Compendium voor de Leefomgeving
520 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieubeleid en milieumaatregelen

Milieudruk thema Vermesting: inleiding en beleid

Het milieuthema Vermesting handelt over de 'verrijking' van ecosystemen met fosfor en stikstof, voornamelijk via het op het land brengen van dierlijke mest en kunstmest. Deze 'verrijking' kan leiden tot nadelige effecten voor ecosystemen en volksgezondheid. DEZE INDICATOR IS IN BERWERKING EN WORDT VOOR 1 JUNI 2017 VERNIEUWD.  

DEZE INDICATOR IS IN BEWERKING EN WORDT VOOR 1 JUNI 2017 VERNIEUWD.
 

Bronnen van vermestende stoffen

Fosfor en stikstof worden momenteel voor een aanzienlijk deel door de doelgroep landbouw in het milieu gebracht via de bodem in de vorm van dierlijke mest en kunstmest. Daarnaast leveren lozingen op oppervlaktewater door industrie en rioolwaterzuiveringsinstallaties een bijdrage aan vermesting.

Effecten vermesting op de natuur

Het gevolg van vermesting op land is een verandering in de samenstelling van levensgemeenschappen; veelal gekenmerkt door de overheersing van één of enkele planten- en diersoorten. Een verhoogde belasting met nutriënten leidt in het oppervlaktewater tot verhoogde algengroei en uiteindelijk tot een dominantie van cyanobacteriën (blauwwieren).
Samen met verzuring en verdroging is vermesting de belangrijkste oorzaak voor de achteruitgang van de terrestrische natuur in Nederland. De functie van grondwater als grondstof voor drinkwater kan door een te hoge concentratie van nitraat worden bedreigd. De effecten van vermesting van oppervlaktewater zijn het meest in het oog springend.

Doelstellingen voor nutriënten in grond- en oppervlaktewater

  • MTR-waarde nitraat
    De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en daarna de Europes Unie (EU; Drinkwaterrichtlijn in 1980) en de Nederlandse overheid (Waterleidingwet) hebben voor nitraat een waarde van 50 mg/l vastgesteld als maximaal toelaatbaar risico (MTR)-waarde voor water voor de menselijke consumptie. De EU-Nitraatrichtlijn gaat ervan uit dat de MTR-waarde moet gelden voor al het water dat een mogelijke bron is voor de drinkwatervoorziening. Het gevolg is dat ook het grondwater in Nederland aan deze MTR-waarde dient te voldoen.
  • Streefwaarde nitraat grondwater
    Op basis van de MTR-waarde voor nitraat in grondwater, heeft de Nederlandse overheid een streefwaarde voor nitraat in grondwater vastgesteld van 25 mg/l.
  • MTR-waarden voor eutrofiëringgevoelige stagnante wateren
    De zomergemiddelden mogen 0,15 mg/l totaal-fosfor en 2,2 mg/l totaal-stikstof niet overschrijden. Stagnante (stilstaande) wateren zijn voornamelijk meren en plassen.
  • Om de bestrijding van eutrofiëring werkelijk te kunnen realiseren, zijn streefwaarden van 0,05 mg/l totaal-fosfor en 1 mg/l totaal-stikstof vastgesteld. In verband met beïnvloeding zijn de MTR waarden richtinggevend voor andere wateren. Deze algemene waarden doen echter geen recht aan verschillen in gebieden en in diverse watertypen. De vierde Nota Waterhuishouding (V&W, 1999) en het derde Nationaal Milieubeleidsplan (VROM, 1997) geven daarom ruimte aan een stelsel voor gedifferentieerde normstelling.
  • In december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) als wet van kracht geworden. In 2015 dient een Goede Toestand van het water bereikt te worden. Voor het bereiken van Goede Chemische Toestand zijn door de EU prioritaire stoffen aangewezen, met een daarbij horende norm. Voor relevante stoffen, die door de lidstaten moeten worden aangewezen, is een methodiek aangereikt om de norm te bepalen. De Goede Chemische Toestand geldt voor alle wateren.
  • Volgens een door de KRW voorgeschreven methodiek moet de Goede Ecologische toestand voor natuurlijke wateren (meren, rivieren, overgangswateren en mariene wateren) worden bepaald aan de hand van een aantal voorgeschreven biologische parameters. Nutriëntenconcentraties mogen nooit zodanig hoog zijn dat ze het bereiken van de Goede Ecologische Toestand in de weg staan.
  • Voor kunstmatige wateren en zeer sterk (hydromorfologisch) veranderde wateren moet een Goed Ecologisch Potentieel worden bereikt, dat op analoge wijze wordt afgeleid als bij de natuurlijke wateren. De eisen voor de ecologie kunnen hier minder stringent zijn. Het proces om de verschillende Ecologische Toestanden en Potentielen vast te leggen, is in volle gang.

Zie voor een uitgebreide beschrijving van de Kaderrichtlijn Water en de in Nederland uitgevoerde acties www.kaderrichtlijnwater.nl en www.stowa.nl en voor de volledige tekst van de Kaderrichtlijn Water deze link.

Referenties

  • VROM (1997). Nationaal Milieubeleidsplan 3. Ministerie van VROM, Den Haag.
  • V&W (1999). Vierde Nota waterhuishouding. Ministerie Verkeer en Waterstaat, Den Haag.
  • Europese Commissie (2000). Richtlijn 2000/06/EG van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Milieudruk thema Vermesting: inleiding en beleid (indicator 0190, versie 04 , 12 november 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.