Compendium voor de Leefomgeving
617 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Flora en Fauna

Trend in Bospaddenstoelen, 1965-2013

Stikstofgevoelige bospaddenstoelen gaan sinds 1994 vooruit. Deze groep paddenstoelen herstelt na een periode van achteruitgang tussen 1965 en 1985.

Trend bospaddenstoelen

Veel bospaddenstoelen zijn in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw sterk achteruitgegaan. Deze achteruitgang wordt toegeschreven aan de hoge niveaus van stikstofdepositie in die periode, afkomstig van met name de landbouw en het verkeer (Termorshuizen & Schaffers 1991). Vanaf eind jaren 80 zijn er diverse milieumaatregelen genomen, waardoor de stikstofdepositie sinds 1994 geleidelijk afneemt (van gemiddeld 38 kg stikstof per hectare per jaar in 1994 tot 22 kg/ha/jaar in 2013). Veel soorten die via schimmeldraden samenleven met bomen (ectomycorrhiza-vormende paddenstoelen) zijn stikstofgevoelig. Voorbeelden van ectomycorrhiza-vormende soorten zijn Hanenkam (of Cantharel), Vliegenzwam en Eekhoorntjesbrood.

Ectomycorrhiza-vormende paddenstoelen

Stikstofgevoelige soorten binnen deze groep gingen in de periode 1965-1985 het hardst achteruit, terwijl stikstoftolerante soorten geen significante trend vertonen. In de periode 1994-2013 gaan de stikstofgevoelige soorten vooruit, terwijl de stikstoftolerante soorten als groep niet reageren op de verminderde stikstofdepositie.

Stikstofreductie als oorzaak

Doordat juist de meest stikstofgevoelige soorten toenemen, ligt het voor de hand om de recente toename toe te schrijven aan de reductie van de stikstofdepositie. Ook het feit dat de verbetering vooral te zien is in de regio met de laagste stikstofdepositie wijst daarop (Van Strien et al. 2017). Andere mogelijke oorzaken van de recente toename liggen minder voor de hand. Afname van verzurende stoffen zoals zwaveldioxide trad al op vanaf begin jaren 80. Voor vertekeningen als gevolg van wisselende waarnemersinspanning is gecorrigeerd (zie technische toelichting) en ook kan de vooruitgang niet worden toegeschreven aan nattere jaren, want de toename trad al op in de relatief droge jaren kort na 1994 (Van Strien et al. 2017).

Effecten van stikstof

Uit onderzoek is bekend dat stikstof op verschillende manieren paddenstoelen beïnvloedt. Veel schimmelsoorten vormen verbindingen (mycorrhiza) met boomwortels. Zowel de schimmel als de boom heeft daar voordeel bij: de schimmel helpt de boom aan stikstof en andere nutriënten en krijgt daar suikers voor terug. Bij overmaat aan stikstof geven bomen echter minder suikers aan paddenstoelen. Daarnaast zorgt teveel stikstof voor ongunstige chemische eigenschappen van de bodem en wordt de strooisellaag slechter afgebroken waardoor deze te dik wordt voor veel soorten (Ozinga en Kuyper, 2015).

Bodem- en houtpaddenstoelen

Bodembewonende saprotrofe soorten, die leven van dood organisch materiaal in de bosbodem, gaan licht vooruit in zowel de periode 1965-1985 als in de periode 1994-2013. Ook de groep houtpaddenstoelen gaat vooruit.
Het ouder (en dichter) worden van de bossen in Nederland en het veranderde beheer is voordelig voor bodembewonende saprotrofe soorten en voor paddenstoelen op hout. Het aandeel loofbomen neemt toe en er blijft meer dood hout liggen. De oorzaak van de vooruitgang van deze groepen paddenstoelen laat zich hierdoor verklaren.

Referenties

  • Van Strien et al. (2017). Woodland ectomycorrhizal fungi have benefitted from large scale reduction of nitrogen deposition in the Netherlands. Journal of Applied Ecology, DOI: 10.1111/1365-2664.12944.
  • Ozinga, W. en Kuyper, T. (2015). Functionele diversiteit mycorrhizaschimmels onder druk door stikstofdepositie. Natuur Bos Landschap 117: 20-22.
  • Termorshuizen, A. en A. Schaffers (1991). The decline of carpophores of ectomycorrhizal fungi in stands of Pinus sylvestris L. in The Netherlands: possible causes. Nova Hedwigia 53: 267-289.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bospaddenstoelen

Omschrijving

Ontwikkeling populaties van groepen bospaddenstoelen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De indicator is gebaseerd op verspreidingsgegevens van 130 goed in het veld herkenbare soorten bospaddenstoelen, verdeeld over 3 functionele groepen: ectomycorrhiza-vormende soorten (n=75), bodembewonende saprotrofe soorten (n=25) en houtpaddenstoelen (zowel hout saprotrofe als houtparasitaire soorten; n=30). Binnen de ectomycorrhiza-vormende groep is nog een onderscheid gemaakt in stikstofgevoelige soorten (n=45) en stikstoftolerante soorten (n=9).
De gegevens zijn afkomstig van het Karteringsproject van de Nederlandse Mycologische Vereniging. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over verspreiding (het aantal bezette kilometerhokken) bepaald met behulp van List Length-analyse (Szabo 2010; Van Strien et al. 2017).
Omdat de gegevens zonder vast meetprotocol zijn verzameld, is gecorrigeerd voor variatie in waarnemersinspanning. Dat is gedaan door het aantal soorten dat per kilometerhok in een jaar is genoteerd, op te vatten als maat voor de waarnemersinspanning in een hok. Omdat deze methode niet alle bronnen van vertekening kan ondervangen, zijn de data vóór analyse gefilterd om vertekening in de trends te voorkomen.
Alle data die verzameld zijn in habitats anders dan bossen zijn niet in beschouwing genomen, en ook de periode tussen 1985 en 1994 kon niet meegenomen worden in de analyse vanwege een sterke toename in interesse in die jaren voor lanen en wegbermen, die rijker zijn aan mycoflora dan "echte" boslocaties. Zie verder Van Strien et al. (2017).
Om de indicator te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over het aantal bezette kilometerhokken per soort meetkundig gemiddeld over alle soorten per functionele groep, voor zowel 1965-1985 als 1994-2013. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al. 2017).

Basistabel

De indexen van de individuele soorten op basis van ontwikkelingen in verspreiding zijn te vinden op het tweede tabblad

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

driejaarlijks

Achtergrondliteratuur

Van Strien et al. (2017). Woodland ectomycorrhizal fungi have benefitted from large scale reduction of nitrogen deposition in the Netherlands. Journal of Applied Ecology, DOI: 10.1111/1365-2664.12944.
Ozinga, W. en Kuyper, T. (2015). Functionele diversiteit mycorrhizaschimmels onder druk door stikstofdepositie. Natuur Bos Landschap 117: 20-22.
Szabo, J.K., Vesk, P.A., Baxter, P.W.J. en Possingham, H.P. (2010). Regional avian species declines estimated from volunteer-collected long-term data using List Length Analysis. Ecological Applications 20: 2157-2169.
Soldaat, L.L., J. Pannekoek, R.J.T. Verweij, C.A.M. van Turnhout en A.J. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347.

Opmerking

De analyses van het karteringsbestand van de NMV hebben geleid tot een verandering van inzicht t.o.v. vorige versies van deze indicator, die gebaseerd waren op de gegevens van het NEM meetnet paddenstoelen in bossen op zandgronden. Bospaddenstoelen, met name de stikstofgevoelige mycorrhiza-soorten, vertonen in de recente periode juist een positieve trend. De eerdere schattingen van afname komen hoogstwaarschijnlijk doordat het meetnet op te kleine proefvlakken is gebaseerd. De gegevens daarvan zijn, naar nu blijkt, alleen bruikbaar in combinatie met data van grotere gebieden, zoals in de karteringsdata.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schattingen van trends in verspreiding zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een geavanceerde statistische methode zijn geanalyseerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, Wageningen UR (2017). Trend in Bospaddenstoelen, 1965-2013 (indicator 1390, versie 12 , 7 juli 2017 ). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

Print pagina Download PDF
CLO.nl is een samenwerkingsverband van PBL, CBS en Wageningen UR.