Water en milieu

Winning en gebruik van water door de industrie, 1976-2019

Naar schatting wordt tachtig tot negentig procent van het watergebruik door de industrie ingezet voor koeling. Door de jaarlijks wisselende koelwaterbehoefte fluctueert het gebruik van oppervlaktewater. Het gebruik van grondwater is de laatste jaren afgenomen, dit ondanks de aantrekkende economie.

Algemene ontwikkeling

Het totale watergebruik door de industrie ligt in 2019 flink onder het niveau van veertig jaar geleden. Nadat tussen 2012 en 2015 het watergebruik verminderde, nam in 2016 het gebruik weer toe en is in 2019 circa 7 procent hoger dan in 2015. Fluctuaties worden veroorzaakt door enkele bedrijven die een wisselende waterbehoefte hebben.

Voornamelijk gebruik van zoet oppervlaktewater

Het volume gewonnen zoet oppervlaktewater daalt van rond de 3 miljard m3 in 2003 met enige jaarlijkse fluctuaties naar circa 2 miljard m3 in 2015, met daarna weer een stijging. Het volume gewonnen en gebruikt zout oppervlaktewater daalde tot 2009 naar minder dan 600 miljoen m3 en is de afgelopen tien jaar redelijk stabiel gebleven met een piek in 2018.
In 2003 bestaat het gebruik van oppervlaktewater in de industrie voor 80 procent uit zoet water. Dit stijgt dan tot 84 procent in 2009. Vanaf 2010 neemt het aandeel zoet oppervlaktewater af naar 79 procent in 2019.

Chemie en raffinaderijen grootste (koel)watergebruikers

Veel van het onttrokken oppervlaktewater wordt ingezet als koelwater, in het bijzonder in de chemie en bij de raffinaderijen. De raffinaderijen laten een gestage daling zien in de laatste 10 jaar en in de chemie is er geen duidelijke trend in het gebruik van oppervlaktewater. De jaarlijkse fluctuaties in de koelwaterbehoefte zorgen voor een wisselend totaal watergebruik.

Industrie onttrekt minder grondwater

Sinds 1976 is de grondwateronttrekking met ruim 70 procent verminderd. Met name in de beginjaren is dit een indirect gevolg van de invoering van de Wet verontreiniging oppervlaktewater in 1970. Tevens is vanaf 1980 een stringenter grondwaterbeleid gevoerd om verdroging tegen te gaan. Vanaf 1995 werd er bovendien een (rijks) grondwaterbelasting (Wet belastingen op milieugrondslag) geheven door het Rijk, hoewel deze in 2012 ook al weer is opgeheven. Daarnaast zijn er provinciale grondwaterheffingen opgelegd, die doorgaans beperkt zijn tot de grotere onttrekkingen. Beide regelingen hebben vanaf 1995 geleid tot een geleidelijke afname van de onttrekkingen. Van 2009 op 2010 is de daling sterker dan voorheen. Ten dele lijkt dit te zijn veroorzaakt door de economische crisis die in 2009 is begonnen. Sinds 2010 is de grondwateronttrekking tamelijk stabiel op een lager niveau.

Leidingwatergebruik licht afgenomen ondanks economische groei

Het leidingwatergebruik in de industrie daalt gestaag tussen 2003 en 2012 om daarna een grillige ontwikkeling te laten zien. In 2019 is het leidingwatergebruik 145 miljoen m3, ongeveer gelijk aan tien jaar geleden tijdens de economische crisis. Omdat de economische omvang van de sector industrie in 2019 groter is dan 2009 - dat geldt voor de meeste industrie takken -, gebruiken deze bedrijven relatief minder water ten opzichte van hun economische activiteiten.. De meeste bedrijfstakken functioneren weer op, maar vooral ruimschoots boven het 2009 niveau van economische activiteit. De voortgaande inspanningen van bedrijven om het watergebruik te beperken, bijvoorbeeld door het sluiten van waterkringlopen en hergebruik van proceswater, hebben tot besparingen geleid ondanks de substantiële groei van economische productie activiteiten.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Waterwinning en watergebruik door de industrie

Omschrijving

De ontwikkeling van winning en gebruik van oppervlaktewater, grondwater en leidingwater ten behoeve van industriële processen (SBI C). Uitsplitsing van het watergebruik naar een aantal bedrijfstakken (alleen meest recente statistiekjaar).

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De gegevens voor de periode vanaf 2003 zijn samengesteld op basis van opgaven in Milieujaarverslagen. Ontbrekende bedrijven in de industrie zijn bijgeschat op basis van productiecijfers. Voor de kleinere industrieën en ontbrekende bedrijven is een extrapolatie gemaakt uit de (historische) gegevens van de CBS-enquête Watervoorziening van industrie, delfstoffenwinning en elektriciteitscentrales 2001. Een uitgebreidere toelichting geeft de publicatie Milieurekeningen 2008 (CBS, 2009) en Environmental Accounts of the Netherlands, 2013 (CBS 2014).
De gegevens voor de periode tot en met 2001 zijn berekend op basis van de CBS-enquête Watervoorziening van industrie, delfstoffenwinning en elektriciteitscentrales, die om de vijf jaar werd gehouden. Tot 1991 betreft het een integrale enquête. Vanaf 1996 werd er bij de kleine bedrijven een steekproef getrokken. De vragenlijst werd toegezonden aan bedrijven met 20 of meer werknemers. Een meer uitgebreidere toelichting geeft de tabeltoelichting bij de StatLine-tabel StatLine: Waterverbruik nijverheid, 1996 -2001 (CBS, 2003).
In een recente studie worden wateraanbod en gebruik naar watertype gedetailleerd per bedrijfstak weergegeven. De gehanteerde bedrijfstakindeling hangt samen met de economische cijfers in de Nationale Rekeningen, waarmee vervolgens vergeleken kan worden. Dit maakt ook mogelijk om bijvoorbeeld waterproductiviteit voor iedere bedrijfstak, ook de kleinere, te berekenen en te vergelijken (CBS, 2017).

Basistabel

Cijfers tot en met 2001: StatLine: Waterverbruik nijverheid, 1996 -2001 (CBS, 2003).
Cijfers vanaf 2003: Statline: Watergebruik bedrijven en particuliere huishoudens; nationale rekeningen (CBS 2021).

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Voor cijfers tot en met 2001: Leidingwater, water van andere bedrijven; bij onttrekkingen oppervlaktewater wordt onderscheid gemaakt tussen brak/zout en zoet water.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Environmental Accounts of the Netherlands 2013 (CBS, 2014)
Waterstromen in de Nederlandse economie, 2008, 2010, 2012. Korte resultatenbeschrijving (CBS, 2016)
Physical water accounts for the Netherlands, 2014 (CBS, 2017).

Opmerking

De gegevens vanaf 2003 sluiten niet helemaal aan bij de gegevens voor de periode tot en met 2001. Dit is het gevolg van een andere berekeningsmethode. Dat geldt evenzeer voor de splitsing van het oppervlaktewater in een deel zoet en een deel zout. De beiden reeksen sluiten niet goed op elkaar aan. Daar is er voor gekozen alleen de recente reeks, vanaf 2003 met steeds de recente jaren toegevoegd, te updaten.
Voor recente jaren zijn de cijfers beschikbaar per gedetailleerde bedrijfstak in fysieke aanbod en gebruik tabellen.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Winning en gebruik van water door de industrie, 1976-2019 (indicator 0018, versie 15 , 14 juli 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.