Ontwikkeling veestapel op landbouwbedrijven, 1980-2025

De omvang van de Nederlandse veestapel heeft een vrij grillig verloop. Dit verloop wordt mede aangestuurd door nationale en Europese wet- en regelgeving. Ook de uitbraken van epidemieën onder de dieren spelen een belangrijke rol.

Minder melkvee

Het aantal runderen is sinds 1980 met ruim een kwart afgenomen. Het aantal daalde van 5,2 miljoen in 1980 naar 3,7 miljoen in 2006, waarna het weer toenam tot 4,3 miljoen in 2016. Daarna volgde weer een daling tot 3,6 miljoen in 2025. De scherpe knik in 1984 viel samen met de invoering van de melkquota binnen de Europese Unie, waardoor het aantal melk- en kalfkoeien tussen 1984 en 2011 met 42 procent is gedaald tot 1,47 miljoen. Op 1 april 2015 werden de melkquota weer afgeschaft met als gevolg een toename van de melkveestapel. Van 2011 tot 2016 nam het aantal melk- en kalfkoeien met 19 procent toe tot 1,75 miljoen. Daarnaast is er vanaf 2012 ook een toename van het jongvee voor de melkveehouderij. Het aantal stuks jongvee steeg van 2012 tot 2015 met 149 duizend naar 1,34 miljoen, een stijging van 13 procent. 

De Nederlandse veehouderij bleek in 2015 meer fosfaat geproduceerd te hebben dan is toegestaan op basis van Europese afspraken. De grootste toename hierbij kwam van de melkveehouderij. In 2017 is als een reactie daarop het fosfaatreductieplan voor de Nederlandse melkveehouderij in werking getreden, waarbij bedrijven melkvee van de hand moesten doen om de groei van de melkveestapel te stoppen. Ook werd het fosfaatgehalte in het mengvoer verlaagd om minder fosfaat in de mest te krijgen. Als gevolg van het fosfaatreductieplan was er van 2016 tot 2019 een afname van het aantal melk- en kalfkoeien met 10 procent tot 1,58 miljoen. Het aantal stuks jongvee daalde van 2015 tot 2019 met 413 duizend naar 0,92 miljoen, een daling van 31 procent. Stikstofmaatregelingen, opkoopregelingen zoals LBV/LBV-plus (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting), en strengere milieuregels, zorgde ervoor dat de daling verder doorzette, tot 1,53 miljoen melk- en kalfkoeien en 0,91 miljoen stuks jongvee in 2025.

Aantal paarden weer in stijgende lijn

Het aantal paarden (en pony’s) dat gehuisvest is op landbouwbedrijven is tussen 1980 en 2009 gestegen van 67 duizend tot 145 duizend. Mede als gevolg van de financiële crisis in 2008 nam het aantal paarden op landbouwbedrijven af, vanaf 2017 zit het aantal paarden en pony’s weer in een stijgende lijn. In 2025 waren er 103 duizend paarden en pony’s op landbouwbedrijven. Een groot aantal paarden is gehuisvest op andere dan landbouwbedrijven, bijvoorbeeld maneges. Het totale aantal paarden in Nederland is niet goed bekend, maar ligt volgens schattingen vanuit de paardensector tussen de 400 en 450 duizend.

Aantal schapen afgenomen

Als gevolg van de invoering van de melkquota in 1984 was een bedrijfsuitbreiding met melkkoeien veelal geen optie meer. Boeren zijn daarna meer schapen gaan houden en het aantal schapen is flink gaan stijgen. In 1980 waren er 850 duizend schapen en in 1992 werd het hoogste aantal van bijna 2,0 miljoen schapen bereikt. In dat jaar kwamen de schapen onder de mestwetgeving te vallen en was er een lagere ooipremie waardoor het aantal schapen is gaan dalen. Met ingang van 2006 is de ooipremie, die bedoeld was om houders van vlees- en melkschapen een inkomensondersteuning te geven bij ongunstige marktomstandigheden, geïntegreerd in de bedrijfstoeslagregeling. Als gevolg hiervan liep het aantal schapen na 2007 nog verder terug. In 2024 daalde het aantal schapen fors vanwege Blauwtongziekte tot 738 duizend. Ook in 2025 is het aantal schapen verder gedaald tot 676 duizend.

Na jaren groei daalt het aantal geiten

In 1980 waren er nog maar een paar duizend geiten in Nederland. In de periode van 1980 tot 2009 is het aantal geiten enorm gestegen. Alleen rond 1992 was er sprake van een lichte afname. Sinds 1992 vallen ook geiten onder de mestwetgeving. Het aantal geiten was in 2009 opgelopen tot bijna 375 duizend. In 2010 is als gevolg van de ruimingen in verband met de Q-koorts het aantal geiten gezakt tot ruim 350 duizend. Daarna is de stijging weer in een enorm tempo doorgegaan. In 2023 bereikte het aantal geiten een hoogtepunt van 647 duizend. Sindsdien daalt het aantal geiten, onder andere als gevolg van een geitenstop die in een aantal provincies is ingesteld in verband met de mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Dit is ook terug te zien in de cijfers van 2025, waarbij het aantal geiten verder afnam naar 628 duizend.

Aantal kippen en varkens gedaald

Het aantal kippen verloopt golvend met een stijgende trend tot en met 2015. In 1980 waren er 81 miljoen kippen, in 2015 waren dat er op het hoogtepunt bijna 107 miljoen. Sindsdien neemt het aantal kippen ieder jaar af. De forse afname in 2003 was een gevolg van de vogelgriepepidemie. In het voorjaar van 2003 werden bijna 30 miljoen kippen geruimd. Ook in de afgelopen jaren blijft de vogelgriep regelmatig opduiken. In 2025 waren er 88 miljoen kippen, waarvan 40 miljoen leghennen en 39 miljoen vleeskuikens.

De varkensstapel bedroeg 10 miljoen in 1980. Het grootste aantal varkens was er in 1997 met 15 miljoen stuks. In februari 1997 was er een uitbraak van de varkenspest, waardoor de varkensstapel in een jaar tijd fors daalde. De jaren erna kenden een dalende trend tot 2004 als gevolg van factoren als marktontwikkelingen, de Wet herstructurering varkenshouderij en milieu- en dierwelzijnsmaatregelen. Op het dieptepunt in 2004 waren er 11,2 miljoen varkens. Na 2004 nam het aantal varkens toe en lag het aantal jarenlang rond de 12 miljoen. Mede als gevolg van de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (SRV) en de LBV/LBV-plus (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting) is er een dalend trend zichtbaar vanaf 2020, waarbij het aantal varkens in 2025 afgenomen is naar een dieptepunt van 9,8 miljoen. Dat is sinds 1979 voor het eerst onder de 10 miljoen. 

Bronnen

Relevante informatie

Meer informatie over veehouderij is te vinden in de database StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ontwikkeling veestapel op landbouwbedrijven, 1980-2025

Omschrijving

Index (2010 = 100) van de veestapel op landbouwbedrijven, waarbij zes categorieën worden onderscheiden: kippen, paarden en pony’s, rundvee, schapen, geiten en varkens.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Zie de korte onderzoekbeschrijving Landbouwtelling (CBS) voor algemene informatie.

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Gewassen, dieren en grondgebruik

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks. De peildatum voor de veestapel is 1 april (van het referentiejaar).

Achtergrondliteratuur

Zie voor de methodenbeschrijving de tabeltoelichting van de landbouwtellingstabellen op StatLine.

Betrouwbaarheidscodering
Integrale waarneming.

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Ontwikkeling veestapel op landbouwbedrijven, 1980-2025 (indicator 2124, versie 15, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.