Herkomst verzurende depositie, 2024

Ongeveer 67% van de verzurende depositie in Nederland is afkomstig van Nederlandse bronnen, de resterende 33% uit het buitenland. Van de totale verzurende depositie wordt ongeveer 51% veroorzaakt door de Nederlandse landbouw.

Grootste bijdrage komt uit Nederland

De meeste verzurende stoffen die in Nederland neerslaan zijn afkomstig van binnenlandse bronnen: ongeveer 67% van de totale depositie. De resterende 33% is afkomstig uit het buitenland. De Nederlandse landbouw is met 51% veruit de grootste bron van verzurende depositie. Andere binnenlandse bronnen zijn mobiliteit (10%), industrie (inclusief energie), (2%), en huishoudens, diensten en de bouw (3%). Ook van de buitenlandse bronnen is de landbouw de voornaamste bron van verzurende depositie (16%). De overige bronnen uit het buitenland zijn mobiliteit (10%), industrie (5%) en overige bronnen (1%). Met verzurende depositie wordt potentieel verzurende depositie bedoeld (zie de Technische toelichting voor een definitie).

Verschil met totale depositie door meetcorrectie en bijtelling

De bovenstaande grafiek toont de landelijk gemiddelde depositie door de bekende binnen- en buitenlandse bronnen (1.510 mol/ha/jaar). Deze depositie wijkt af van de gemiddelde totale depositie zoals opgenomen in Verzurende depositie. Het verschil ontstaat doordat een deel van de depositie niet aan een specifieke bron of sector kan worden toegedeeld. Het gaat hier namelijk om een meetcorrectie en een bijtelling. Met de meetcorrectie wordt de berekende depositie gecorrigeerd op basis van beschikbare gegevens uit metingen voor de verschillende componenten. Daarnaast is er sprake van een bijtelling voor de verzurende depositie van halogenen (met name waterstofchloride) en organische zuren (zoals mierenzuur en azijnzuur). Inclusief de meetcorrectie en de bijtelling komt de totale gemiddelde depositie in 2024 uit op 1.910 mol/ha/jaar. 

Stikstof levert tevens een belangrijke bijdrage aan de vermestende depositie; zie ook Herkomst stikstofdepositie.

Import en export van zuur

De depositie van potentieel zuur in Nederland komt deels uit het buitenland (import). Tegelijkertijd komt een deel van de uitstoot in Nederland juist als depositie in het buitenland terecht (export). Nederland exporteert ruim vier keer zoveel ammoniak (als verzurende depositie) als het importeert. Voor stikstofoxiden is de export bijna vijf keer zo groot als de import. Bij zwaveldioxide zijn import en export ongeveer in evenwicht. Alles bij elkaar opgeteld exporteert Nederland ongeveer drie keer zoveel potentieel zuur als het importeert.

 

Bronnen

  • RIVM, 2026. Auteurs: Mijnen-Visser, S., Graas, L., Glaese, L. P. I., Hazelhorst, S. B., de Jongh, L. A., Stolwijk, G. J. C., de Vries, W. J., Zuidberg, S. Grootschalige concentratiekaarten Nederland, Rapportage 2026. Rapport 2026-0026, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.  
  • RIVM, 2026. Auteurs: Hazelhorst, S. B., Brandt, K. M. F., Glaese L. P. I., Graas, L. A. M., de Jongh L. A., de Lange, J. D., Mijnen-Visser, S., Nguyen, T. N. P., Schram, J. M., Stolwijk G.J.C., de Vries, W. J., Zuidberg, S.,  Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026. Rapport 2026-0018, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Herkomst van depositie van zuur in Nederland

Omschrijving

Herkomst van depositie van zuur in Nederland op basis van modelberekeningen en uitgesplitst naar bijdragen van verschillende sectoren.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Onderdeel van de berekeningen van de Historische Reeks verzurende depositie.

Basistabel

Historische Reeks verzurende depositie: de data is beschikbaar als open data: https://doi.org/10.21945/15674553-55d5-41ed-ba52-fd8588e73099

Geografische verdeling

Niet van toepassing

Andere variabelen

Herkomst van stikstofdepositie

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 2026 (RIVM, 2026; zie bij 'Bronnen').

Opmerking

1] In de totale depositie wordt ook een hoeveelheid ‘overig zuur’ meegenomen. Dit is geen resultaat van de modelberekeningen (en daarom niet meegenomen in deze indicator), maar bestaat uit een jaarlijks wisselende bijtelling op basis van meetgegevens. De depositie uit deze categorie komt deels uit Nederland en deels uit het buitenland. 

2] We drukken de mate van verzuring in Nederland uit in zogenoemd potentieel zuur. Potentieel zuur definiëren we als de maximale verzuring, die zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak, en hun omzettingsproducten in bodem en water teweeg kunnen brengen. De daadwerkelijke verzuring in bodem en water kan minder zijn doordat ook basische stoffen deponeren. 

3] Het verzurend vermogen van een stof wordt uitgedrukt in zuur-equivalenten per hectare (z-eq/ha). Een zuur-equivalent is een maat voor de hoeveelheid zuur (H+ in mol/ha) die kan ontstaan in bodem of water. Hierbij geldt: 1 mol zwaveldioxide kan 2 mol zuur vormen, 1 mol stikstofoxiden kan 1 mol zuur vormen en 1 mol ammoniak kan 1 mol zuur vormen. 

4] Soms ontstaat verwarring over de verzurende werking van ammoniak. In de atmosfeer neutraliseert ammoniak zuren. Als ammoniak (of het omzettingsproduct ammonium) echter in de bodem komt, dan kan het door bacteriën omgezet worden in nitraat. Hierbij komt H+ vrij. Er is dan alsnog een verzurend effect.

5] Om het oppervlak waar uitstoot plaatsvindt gelijk met het ontvangende oppervlak (Nederlands grondgebied) te houden, zijn bij de berekeningen van de import/export-verhouding zeescheepvaart emissies toegekend aan het buitenland.

Betrouwbaarheidscodering

C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
21
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
20
versie‎
19
versie‎
18
versie‎
17
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Herkomst verzurende depositie, 2024 (indicator 0179, versie 21, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.