Compendium voor de Leefomgeving
566 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Landvoetafdruk, 1990-2013

Al het land dat nodig is om in de Nederlandse consumptie (van burgers en overheid) te voorzien wordt ook wel de landvoetafdruk genoemd; deze is in totaal ongeveer twee en een half maal het landoppervlak van Nederland. Bijna 80 procent van de landvoetafdruk ligt in het buitenland. In de jaren negentig nam de landvoetafdruk toe, maar door minder gebruik van hout en opbrengstverhogingen in de landbouw daalt deze sinds 2000 (tabblad Trend).

Meer dan driekwart van de Nederlandse landvoetafdruk ligt in het buitenland

Het meeste land is nodig voor het verbouwen van voedsel (38 % van de voetafdruk in 2013) en hout en papier (36 %). (tabblad Trend). Door de grote rol van importen in onze consumptie is de voetafdruk vooral gelegen in het buitenland. Het betreft bijvoorbeeld graan uit Frankrijk, Soja uit Brazilië, hout uit Scandinavië en katoen uit Turkije. West-Europa, Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië zijn de belangrijkste gebieden waar producten voor de Nederlandse markt vandaan komen.(tabblad Kaart).

Biobrandstoffen en kweekvis nieuwe elementen in de voetafdruk

Het landgebruik van agrobiomassa (landbouwgewassen) voor energieopwekking is nog beperkt van omvang (286 duizend hectare, ofwel ruim 3% van de voetafdruk in 2013 (tabblad Productgroepen). Dit zal echter stijgen als het aandeel daarvan in de energievoorziening toeneemt (zoals een toenemend aandeel biobrandstoffen in benzine en diesel). Ook in de visteelt worden steeds meer plantaardige grondstoffen ingezet, zoals bijvoorbeeld soja in zalmkwekerijen. De toenemende consumptie van omnivore kweekvissen zoals tilapia en pangasius -die reeds een overwegend plantaardig dieet krijgen - draagt hier eveneens aan bij. Exacte cijfers ontbreken, maar naar schatting vergt dit circa 20 duizend hectare voor in Nederland geconsumeerde kweekvis.

Minder rund, maar meer zuivelconsumptie

Per inwoner van Nederland ligt het landgebruik voor de consumptie van voedsel rond de 0,2 hectare. De belangrijkste voedselproducten hierin zijn rundvlees, zuivel en varkensvlees. Veel landbouwgrond is nodig voor de verbouw van veevoer (voornamelijk granen en soja) en voor gebruik als weiland.
Het landgebruik voor de voedselconsumptie in 2013 (3,2 miljoen hectare) bedraagt bijna anderhalf maal het agrarisch areaal van Nederland (2,2 miljoen ha). In 1990 bedroeg het landgebruik voor voedselconsumptie nog 3,9 miljoen hectare. Ondanks een bevolkingsgroei van bijna 13% sinds 1990 is het ruimtebeslag voor voeding dus afgenomen. Dit komt vooral door toegenomen opbrengsten in de landbouw. Zo lag bijvoorbeeld de mondiaal gemiddelde opbrengst per hectare van granen in 2013 circa 40% hoger dan in 1990 (FAO).
Houtverbruik gedaald
Het landgebruik door consumptie van hout en papier bedroeg in 1990 3,6 miljoen hectare. Tot 2000 nam dit areaal toe tot 4,8 miljoen hectare, waarna het daalde tot 3,1 miljoen ha in 2013. De totale houtconsumptie in Nederland daalde van ruim 16 miljoen m3 in 2000 naar minder dan 11 miljoen m3 in 2013 (Probos, 2014). De crisis in de bouw en de verhoogde inzet van oud papier hebben hier vermoedelijk sterk aan bijgedragen. Zo daalde de productie in de bouwsector van 89 miljard euro in 2000 naar 78 miljard in 2013, na een piek in 2008 van 103 miljard (CBS). De de inzet van oud papier in de Europese papierproductie nam toe van 52% in 2000 tot 72% in 2013, terwijl de totale papierconsumptie licht daalde (CEPI).

Landgebruik per Nederlander en wereldburger

Het landgebruik door Nederlandse consumptie bedraagt momenteel circa 0,51 hectare per persoon. Dit ligt lager dan het mondiale gemiddelde, ondanks het relatief hoge welvaart- en consumptieniveau in Nederland. Het consumptiepatroon bevat relatief veel vlees en zuivel, wat meer land vergt dan plantaardige producten. Deze producten stammen echter overwegend uit een relatief efficiënte, intensieve veehouderij. Onze groenten komen voor een groot deel uit kassen, die een zeer hoge productie per hectare hebben. Aardappels, granen, fruit, spijsolie en suiker komen overwegend uit de relatief productieve Europese landbouw. Daarnaast is de inzet van biomassa voor energie nog gering.

Mondiaal grote verschillen in landvoetafdruk per persoon

Per wereldburger wordt ruim 0,6 hectare land gebruikt (in 2007), maar hierin zitten grote verschillen (tabblad Landgebruik wereldburgers). In welvarende dunbevolkte regio's, zoals Noord-Amerika, is het landgebruik veel hoger dan armere dichtbevolkte regio's, zoals India. Op mondiaal niveau is het landgebruik per persoon voor voeding-net als in Nederland- de afgelopen jaren licht afgenomen (Alexander et al., 2015). Door de toenemende wereldbevolking en welvaart is het totale agrarische areaal wel 12% toegenomen over de periode 1990 - 2013, ten koste van natuurgebieden, met name in tropische regio's als Zuid-Amerika en Zuid-oost Azië. Door het verder verhogen van agrarische productiviteit, met name in Zuid-Amerika, Afrika, China en Oost-Europa kan de wereldvoedselproductie naar verwachting nog verder toenemen. Daar staat echter tegenover dat de wereldbevolking en de welvaart de komende decennia naar verwachting blijven groeien, de vraag naar biobrandstoffen zal toenemen, en veel landbouwgrond onbruikbaar wordt door erosie, verzilting, verstedelijking en woestijnvorming, waardoor toch meer natuurlijke gebieden moeten worden ontgonnen (UNCCD 2017). Dit zal inhouden dat de huidige achteruitgang aan biodiversiteit verder zal toenemen. Naar schatting is het aantal uitstervende soorten momenteel circa 100-1000 maal zo hoog dan in de oorspronkelijke natuurlijke situatie (Steffen et al, 2015).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Landvoetafdruk

Omschrijving

Het totale landgebruik in binnen- en buitenland als gevolg van Nederlandse consumptie. De consumptie omvat zowel die van huishoudens (particuliere consumptie) als die van de overheid (publieke consumptie). De landvoetafdruk beschrijft hiermee het totale landgebruik langs productieketens voor de Nederlandse consumptie.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteurs: Durk Nijdam, Trudy Rood, Mark van Oorschot, Harry Wilting

Berekeningswijze

De landvoetafdruk is berekend met een zogenaamde bottom-up methode waaruit wordt gerekend vanuit gedetailleerde fysieke informatie van individuele producten. De berekening is gebaseerd op informatie over de plaats van de productie van grondstoffen en producten voor Nederlandse consumptie, in combinatie met specifieke regio-opbrengsten. De landvoetafdruk is berekend met het LUC (Land Use for Consumption) model van het PBL. Hierin worden gegevens over consumptie gecombineerd met opbrengsten van gewassen in de akkerbouw en bosbouw en van dierlijke producten in de veehouderij (Rood et al., 2004). Om tot de landvoetafdruk van nationale consumptie te komen worden de uitkomsten van het landgebruik voor individuele producten gesommeerd. Voor sommige producten zijn fysieke gegevens over de consumptie van consumenten bekend. Voor producten waarvoor dit niet bekend is wordt de apparent consumption benadering gebruikt om de Nederlandse consumptie te bepalen: binnenlandse productie plus invoer minus uitvoer minus voorraadverandering. Ook hier wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van fysieke eenheden: kilo's, aantallen, etc. Het totale landgebruik wordt berekend door de hoeveelheid geconsumeerde goederen te combineren met de opbrengstcijfers in verschillende wereldregio's. Wanneer een gewas of dier meerdere producten voortbrengt (bijvoorbeeld sojaolie en sojaschroot uit sojabonen) wordt gerekend met de zogenaamde economische allocatie: het aandeel dat een product heeft in de totale monetaire opbrengst van het gewas of dier wordt gebruikt om het aandeel van het totale areaal van het gewas of dier aan het deelproduct (bijvoorbeeld sojaschroot) toe te kennen. Om dubbeltellingen te voorkomen is het landgebruik toegekend aan de eerste gebruiker van een product. Gerecycled materiaal heeft daardoor geen landgebruik (zoals gerecycled papier of sloophout in elektriciteitscentrales).

Geografisch verdeling

Wereldregio's

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Wilting, Harry, Aldert Hanemaaijer, Mark van Oorschot en Trudy Rood (2015) Trends in Nederlandse voetafdrukken, 1995-2010. PBL-publicatienr. 0707, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.

Opmerkingen

Er zijn in de afgelopen jaren diverse studies verschenen met uitkomsten voor de ontwikkeling van de landvoetafdruk van Nederland. Aangezien er nog geen standaard is voor het gebruik van methoden en databases voor de berekening zijn er verschillen in de uitkomsten voor zowel de absolute niveaus als de trends (Wilting et al., 2015).
De landvoetafdruk is niet vergelijkbaar met de zogenaamde ecologische voetafdruk waarin consumptie gerelateerd wordt aan de draagkracht van de aarde (Wackernagel en Rees, 1996; WWF, 2012). De ecologische voetafdruk is een samengestelde indicator waarin milieudrukken zijn gewogen. Het bevat naast landgebruik onder andere een virtuele landgebruikscomponent in de vorm van de hoeveelheid groeiend bos ter compensatie van de CO2-emissies van het fossiele energiegebruik tijdens de productie van consumptiegoederen. Bij de ecologische voetafdruk worden alle consumptieve behoeften (inclusief energie en vis) omgerekend naar zogenoemde global hectares, gebruik makend van weegfactoren voor verschillende soorten landgebruik.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Landvoetafdruk, 1990-2013 (indicator 0075, versie 08 , 15 februari 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Read in English Print pagina Download PDF
Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.