berekend via een combinatie (overlay) van de grenzen van Rijksbufferzones met het Bestand bodemgebruik van CBS. Per bufferzone is de oppervlakte van de verschillende bodemgebruiksklassen berekend. Ten behoeve van de analyse zijn een aantal bodemgebruiksklassen samengevoegd. Agrarisch: klasse 51 Bos, natuur: klassen 60 t/m 62 Recreatie: klassen 40 t/m 44 Bebouwing en infrastructuur: klassen 10 t/m 33 + 35 +50 Bouwterrein: klasse 34 Water: klassen 70 t/m 83 Woningen en wooneenheden uit het woningregister van het CBS zijn via koppeling met het basisregister adressen en gebouwen (BAG) van coördinaten voorzien. Vervolgens zijn door het CBS aantallen woningen binnen Rijksbufferzones bepaald. Uiteindelijk zijn veranderingen van het aantal woningen per bufferzone tussen 2000 en 2012 berekend.

Basistabel

CBS Bestand bodemgebruik 2000, 2006, 2008, 2010, 2012 en 2015CBS Woningregister 2000 - 2012, BAG 2012, 2014, 2016 en 2017

Geografisch verdeling

Nederland

Opmerking

Bij de berekening van veranderingen in bodemgebruik is rekening gehouden met door CBS aangebrachte correcties in het bestand bodemgebruik. Als gevolg van nieuwe berekeningswijze van het CBS, waarbij woningen en wooneenheden als woningvoorraad zijn samengenomen, wijken de gegevens af van in eerdere versies van deze indicator gepresenteerde cijfers. Zie ook www.clo.nl/trendbreuk-woningvoorraad.

Betrouwbaarheidscodering

Telling op basis van Woningregistratie van het CBS. Vanaf 2012 is de bron daarvan gewijzigd waardoor er een trendbreuk optreedt. www.clo.nl/trendbreuk-woningvoorraad Bodemstatistiek. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Ontwikkelingen in Rijksbufferzones, 2000-2017 (indicator 2010, versie 07 , 6 september 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.