Bodem en grondwater

Bebouwing in het landelijk gebied, 2018

Per saldo neemt het areaal gebouwen in Nederland toe. De totale hoeveelheid gebouwen en kassen buiten de bebouwde kom bedroeg in monitoringsjaar 2018 ongeveer 359 miljoen vierkante meter. Tussen 2017 en 2018 is er buiten de bebouwde kom circa 4,5 miljoen m2 aan bebouwing gesloopt en 8,5 miljoen m2 bijgebouwd. De provincie Zuid-Holland kent de hoogste totale dichtheid aan bebouwing buiten de bebouwde kom, als gevolg van de hoge dichtheid aan kassen. De dichtheid van de overige bebouwing is het hoogste in Noord-Brabant, gevolgd door Limburg en Gelderland.

Bebouwingspatroon verschilt per landschapstype

De bebouwing in het landelijk gebied is niet gelijk over Nederland verdeeld. De verschillen zijn terug te voeren op de ontginningsgeschiedenis van het landschap en de grote stedelijke druk in het westen en zuiden van Nederland. Zo is er in veenontginningen vooral sprak van lintbebouwing en lintdorpen, terwijl de bebouwing in de zandlandschappen veel meer verspreid is en wordt afgewisseld met meer compacte dorpskernen. In het zeekleigebied is de dichtheid aan bebouwing buiten de dorpen en steden het laagst.

Bebouwing in 2018

De totale hoeveelheid gebouwen en kassen buiten de bebouwde kom is ongeveer 359 miljoen vierkante meter in monitoringsjaar 2018. Het gaat hierbij niet alleen om gebouwen, maar ook andere bouwwerken, zoals kassen, opslagtanks, historische windmolens en windturbines.

Dichtheid aan bebouwing

De provincie Zuid-Holland kent de hoogste totale dichtheid aan bebouwing buiten de bebouwde kom, als gevolg van de hoge dichtheid aan kassen. De dichtheid overige bebouwing is het hoogste in Noord-Brabant, gevolgd door Limburg en Gelderland. De provincies Groningen, Friesland en Drenthe hebben de laagste bebouwingsdichtheid.

De toename van gebouwen overtreft de sloop

Een vergelijking van de monitoringsjaren 2017 en 2018 laat zien dat buiten de bebouwde kom circa 4,5 miljoen m2 aan bebouwing is gesloopt en 8,5 miljoen m2 is bijgebouwd. Hierbij zijn (delen van) bouwwerken die gesloopt en op dezelfde plek weer zijn teruggebouwd niet meegeteld.

De bebouwing in het landelijk gebied is netto met 1,1% toegenomen tussen 2017 en 2018. Deze netto toename is het verschil tussen een toename van 2,4% door nieuwbouw en een afname van 1,3% door sloop.

De provinciale cijfers laten zien dat de sloop van verouderde kassen en de bouw van nieuwe zwaar meetelt in de cijfers in Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg. Opvallend is tenslotte het feit dat in Flevoland nauwelijks bebouwing wordt gesloopt (0,4%) en dat daar ten opzichte van de voorraad in 2018 relatief veel oppervlakte is bebouwd (5,2%). De bouw van een aantal kascomplexen bij Luttelgeest speelt hierin een grote rol. Ook in Limburg, Noord-Holland en Noord-Brabant is relatief veel oppervlakte nieuw bebouwd (circa 3% van de voorraad van 2018).

Grote verschillen tussen regio's

In een aantal gebieden is sprake van een combinatie van veel sloop en veel nieuwbouw. Voorbeelden zijn de Gelderse Vallei en Noord-Limburg. Hierdoor kleuren deze gebieden relatief donker op zowel de kaart met gesloopte bebouwing als die met nieuwbouw. Zeeuws-Vlaanderen, Zuidoost-Drenthe en Zuid-Limburg laten juist een veel lagere dynamiek van sloop en nieuwbouw zien.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bebouwing in het landelijk gebied

Omschrijving

Trend van bouw en sloop van bouwwerken buiten de bebouwde kom

Verantwoordelijk instituut

Wageningen research; Auteur: Paul Peter Kuiper, Kadaster

Berekeningswijze

De gegevens zijn ontleend aan de Monitor Landschap. Op basis van deze gegevens zijn opsplitsingen van bouw- en sloop per provincie gemaakt. De bebouwingsgegevens uit de bronnen dd. 31 december 2017 en 31 december 2018 zijn met elkaar vergeleken om de voorraad te bepalen en om vast te stellen of sprake is van sloop of nieuwe gebouwen.

Voor de bebouwingsinformatie van de Monitor Landschap is informatie uit drie bronnen gebundeld:

  • Basisregistratie Adressen en Gebouwen (alle BAG-panden);
  • Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) (een selectie van overige gebouwen, hoogspanningsmasten en windturbines);
  • Basisregistratie Topografie (BRT) (kassen, zonneparken, hoogspanningsmasten en windturbines).

De BAG-panden vormen de basis van de Indicator Bebouwing. Deze zijn aangevuld met panden uit de BGT waar ter plaatse geen BAG-pand bekend is, of waar het BGT-gebouwtype per definitie niet aan de BAG-panddefinitie voldoet (bijvoorbeeld een "bassin"). Tenslotte zijn de BRT-panden hieraan toegevoegd, indien ter plaatse geen BAG- en geen BGT-pand aanwezig was, of indien het BRT-gebouwtype niet voldoet aan de BAG en BGT-gebouwdefinitie (bijvoorbeeld een "zonnepark"). De typering van een gebouw als Kas is op basis van de BRT tot stand gekomen. Daar waar een BRT-kas raakt aan een BAG-pand is via een algoritme bepaald of het toekennen van de Kas-typering wenselijk is. Tenslotte is bepaald of een pand binnen of buiten de bebouwde kom ligt. De woonkern-grenzen uit de BRT (TOP10NL) zijn gebruikt voor deze typering.

Basistabel

Niet van toepassing

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Tweejaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Bebouwing in het landelijk gebied, 2018 (indicator 2206, versie 01 , 16 mei 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.