Ruimtegebruik

Openheid van werelderfgoederen, 2019

Werelderfgoederen zijn door het Rijk ruimtelijk beschermd, waarbij ontwikkelingen in deze gebieden mogelijk zijn mits deze de uitzonderlijke universele waarde verbonden kernkwaliteiten behouden of versterken. De openheid van de werelderfgoederen de Beemster, de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het niet bebouwen van de Romeinse Limes is één van de kernkwaliteiten die behouden moet blijven. Voor het jaar 2017 en 2019 is deze meting beschikbaar van de openheid van deze vier werelderfgoed gebieden.

De Beemster

Openheid van het werelderfgoed de Beemster is één van de kernkwaliteiten die behouden moet blijven. Het gridvormige patroon is een karakteristiek voor de aanleg. Het oppervlak met bebouwing en opgaande beplanting binnen het gridblok bepaalt de afname van de openheid. Dit grid met verkavelingsvlakken is als uitgangspunt gekozen voor het bepalen van het percentage openheid ten opzichte van het bebouwde oppervlakte en het oppervlak opgaande beplanting. Het laagste percentage openheid bedraagt 81.02% dit is hoger dan in 2017 (80.77%). In de Beemster zijn 5 gridcellen meer open geworden en 2 gridcellen minder open. Bij de 2 gridcellen met de afname van de openheid in de Beemster is deze afname van 0.53% aan de ene cel toe te schrijven aan de toename van gebouwen en bij de andere aan toegenomen opgaand hout. Bij de twee gridcellen die in de kaart donker groen zijn is de openheid met 3% toegenomen dit is het gevolg van het verwijderen van opgaande beplanting. Bij de andere 3 (licht)groene cellen is sprake van een toename van de openheid tussen de 0,5 en 1,5%.
De droogmakerij de Beemster is werelderfgoed sinds 1999. De Beemster is een uniek, samenhangend en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiende-eeuws (landschaps)architectonische geheel, bestaande uit onder andere het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en de rechthoekige percelen. Het raster van de Beemster bestaat uit zuivere vierkanten van 100 'Rijnlandse morgen', de toenmalige oppervlaktemaat. Met twee keer vijf wegen en vier sloten is de Beemster ingedeeld in het ideale vierkant. Ook de vierkante stolpboerderijen en symmetrische tuinen schikken zich in de strakke verkaveling. Ook in aanleg kent de Beemster bebouwing en hoog opgaande beplanting met het centraal gelegen dorp Middenbeemster op een assenkruis van wegen en bebouwing langs relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting.

Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie

De openheid van de verboden kringen rond de forten is één van de kernkwaliteiten die behouden moet blijven in de werelderfgoederen de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tijdens het functioneren van de forten waren geen permanente bebouwing en hoog opgaande beplanting toegestaan. Sinds het intrekken van de beperkingen zijn veel verboden kringen meer bebouwd geraakt en is ook meer opgaande beplanting verschenen.
De stelling van Amsterdam is een 135 kilometer lange verdedigingslinie die Amsterdam moest verdedigen bij een buitenlandse aanval. De stelling is gebouwd tussen 1880 en 1920, en bestaat uit 42 forten en 4 batterijen. Het gebied buiten de stelling kon in tijden van gevaar onder water worden gezet met een verfijnd systeem van sluizen, dammen en andere waterbouwkundige voorzieningen. De Stelling van Amsterdam is werelderfgoed sinds 1996.
De openheid van drie forten in de Stelling van Amsterdam is aantoonbaar toegenomen (Fort bij Uithoorn, westbatterij Muiden en vesting Muiden). De openheid van vesting Muiden is toegenomen met 2,1% zowel het oppervlak bebouwing maar vooral het opgaand hout is afgenomen. De batterij Muiden is de openheid toegenomen met 2,54% door een sterke afname van het opgaand hout. Bij drie forten is de openheid aantoonbaar afgenomen sinds 2017 maar met een maximale afname van 0,75%. Fort bij Edam laat een beperkte afname van openheid van 0,52% zien. Bij de twee forten die de grootste afname van openheid tussen 2017 en 2019 laten zien, is dit toe te schrijven aan de toename van het oppervlak gebouwen.

In 2019 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie voorgedragen als uitbreiding van het werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Het is een uniek, in samenhang met het landschap ontworpen, negentiende en twintigste-eeuws hydrologisch en militairverdedigingssysteem. Het bestaat uit onder andere inundatiegebieden, een zone met verdedigingswerken zoals forten en groepsschuilplaatsen met hun directe omgeving, en de voormalige schootsvelden en verboden kringen rondom de forten.
Bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie is het beeld wat diffuser dan bij de Stelling, omdat bij enkele forten de ontwikkeling van de openheid in de 1e en 2e kring verschilt. De openheid is bij 3 forten in beide kringen aantoonbaar toegenomen ten opzichte van 2017. De oppervlakte opgaand hout is bij deze forten afgenomen ten gunste van de openheid. Bij het Geofort nam de openheid in beide kringen af (6,98% en 5,7%) dit is het gevolg van de toename van het oppervlak opgaand hout. De toename van het oppervlak opgaand hout is ook de oorzaak bij 3 van de 4 andere kringen die rood zijn aangegeven in de kaart. Bij zeven forten is de openheid in de buitenste kring toegenomen

Voor het bepalen van de openheid van de verboden kringen geldt als uitgangspunt de Kringenwet (die is ingetrokken in 1963). In deze wet werden 3 typen verboden kringen met hun voorgeschreven beperkingen rondom forten gedefinieerd. De 1e verboden kring betreft een totaal vrij schootsveld zonder bebouwing en hoog opgaande begroeiing tot 600 meter gerekend vanaf de buitenste vestingmuur. Voor de forten van de Stelling van Amsterdam is voor de monitor een 360 gradenanalyse uitgevoerd. In de 2e kring mogen geen permanente (stenen) bebouwing of stenen schoorstenen voorkomen, en ook geen hoog opgaande begroeiing . De 3e kring mag geen bestendige bebouwing bevatten, dat wil zeggen dat een stenen haard en schoorsteen zijn toegestaan maar geen stenen muren, maar wel opgaande begroeiing , zolang het mogelijk is om deze te rooien.

Voor deze monitor is de 3e kring vanwege de moeilijk te definiëren criteria achterwege gelaten en is een oppervlakteberekening gemaakt van de openheid binnen de vrije schootsvelden van de 1e en 2e kring van de forten.

Romeinse Limes

In 2019 is het nominatiedossier voor de Nedergemaanse Limes ingediend bij Unesco als uitbreiding van het werelderfgoed Frontiers of the Roman Empire. De voordracht van de Nedergemaanse Limes in Nederland en Duitsland betekent een uitbreiding van drie onderdelen van de Limes die al op de Werelderfgoedlijst stonden: Engeland, Schotland en Duitsland. De ingediende lijst van de selectie van Limes vindplaatsen is in het uiteindelijke nominatiedossier beperkter dan het aantal vindplaatsen dat in de monitor in 2013 en 2017 zijn meegenomen.
De Romeinse forten (castella, castra) en steden binnen de Romeinse Limes zijn als archeologische vindplaatsen behouden gebleven. Uitgangspunt is de kernkwaliteiten van de vindplaatsen niet aan te tasten. Vaak is de overbouwing van een archeologische vindplaats een aantasting in de kwaliteit (zoals gaafheid en toegankelijk) en de beleefbaarheid van de locatie. Het percentage overbouwing van de Romeinse forten (castella, castra) en steden binnen de Romeinse Limes geeft de mogelijke aantasting van de archeologische resten weer. Er is geen verandering in het percentage dat overbouwd is door wegen tussen 2017 en 2019 te zien. In de Nijmegen-Valkhof area-2 is een kleine afname van het percentage van het overbouwd gebied te zien (1,10%). De meeste castella zijn wettelijk beschermde monumenten en daarom wordt er een zorgvuldige afweging gemaakt over bouwen over monumenten. Een aantal castella zijn al gedeeltelijk opgegraven in het verleden op deze locaties is nieuw bouw mogelijk.

De Romeinse Limes was de voormalige (militaire) grens van het Romeinse rijk. De Limes ligt langs de toenmalige loop van de Rijn met archeologische overblijfselen uit de periode van 0 tot 400 na Chr. Belangrijke elementen uit de grensverdediging zijn de 21 forten (castella,castra). Deze zijn geen van allen bovengronds bewaard gebleven. De forten kennen verschillende bouwfasen die niet altijd op de zelfde locaties liggen en niet altijd van de zelfde omvang zijn.

Werelderfgoederen zijn door het Rijk ruimtelijk beschermd, waarbij ontwikkelingen in deze gebieden mogelijk zijn mits deze de uitzonderlijke universele waarde verbonden kernkwaliteiten behouden of versterken. De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes staan op de in 2011 herziende voorlopige lijst voor het Werelderfgoed en wordt, de door de Unesco vereiste, planologische bescherming geborgd in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) met onder meer een beschrijving van de kernkwaliteiten.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Openheid van werelderfgoederen

Verantwoordelijk instituut

RCE

Berekeningswijze

Legenda
De hier getoonde legenda is gebaseerd op 5 klassen, bepaald op basis van natural breaks, (methode Jenks).
De scheiding tussen de klassegrenzen wordt in de legenda weergegeven als het midden van het verschil tussen de hoogste waarde van de lagere klasse en de laagste waarde van de hogere klasse, zoveel mogelijk op hele getallen en in voorkomende gevallen op 1 decimaal.
Beemster, Nieuwe Hollandse waterlinie, stelling van Amsterdam
In deze vervolgmeting wordt de indicator "percentage openheid" berekend aan de hand van TOP10NL (datum november 2019, met gebruik van de categoriegroepen bebouwd terrein en "opgaand hout" (alle typen bos en boom- of fruitgaarden/-kwekerijen), In het werelderfgoed Beemster per gridvlak, voor de stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse waterlinie binnen de verboden kringen. Dit is gebaseerd op de som van de oppervlakten van de TOP10NL legenda eenheden bebouwing en opgaand hout uitgedrukt in m2.
Het percentage openheid = (oppervlakte bebouwd terrein en opgaand hout) / oppervlakte verkavelingsvlak) * 100.
Limes
In deze meting wordt de indicator "percentage overbouwing " berekend aan de hand van TOP10NL (2019), met gebruik van de categoriegroepen bebouwd terrein en wegen binnen de begrenzing van de romeinse forten zonder de voormalige romeinse omgrachting en romeinse steden.
Hoe de openheid ervaren wordt is niet meegenomen in deze analyse.

Deze meting is de vervolgmeting voor deze indicator, elke 2 jaar worden de veranderingen ten opzichte van de voorgaande meting gemonitord.

Geografisch verdeling

Uitsnede werelderfgoed de Beemster; Het grid bestaat uit rechte lijnen en is bepaald op de kaart zij volgen de loop van de perceels /sloten en de wegen, deze gridlijnen kunnen een afwijking van 5 meter vertonen ten opzichte van de werkelijke situatie.

Verschijningsfrequentie

2 jaarlijks

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2020). Openheid van werelderfgoederen, 2019 (indicator 2171, versie 03 , 29 september 2020 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.