Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Deltagebied, 1960-2026

In de Noordzee en langs de Nederlandse kust leven twee soorten zeehonden: de gewone zeehond en de grijze zeehond. Beide soorten zijn in de loop der jaren sterk beïnvloed door jacht, ziekten, verstoring en milieufactoren. De gewone zeehond was bijna uitgestorven, maar nam vanaf 1990 tot 2013 in aantal fors toe. Daarna stagneerde de groei en sinds 2022 neemt het aantal af. De grijze zeehond maakte na eeuwenlange afwezigheid rond 1980 zijn comeback in de Waddenzee, en rond het jaar 2000 in het Deltagebied. Sindsdien neemt de grijze zeehond in aantal toe.

De gewone zeehond (Phoca vitulina)

 

Jacht op gewone zeehond tot in jaren 70

Zeehonden werden eeuwenlang bejaagd langs onze kusten, als schadelijk wild, maar ook voor traan (vet) en pels. Deze jacht werd gesloten in 1961 in het Deltagebied en in 1962 in het Nederlands deel van het Waddengebied. Herstel van de populatie gewone zeehonden liet echter op zich wachten. De jacht in Duitsland en Denemarken werd voortgezet en door een te lage reproductie, mede als gevolg van verontreiniging door PCB's (Reijnders, 1986), daalde het aantal in Nederland tot een dieptepunt in 1976. Er werden toen slechts 480 gewone zeehonden in het Nederlandse Waddengebied geteld. De jacht in de Duitse deelstaten Niedersachsen en Schleswig-Holstein werd in 1971 en 1974 gesloten, en als laatste stopte ook Denemarken in 1977.
In Zuidwest-Nederland heeft de uitvoering van de Deltawerken geleid tot verstoring en verkleining van het leefgebied van de gewone zeehond en praktisch verdwijning van deze soort (Reijnders, 1985). Tussen 1969 en 1992 werden jaarlijks maar vijftien gewone zeehonden in het gebied geteld.
Na deze tijd begon de populatie zich langzaam te herstellen. Hieraan werd bijgedragen door immigratie uit de Duitse en Deense Waddenzee, maatregelen tegen verstoring en verbetering van de waterkwaliteit (Brasseur et al., 2018).

Groei van populatie sinds jaren 90

De groei van de aantallen gewone zeehonden in Nederland werd wel door een virusepidemie verstoord. Tweemaal, in 1988 en 2002, werden de aantallen met ongeveer 50% gereduceerd (Härkönen et al., 2007). Desondanks herstelde de Waddenzeepopulatie zich goed en, vooral door migratie, ook de aantallen in het Deltagebied. De uitwisseling met de andere Waddengebieden en de toename van het aantal lokale geboortes zorgden voor een exponentiële groei in de Nederlandse Waddenzee. In 2013 werden 7.605 gewone zeehonden in het Nederlandse Waddengebied geteld en 597 in de Delta. De jaarlijkse groei was tussen 2003 en 2013 gemiddeld 9% per jaar.

Vanaf 2013 stagnatie in groei

Vanaf 2013 stagneerde echter de groei van het aantal gewone zeehonden in het Waddengebied (Cremer et al., 2017). Daarmee was er tussen 2013 en 2021 sprake van een trendbreuk ten opzichte van de periode ervoor. Met een gemiddelde toename van 0,5% vond er amper groei plaats. Die zeer lage groei van de populatie was opmerkelijk, omdat het aantal getelde pups jaarlijks wel gemiddeld met 10% per jaar groeide. Het aantal pups bereikte een maximum in 2021, toen er bijna 11.000 pups in de internationale Waddenzee geteld werden, waarvan 2.529 in Nederland. De populatie werd in 2020 op basis van de verharende zeehonden geschat op 42.000 (28.261 geteld), waarvan er 7.661 geteld werden in de Nederlandse Waddenzee. Daarna namen de totale aantallen in de Waddenzee af, hoewel er in 2021 in Nederland nog een lichte toename gemeten werd.

Aantal getelde pups vanaf 2023 minder

In 2023 jaar daalde voor het eerst ook het aantal getelde pups. Er werden 9.334 pups geteld, een afname van 12% ten opzichte van het jaar ervoor. De reden van de afname in de populatie is vooralsnog onbekend (Galatius et al., 2025). Er is geen massale sterfte waargenomen en grootschalige emigratie kan worden uitgesloten, blijkt uit de tellingen uit omliggende landen (ICES, 2022).

Ook in 2025 afname gewone zeehond

In 2025 werden in de internationale Waddenzee 23.954 zeehonden geteld (Galatius et al., 2025). Dit aantal is lager dan de tellingen tussen 2012-2021, wat wijst op een afname in het aantal gewone zeehonden in de Waddenzee. In 2025 werden er in de internationale Waddenzee 10.044 pups geteld waarvan 2.809 in het Nederlands deel van de Waddenzee.

In Deltagebied lichte daling gewone zeehond

In het Zeeuwse en Zuid-Hollandse Deltagebied is sinds het gereedkomen van de Deltawerken eind jaren negentig sprake van een bijna continue jaarlijkse toename. Gezien de lage geboorte en de hoge aantallen gestrande dieren is het aannemelijk dat een deel van de groei te wijten is aan dieren die van andere gebieden komen. In 2024 werd een lichte daling gemeten in het Deltagebied; in augustus werden 1.669 gewone zeehonden geteld (Hoekstein et al., 2026). 

De grijze zeehond (Halichoerus grypus)

 

Sinds 1980 grijze zeehond terug in Nederland
 

Sinds 1980 is de grijze zeehond terug in de Nederlandse wateren (Reijnders et al., 1995, Brasseur et al., 2015). Eeuwenlang werd de soort zelden waargenomen in ons land. In 1985 werden de eerste jongen geboren in de Waddenzee en sindsdien is het aantal sterk gegroeid. De groei is het gevolg van lokale geboortes, maar in belangrijke mate ook het gevolg van import vanuit de Britse eilanden, waar naar schatting 160.000 dieren leven (Brasseur et al., 2015; SCOS, 2025).

Aantal grijze zeehonden neem toe

Grijze zeehonden worden vooral in het westelijk Waddengebied waargenomen, maar breiden zich langzaam in oostelijk richting uit. Ook in Duitsland groeien de kolonies, hoewel verreweg de meeste dieren in Nederland worden geteld. In 2026 zijn in de internationale Waddenzee 12.497 grijze zeehonden geteld, waarvan 8.981 in het Nederlandse Waddengebied (Schop et al., 2026). 
In het Deltagebied neemt het aantal grijze zeehonden in de laatste decennia toe. In 2025 werden er 4.267 grijze zeehonden geteld, terwijl dat tien jaar geleden 826 was (Hoekstein et al., 2026).

Bescherming gewone en grijze zeehonden

De gewone zeehond en grijze zeehond staan in de Habitatrichtlijn (bijlage II en V). De gewone zeehond valt onder de trilaterale ‘Agreement on the Conservation of Seals in the Wadden Sea’ de Conventie van Bonn (CMS). Hoewel de grijze zeehond hier niet onder valt wordt deze toch net als de gewone zeehond binnen de trilaterale afspraken beheerd en gemonitord.

In de data en figuren worden het maximaal aantal getelde dieren weergegeven. Dit kan afwijken van de aantallen die gerapporteerd zijn in Galatius et al. (2025) en Schop et al. (2026), waar mogelijk een andere telling gebruikt is om de volledige Waddenzee-populatie te omschrijven.

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantallen zeehonden in de Waddenzee en de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta

Omschrijving

Jaarlijkse tellingen van grijze en gewone zeehonden in de Waddenzee en in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Research (eindredactie). 
Tellingen Waddenzee: Wageningen Marine Research (Jessica Schop). 
Tellingen Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta: Delta Project Management in opdracht van RWS/Provincie Zeeland.

Berekeningswijze

Zuivere tellingsresultaten aantal dieren tijdens de rui op de zandplaten.

Basistabel

Jaar en aantal

Geografische verdeling

Gehele Nederlandse deel van de Waddenzee en Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

A. Integrale waarneming

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
23
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Deltagebied, 1960-2026 (indicator 1231, versie 23, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.