Sustainable Development Goals

Openbaarvervoer-, auto- en multimodale ontsluiting werkgebieden, 1996-2020

Het totaal aantal arbeidsplaatsen in Nederland is tussen 1996 en 2020 met bijna 40% toegenomen. Het aantal arbeidsplaatsen is relatief het meest gestegen op autosnelweglocaties en op multimodaal ontsloten locaties. Op locaties met uitsluitend openbaar vervoer en op overige (matig ontsloten) locaties is het aantal arbeidsplaatsen relatief minder gestegen. Het effect van de opening van nieuwe stations nabij werkgelegenheid werd gecompenseerd door een sterke daling van de werkgelegenheid rond bestaande stations. Het aantal arbeidsplaatsen in de directe omgeving van een op- of afrit van een autosnelweg is juist gestegen vanwege de opening van nieuwe op- en afritten en de sterke groei van de werkgelegenheid op autolocaties zoals bedrijventerreinen. Dit heeft ertoe geleid dat in 2020 een relatief groter aandeel van de arbeidsplaatsen op matig ontsloten locaties en autolocaties te vinden is, en een kleiner aandeel op OV-locaties en multimodale locaties.

Sterke toename arbeidsplaatsen op snelweglocaties en multimodaal ontsloten locaties

Het absolute aantal arbeidsplaatsen in Nederland is tussen 1996 en 2020 met 38 procent toegenomen (Tabel 1). Het aantal arbeidsplaatsen op autosnelweglocaties en multimodaal ontsloten locaties is het sterkst toegenomen (respectievelijk ruim 56 en 49 procent), terwijl het aantal arbeidsplaatsen op locaties met uitsluiten OV en op overige (matig ontsloten) locaties met respectievelijk 28 en 24 procent veel minder is gestegen (zie definitie ontsluitingskwaliteiten). Toch is in 2020 het grootste deel van de arbeidsplaatsen in Nederland nog altijd op de overige locaties (33,7%) en autolocaties (30,7%) te vinden, en een kleiner aandeel van 19,7% op multimodale locaties en 15,9% op OV-locaties (Tabel 2).

Tabel 1. Absolute verandering ontsluiting arbeidsplaatsen in miljoenen naar type locatie (Bron: PBL)
  1996 2020 % verschil
Multimodaal 1,01 1,51 49%
OV 0,94 1,21 28%
Auto 1,42 2,22 56%
Overig 2,00 2,48 24%
Totaal 5,38 7,42 38%

De relatieve verdeling van arbeidsplaatsen naar type ontsluiting tussen 1996 en 2020 toont vooral een sterke toename op autolocaties en in mindere mate op multimodaal ontsloten locaties (Tabel 2). Het aandeel arbeidsplaatsen op locaties met uitsluitend OV en op matig ontsloten locaties is daarentegen afgenomen. Het effect van de opening van nieuwe stations en de arbeidsplaatsenontwikkeling rond nieuwe stations werd teniet gedaan door de relatieve afname van werkgelegenheidsontwikkeling bij bestaande stations.
Die verschuivingen kunnen uiteengelegd worden in drie componenten:

  • Het effect van groei of afname van het aantal arbeidsplaatsen rond bestaande stations en op- en afritten. Dit heeft geleid tot 4,0 procent groter aandeel van arbeidsplaatsen bij autosnelweglocaties en een afname van het aandeel arbeidsplaatsen met respectievelijk 2,0 procent bij bestaande stations en 1,4 procent voor multimodale locaties;
  • Het effect van de opening van nieuwe stations en op- en afritten op de ontsluiting van bestaande arbeidsplaatsen. Dit heeft geleid tot 2,6 procent lager aandeel op matig ontsloten locaties, en een groter aandeel op vooral multimodale locaties (2,4 %);
  • Het effect van de toe- of afname van het aantal arbeidsplaatsen nabij nieuwe stations en op en afritten. Dit heeft geleid tot een iets groter aandeel van arbeidsplaatsen op multimodale en OV locaties (resp. 0,6% en 0,3%) en 0,6 procent lager aandeel op matig ontsloten locaties.
Tabel 2. Verandering ontsluiting arbeidsplaatsen naar type locatie (Bron: PBL)
  1996 2020 verschil meer/minder arbeidsplaatsen bij bestaande stations/afritten effect nieuwe stations en afritten voor bestaande arbeidsplaatsen meer/minder arbeidsplaatsen bij nieuwe stations/afritten
Multimodaal 18,9% 20,4% 1,5% -1,4% 2,4% 0,6%
OV 17,5% 16,2% -1,2% -2,0% 0,4% 0,3%
Auto 26,4% 29,9% 3,5% 4,0% -0,2% -0,3%
Matig ontsloten 37,3% 33,5% -3,8% -0,6% -2,6% -0,6%

Het aandeel arbeidsplaatsen in de omgeving van een op- of afrit van een autosnelweg (dat zijn dus auto- en multimodale locaties) steeg tussen 1996 en 2020 van 45 naar 50 procent. Dit kwam door een combinatie van de opening van nieuwe op- en afritten en de sterke groei van de werkgelegenheid op autolocaties.

Tabel 3. Ontsluiting arbeidsplaatsen per provincie 2020 (Bron: PBL)
  Multimodaal OV Auto Matig Totaal*
Groningen 24% 13% 26% 37% 100%
Friesland 10% 19% 28% 43% 100%
Drenthe 8% 10% 32% 50% 100%
Overijssel 12% 23% 25% 40% 100%
Flevoland 9% 22% 28% 42% 100%
Gelderland 10% 20% 30% 40% 100%
Utrecht 25% 18% 34% 22% 100%
Noord-Holland 32% 17% 24% 27% 100%
Zuid-Holland 29% 13% 28% 30% 100%
Zeeland 12% 7% 15% 66% 100%
Noord-Brabant 8% 15% 41% 36% 100%
Limburg 25% 12% 34% 28% 100%
Totaal 20% 16% 30% 33% 100%
*door afronding tellen niet alle cijfers op tot 100  

 

Tabel 4. Verandering Ontsluiting arbeidsplaatsen per provincie 1996-2020 (Bron: PBL)
  Multimodaal OV Auto Matig Totaal*
Groningen -2% 1% 2% -1% 0%
Friesland -1% -2% 6% -2% 0%
Drenthe 1% -4% 11% -7% 0%
Overijssel 1% -8% 6% 1% 0%
Flevoland 2% 6% 3% -10% 0%
Gelderland 0% -3% 8% -6% 0%
Utrecht 4% 2% -3% -3% 0%
Noord-Holland 5% 0% -1% -4% 0%
Zuid-Holland 1% 1% 0% -2% 0%
Zeeland -1% 0% 5% -4% 0%
Noord-Brabant -3% -2% 10% -4% 0%
Limburg 7% -7% 5% -5% 0%
Totaal 2% -1% 3% -4% 0%
*door afronding tellen niet alle cijfers op tot 0  

Ruimtelijk beeld van arbeidsplaatsen naar kwaliteit van ontsluiting

Vooral in de stedelijke regio's werken mensen op locaties die goed tot afdoend multimodaal zijn ontsloten. Door de aanleg van nieuwe autosnelwegen is het aantal arbeidsplaatsen op locaties die goed tot afdoend per auto (of multimodaal) zijn ontsloten duidelijk toegenomen, vooral in Oost-Brabant respectievelijk Twente en Limburg, door onder andere de openstelling van de A50 en de A73. De toename van banen op locaties die goed tot afdoend per OV zijn ontsloten is het grootst geweest in Flevoland en Utrecht. Wat de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen betreft, was de toename procentueel het grootste in Noord Holland, Flevoland, Utrecht en Overijssel. De ontwikkeling in de Zeeland en Limburg is achtergebleven.

Definitie ontsluitingskwaliteit

Onderstaande tabel geeft aan welke criteria zijn aangehouden om te bepalen of locaties goed dan wel nog afdoend ontsloten zijn per openbaar vervoer of auto. Voor 'goed ontsloten' gelden voor wonen en werken dezelfde criteria. Voor 'nog afdoend ontsloten' verschillen deze voor wat betreft het openbaar vervoer. Mensen zijn namelijk bereid om een langere afstand te accepteren tussen hun woning en het openbaar vervoer dan tussen hun werk en het openbaar vervoer.

Definitie ontsluitingskwaliteit (Bron: PBL)
  Goed ontsloten Afdoend ontsloten  
    Wonen Werken
Per openbaar vervoer < 250 m metro/sneltram < 500 m station < 750 m IC knooppunt 250-1.000 m metro/sneltram 500-2.000 m station 750-3.000 m IC knooppunt 250-500 m metro/sneltram 500-1.000 m station 750-1.500 m IC knooppunt
Per auto < 1.000 m afrit 1.000-2.000m afrit 1.000-2.000m afrit
       

Op basis van deze criteria zijn vervolgens multimodale locaties, openbaar vervoerlocaties en autolocaties gedefinieerd. Multimodale locaties zijn locaties die goed of afdoend zijn ontsloten door zowel openbaar vervoer als auto. Openbaar vervoerlocaties zijn goed of afdoend ontsloten per openbaar vervoer, maar minder goed ontsloten per auto. Autolocaties zijn goed of afdoend ontsloten per auto, maar minder goed ontsloten per openbaar vervoer. Alle locaties buiten deze locatietypen zijn als 'overig' geclassificeerd.

Definitie locatietypen naar ontsluitingskwaliteit (Bron: PBL)
  Wonen Werken
Multimodale locaties binnen 2.000 meter op-/afrit van een autosnelweg én binnen 1.000 meter metro/sneltram en/of 2.000 meter station en/of 3.000 meter IC-knooppunt binnen 2.000 meter op-/afrit én binnen 500 meter metro/sneltram en/of 1.000 meter station en/of 1.500 meter intercityknooppunt
Openbaarvervoerlocaties binnen 1.000 meter metro/sneltram en/of 2.000 meter station en/of 3.000 meter intercityknooppunt binnen 500 meter metro/sneltram en/of 1.000 meter station en/of 1.500 meter intercityknooppunt, maar buiten 2.000 meter van een afrit
Autosnelweglocaties binnen 2.000 meter op-/afrit, maar buiten 1.000 meter metro/sneltram en/of 2.000 meter station en/of 3.000 meter intercityknooppunt binnen 2.000 meter op-/afrit, maar buiten 500 meter metro/sneltram en/of 1.000 meter station en/of 1.500 meter intercityknooppunt

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Openbaarvervoer-, auto- en multimodale ontsluiting werkgebieden, 1996-2020

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

De coördinaten van ov- knooppunten en op/afritten zijn bekend voor de jaren 1996, 2000, 2002, 2004, 2006, 2008, 2010, 2012, 2014, 2016, 2018 en 2020 (peildatum 1 januari). Per PC6 wordt de hemelsbrede afstand tot dichtstbijzijnde station, ic-station, metro/sneltramhalte en op- en afrit berekend. Uitgerekend wordt welk deel van de arbeidsplaatsen/inwoners binnen de normafstand ligt uitgaande van aanbod aan knooppunten in de betreffende jaren. Vervolgens wordt bepaald of verandering komt door opening nieuwe knopen of andere verdeling arbeidsplaatsen/inwoners over pc6gebieden.

Geografisch verdeling

Landelijk

Verschijningsfrequentie

2-jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Openbaarvervoer-, auto- en multimodale ontsluiting werkgebieden, 1996-2020 (indicator 2139, versie 06 , 2 september 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.