Milieubeleid en milieumaatregelen

Openbaar vervoer-, auto- en multimodale ontsluiting woongebieden, 1996-2020

Het totaal aantal inwoners in Nederland is tussen 1996 en 2020 met 12% toegenomen. Het aantal inwoners is in deze periode relatief het sterkst gestegen nabij multimodaal ontsloten locaties en autosnelweglocaties. Op locaties met uitsluitend openbaar vervoer en op minder goed ontsloten locaties is het aantal inwoners relatief minder gestegen. Het grootste deel van de toename bij autolocaties komt voort uit de bouw van nieuwe woningen bij bestaande op- en afritten, terwijl de groei bij multimodale locaties en in mindere mate bij openbaar vervoerlocaties mede samenhangt met de opening van nieuwe stations. Dit heeft ertoe geleid dat in 2020 een derde van de inwoners op matig ontsloten locaties te vinden is, een kleiner aandeel op multimodale- en OV-locaties en het kleinste aandeel op autolocaties.

 

Tabel 1. Absolute verandering ontsluiting inwoners in miljoenen naar type locatie (Bron: PBL)
  1996 2020 % verschil
Multimodaal 3,89 4,69 20%
OV 4,21 4,70 11%
Auto 1,88 2,39 27%
Overig 5,50 5,63 2%
Totaal 15,49 17,40 12%

Aantal inwoners bij autosnelweg- en multimodaal ontsloten locaties sterkst gestegen

Het absolute aantal inwoners van Nederland is tussen 1996 en 2020 met 12 procent toegenomen (Tabel 1). Het aantal inwoners op autosnelweglocaties en multimodaal ontsloten locaties is met 27 en 20 procent het sterkst toegenomen, terwijl het aantal inwoners op locaties met uitsluitend openbaar vervoer en overige (matig ontsloten) locaties met respectievelijk 11 procent en 2 procent veel minder is gestegen (zie definitie ontsluitingskwaliteiten).

Tabel 2 Verandering ontsluiting inwoners naar type locatie, 1996-2020 (Bron: PBL)
  1996 2020 verschil meer/minder inwoners bij bestaande stations/afritten effect nieuwe stations en afritten voor bestaande inwoners meer/minder inwoners bij nieuwe stations/afritten
Multimodaal 25,1% 27,5% 2,4% -0,7% 2,1% 1,0%
OV 27,2% 27,2% 0,0% -0,7% -0,1% 0,8%
Auto 12,2% 13,2% 1,0% 1,5% 0,4% -0,9%
Matig ontsloten 35,5% 32,1% -3,4% -0,1% -2,4% -0,8%

Toch is in 2020 het grootste deel van de inwoners in Nederland nog altijd op de overige locaties te vinden (32,1%) en op multimodale en OV-locaties (beiden ruim 27%), vergeleken met 13,2% op uitsluitend autolocaties (Tabel 2).

De relatieve verdeling van inwoners naar type ontsluiting tussen 1996 en 2020 toont vooral een toename op multimodaal ontsloten locaties en autolocaties, van respectievelijk 2,4% en 1,0% (Tabel 2). Het aandeel inwoners op locaties met uitsluitend OV is daarentegen gelijk gebleven met 0,0%. Op matig ontsloten locaties is een afname (-3,4%) van het aandeel inwoners te zien, wat erop duidt dat de groei van de bevolking vooral op goed tot afdoend ontsloten locaties heeft plaatsgevonden.

De verschuivingen kunnen uiteengelegd worden in drie componenten:

  • Het effect van groei of afname van het aantal inwoners rond bestaande stations en op en afritten. Dit heeft geleid tot 1,5 procent groter aandeel inwoners bij autosnelweglocaties en een -0,7 procent lager aandeel inwoners bij OV-locaties en multimodale locaties;
  • Het effect van de opening van nieuwe stations en op en afritten op de ontsluiting van bestaande woongebieden. Dit heeft vooral geleid tot -2,4 procent lager aandeel inwoners op matig ontsloten locaties, en een groter aandeel inwoners op vooral multimodale locaties (2,1 procent), maar ook op autolocaties (0,4 procent);
  • Het effect van groei of afname van het aantal inwoners nabij nieuwe stations en op- en afritten. Dit heeft geleid een groter aandeel van de bevolking op multimodale (1,0 procent) en OV locaties (0,8 procent), en een lager aandeel inwoners op autolocaties en overige locaties (resp. -0,9 en -0,8 procent).
Tabel 3 Ontsluiting bevolking per provincie 2020 (Bron: PBL)
  OV+Auto OV Auto Geen Totaal*
Groningen 23% 32% 8% 38% 100%
Friesland 13% 23% 16% 48% 100%
Drenthe 12% 13% 21% 53% 100%
Overijssel 18% 44% 7% 31% 100%
Flevoland 24% 32% 11% 33% 100%
Gelderland 24% 31% 10% 34% 100%
Utrecht 39% 26% 12% 22% 100%
Noord-Holland 35% 30% 11% 24% 100%
Zuid-Holland 34% 25% 13% 28% 100%
Zeeland 18% 13% 5% 64% 100%
Noord-Brabant 19% 22% 23% 36% 100%
Limburg 29% 25% 12% 34% 100%
Totaal 28% 27% 13% 32% 100%
*door afronding tellen niet alle cijfers op tot 100%  

 

 

Tabel 4 Verandering ontsluiting bevolking per provincie 1996-2018 (Bron: PBL)
  OV+Auto OV Auto Geen Totaal*
Groningen 1% 4% 3% -7% 0%
Friesland -1% 0% 1% 0% 0%
Drenthe 1% -3% 9% -7% 0%
Overijssel 4% -2% 1% -4% 0%
Flevoland 11% -2% -1% -8% 0%
Gelderland 5% 0% -1% -4% 0%
Utrecht 2% 1% 1% -4% 0%
Noord-Holland 1% 1% -2% 0% 0%
Zuid-Holland 1% 0% 1% -2% 0%
Zeeland 1% -1% 1% -2% 0%
Noord-Brabant 0% 1% 3% -5% 0%
Limburg 7% -6% 2% -3% 0%
Totaal 2% 0% 1% -3% 0%
*door afronding tellen niet alle cijfers op tot 0%  

 

Ruimtelijk beeld van inwoners naar kwaliteit van ontsluiting

Vooral in de stedelijke regio's wonen mensen op locaties die goed tot afdoend multimodaal zijn ontsloten. Door de aanleg van nieuwe autosnelwegen is het aandeel inwoners op locaties die goed tot afdoend per auto (of multimodaal) zijn ontsloten duidelijk toegenomen, vooral in Drenthe, Flevoland en Limburg. De toename van het aandeel inwoners op locaties die uitsluitend goed tot afdoend per OV zijn ontsloten is het grootst geweest in Groningen.

Definitie ontsluitingskwaliteit

In tabel 5 staan de criteria die zijn aangehouden om te bepalen of locaties goed of afdoend ontsloten zijn per openbaar vervoer of auto. Voor 'goed ontsloten' locaties gelden voor wonen en werken dezelfde criteria. Voor 'afdoend ontsloten' verschillen deze criteria voor wat betreft het openbaar vervoer. Mensen zijn namelijk bereid om een langere afstand te accepteren tussen hun woning en het openbaar vervoer dan tussen hun werk en het openbaar vervoer.

Tabel 5 Definitie ontsluitingskwaliteit (Bron: PBL)
  Goed ontsloten Afdoend ontsloten  
    Wonen Werken
Per openbaar vervoer < 250 m metro/sneltram < 500 m station < 750 m IC knooppunt 250-1.000 m metro/sneltram 500-2.000 m station 750-3.000 m IC knooppunt 250-500 m metro/sneltram 500-1.000 m station 750-1.500 m IC knooppunt
Per auto < 1.000 m afrit 1.000-2.000m afrit 1.000-2.000m afrit

Op basis van deze criteria zijn vervolgens multimodale locaties, openbaar vervoerlocaties en autolocaties gedefinieerd. Multimodale locaties zijn locaties die goed of afdoend zijn ontsloten zowel per openbaar vervoer als per auto. Openbaar vervoerlocaties zijn goed of afdoend ontsloten per openbaar vervoer, maar minder goed ontsloten per auto. Autolocaties zijn goed of afdoend ontsloten per auto, maar minder goed ontsloten per openbaar vervoer. Alle locaties buiten deze locatietypen zijn als 'overig' geclassificeerd.

Tabel 6 Definitie locatietypen naar ontsluitingskwaliteit (Bron: PBL)
  Wonen Werken
Multimodale locaties binnen 2.000 meter op-/afrit van een autosnelweg én binnen 1.000 meter metro/sneltram en/of 2.000 meter station en/of 3.000 meter IC-knooppunt binnen 2.000 meter op-/afrit én binnen 500 meter metro/sneltram en/of 1.000 meter station en/of 1.500 meter intercityknooppunt
Openbaarvervoerlocaties binnen 1.000 meter metro/sneltram en/of 2.000 meter station en/of 3.000 meter intercityknooppunt, maar buiten 2.000 meter van een afrit binnen 500 meter metro/sneltram en/of 1.000 meter station en/of 1.500 meter intercityknooppunt, maar buiten 2.000 meter van een afrit
Autosnelweglocaties binnen 2.000 meter op-/afrit, maar buiten 1.000 meter metro/sneltram en buiten 2.000 meter station en buiten 3.000 meter intercityknooppunt binnen 2.000 meter op-/afrit, maar buiten 500 meter metro/sneltram en buiten 1.000 meter station en buiten 1.500 meter intercityknooppunt

 

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ontsluiting van Woongebieden

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

Op pc6 niveau is voor 1996, 2000, 2002, 2004, 2006, 2008, 2010, 2012, 2014, 2016, 2018 en 2020 het aantal inwoners bekend. Tevens zijn voor die jaren de coördinaten van ov-knooppunten en op/afritten bekend. Per PC6 wordt hemelsbrede afstand tot dichtstbijzijnde station, ic station, metro/sneltramhalte en op- en afrit berekend. Uitgerekend wordt welk deel van de banen/inwoners binnen normafstand ligt uitgaande van aanbod aan knooppunten in 1996 en 2020. Vervolgens wordt bepaald of verandering komt door opening nieuwe knopen of andere verdeling inwoners over pc6gebieden.

Geografisch verdeling

Landelijk

Verschijningsfrequentie

2-jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Openbaar vervoer-, auto- en multimodale ontsluiting woongebieden, 1996-2020 (indicator 2147, versie 06 , 2 september 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.