Samenstelling huishoudelijk restafval: Voor acht jaren worden data getoond: 1940, 1958, 1980, 1990, 2000, 2010, 2020 en 2022. In 1940 bestond meer dan 60 procent van het huishoudelijk restafval uit groente-, fruit- en tuinafval, waarmee dat het grootste bestanddeel is. Dat blijft het ook, maar vanaf de jaren negentig zorgt betere afvalscheiding voor een flinke daling naar 34 procent in 2022. Het aandeel papier en karton is sinds 1940 vrij constant, rond de 20 procent. Ook het aandeel ferro-metalen is vrij constant gebleven, rond de 2 procent.  Een stof die in 1940 nauwelijks in het restafval voorkwam is kunststof. Sinds de jaren zestig neemt het kunststof in het restafval toe tot 16,5 procent in 2008. Daarna is het langzaam afgenomen naar 13 procent in 2022. Ook non-ferro-metalen kwamen in 1940 nauwelijks voor, maar zijn minder hard toegenomen. Het aandeel daarvan was 1,6 procent in 2022. In 1940 vormde glas 1 procent van het restafval en dat was in 1980 toegenomen tot ruim 11 procent. Na de introductie van de glasbak nam dit gestaag af naar ongeveer 5 procent sindsdien. Het aandeel van overige stoffen in het restafval fluctueert: van 9 procent in 1940 tot een maximum van 19 procent in 1958, om na een flinke daling (1980: 2,8 procent) weer toe te nemen naar rond of boven de 10 procent in de 21e eeuw (2022: 15,4 procent).