Emissies naar lucht door de zeescheepvaart, 1990-2024
Zeescheepvaart is een significante bron van verzurende stoffen die de luchtkwaliteit in Nederland beïnvloedt. Door het gebruik van schonere brandstof en efficiëntere schepen is de uitstoot vanaf 2006 sterk gedaald. De emissies door de zeescheepvaart zijn de emissies die op het Nederlands Continentaal Plat worden uitgestoten.
Aandeel zeescheepvaart in totale emissies op Nederlands grondgebied
De zeescheepvaart op het Nederlands Continentaal Plat zorgde in 2024 voor 33% van de totale emissie van stikstofoxiden (NOx) naar de lucht. Voor zwaveldioxide (SO2) ging het om 15%, voor fijnstof (PM10) om 8%. De zeescheepvaart stoot ook 3% van de koolstofdioxide (CO2), 0,4% van de distikstofoxide (N2O) en 0,2% van de methaan (CH4) uit (Emissieregistratie, 2026). Het gaat hierbij om de emissies die op Nederlands grondgebied worden uitgestoten.
De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen door de zeevaart worden als zogeheten ‘memo item’ gerapporteerd aan de Europese Unie en de Verenigde Naties. De uitstoot telt niet mee voor de doelstellingen en plafonds waar Nederland zich aan moet houden. De uitstoot wordt wel meegenomen in de luchtkwaliteitsberekeningen.
Daling emissies zwaveldioxide en fijnstof vanaf 2007
De emissies van zwaveldioxide en fijnstof door de zeescheepvaart namen tot en met 2006 gestaag toe door de toename van het scheepvaartverkeer. In de figuur Emissies luchtverontreinigende stoffen naar de lucht door scheepvaart is te zien dat de emissies vanaf 2007 aanzienlijk gedaald zijn. Sinds 2006 is de uitstoot van zwaveldioxide met 96% afgenomen, terwijl de uitstoot van fijnstof met 72% is verminderd.
De belangrijkste oorzaken van de flink lagere emissies zijn de strengere normen voor het zwavelgehalte van brandstof en de daling van het brandstofverbruik tussen 2007 en 2013. De normen voor het zwavelgehalte in stookolie op de Noordzee zijn stapsgewijs verlaagd (zie hieronder). De maatregelen die de uitstoot van zwaveldioxide tegengaan verminderen ook de uitstoot van fijnstof. De hogere prijs van ontzwavelde stookolie was ook een prikkel voor scheepvaartbedrijven om minder brandstof te verbruiken door langzamer te varen. Daarnaast komt de daling van het brandstofverbruik doordat goederen vaker door grotere schepen werden vervoerd.
Ontwikkeling emissie stikstofoxiden
De uitstoot van stikstofoxiden steeg tot 2006 door de toename van het zeescheepvaartverkeer. Tussen 2007 en 2013 daalden de emissies door de afname van het brandstofverbruik door efficiëntere schepen en lagere vaarsnelheden. Tussen 2014 en 2019 stegen de emissies door een toename van het zeescheepvaartverkeer. In de jaren 2020-2024 daalden de emissies weer door de inzet van efficiëntere schepen en minder zeescheepvaartverkeer. Tussen 1990 en 2024 is de uitstoot met 0,3% gedaald.
Ontwikkeling emissie broeikasgassen
De emissies van de broeikasgassen koolstofdioxide, distikstofoxide en methaan stegen tussen 1990 en 2006 door de toename van het zeescheepvaartverkeer. Tussen 2007 en 2013 daalden de emissies door lagere vaarsnelheden en de toename van grotere, efficiëntere schepen. Tussen 2014 en 2019 zijn de emissies gestegen als gevolg van de toename van het zeescheepvaartverkeer. In de jaren 2020-2024 daalden de emissies weer door de inzet van efficiëntere schepen en minder zeescheepvaart. In de figuur Emissie broeikasgassen naar lucht door scheepvaart is een zeer sterke groei van de methaanemissie te zien vanaf 2018. Deze groei komt voornamelijk door een toename van gastankers, die als brandstof vloeibaar aardgas (lng) gebruiken. In absolute hoeveelheden is de methaanuitstoot van de zeescheepvaart nog zeer beperkt (het aandeel van zeescheepvaart op het Nederlands Continentaal Plat is 0,2% van de nationale totale methaanuitstoot).
MARPOL-verdrag zorgt voor beperkingen in zwavelgehalte
IMO, de internationale scheepvaartorganisatie, heeft in 2010 beperkingen van het zwavelgehalte in stookolie opgesteld voor zeeschepen. Deze zijn opgenomen in het zogenaamde MARPOL-verdrag, dat is opgesteld om verontreiniging door schepen te voorkomen (Noordzeeloket, 2010).
In 2008 en 2009 moesten schepen in zogenaamde emission control areas al voldoen aan een maximum limiet van 15.000 ppm (parts per million) zwavel. Vanaf 2010 is deze limiet aangescherpt tot maximaal 10.000 ppm zwavel. Sinds 2015 is het maximum 1.000 ppm zwavel. Voorbeelden van deze emission control areas zijn de Noordzee en de Oostzee.
Op volle zee mocht vanaf 2012 stookolie met maximaal 35.000 ppm zwavel worden gebruikt. Sinds 2020 is dit nog maar 5.000 ppm zwavel.
Bronnen
- Emissieregistratie (2026). Selecteer in dataset 1990-2024 Definitief:
- Stof: koolstofdioxide, methaan, distikstofoxide, zwaveldioxide, stikstofoxiden en fijnstof (PM10).
- Compartiment: lucht
- Locatie: Nederland
- Bron: Zeescheepvaart NCP (inclusief ankerliggers), Zeescheepvaart stilliggend, Zeescheepvaart en Zeescheepvaart varend op Nederlands grondgebied
- Witt, H., et al. (2026). Methodology for the calculation of emissions from the transport sector.
- Noordzeeloket (2010). Marpol 73/78, Annex VI.
Relevante informatie
- Emissies naar lucht door verkeer en vervoer
- Zeescheepvaart in Nederland – CBS Statline
- Meer gegevens over de emissies van mobiele bronnen vindt u op de website van de Emissieregistratie en in StatLine (CBS). Recente emissiecijfers en beschrijvingen van gehanteerde berekeningswijzen (meta-informatie) kunnen in detail bekeken worden op de website van de Emissieregistratie.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Emissies naar lucht door de zeevaart
- Omschrijving
Emissies van broeikasgassen (koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O)) en emissies van verzurende en grootschalige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10) door de zeescheepvaart.
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gebaseerd op cijfers van de Emissieregistratie
- Berekeningswijze
Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie.
- Basistabel
Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie (2026). Selecteer:
- Stof: koolstofdioxide, methaan, distikstofoxide, zwaveldioxide, stikstofoxiden en fijnstof (PM10).
- Compartiment: lucht
- Locatie: Nederland
- Bron: Zeescheepvaart NCP (inclusief ankerliggers), Zeescheepvaart stilliggend, Zeescheepvaart en Zeescheepvaart varend op Nederlands grondgebied
- Geografische verdeling
Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)
- Andere variabelen
Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCC
In totaal circa 300 stoffen, circa 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen.- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks in april.
- Achtergrondliteratuur
Witt et al. (2026). Methods for calculating the emissions of transport in NL (achter Lucht/Verkeer en Vervoer/Methoderapporten Taakgroep Verkeer en Vervoer). Project Emissieregistratie (Engelstalig rapport met tabellenset).
- Betrouwbaarheidscodering
Zie Kwaliteit van de emissiecijfers | Emissieregistratie
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Emissies naar lucht door de zeescheepvaart, 1990-2024 (indicator 0521, versie 28, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.