Verzuring en vermesting

Verzurende stoffen: emissies per beleidsector (NEC), 1990-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De emissie van verzurende stoffen neemt nog steeds verder af. De verminderde emissie van ammoniak in de landbouw heeft hier het grootste aandeel in.

NEC-indeling 1990 1995 2000 2001 2002 2003 2004
               
  miljard z-eq 1)          
               
Landbouw 14 11 8,4 7,9 7,5 7,2 7,4
Industrie, Energie en Raffinaderijen 9,5 6,7 4,3 4,3 4,1 4,0 4,2
Verkeer en vervoer 8,2 7,2 6,3 6,0 5,8 5,7 5,5
Consumenten 0,86 0,88 0,85 0,87 0,85 0,86 0,86
HDO en Bouw 0,40 0,38 0,36 0,39 0,39 0,41 0,40
               
Totaal 33 26 20 19 19 18 18
               
Zeescheepvaart2) 3,5 3,9 4,6 4,8 4,9 5,1 5,0
               
Bron: Emissieregistratie (2005). CBS/MNC/okt05/0185
1) Een verzuringsequivalent is de maat voor het zuurvormend vermogen van de verschillende stoffen en komt overeen met 32 g SO2, 46 g NO2 of 17 g NH3.
2) Zeescheepvaart wordt niet meegenomen in de NEC-indeling.

Emissies verzurende stoffen nemen langzaam af

De emissie van verzurende stoffen, volgens de NEC-indeling, is in 2004 ten opzichte van 1990 met 55% afgenomen. De grootste absolute afname is gerealiseerd door de afname van de NH3-emissie bij de doelgroep landbouw. Verder zijn substantiële reducties gerealiseerd bij de industrie (SO2 en NOx) en verkeer en vervoer (NOx). De grootste relatieve afname is gerealiseerd door de doelgroep industrie waar de emissie sinds 1990 met 56% verminderd is.

Zeescheepvaart niet in NEC-richtlijn

De emissie van verzurende stoffen door de zeescheepvaart (binnengaats en op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) is ten opzichte van 1990 met meer dan 40% toegenomen. Deze emissie valt echter niet onder de NEC-indeling. Vooral de bijdrage aan de SO2-emissies op Nederlands grondgebied, te weten 73 mln kg in 2004*, is groot.

Beleid

In het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) zijn nieuwe nationale doelstellingen geformuleerd voor 2010 voor zwaveldioxide (SO2): 46 miljoen kg, stikstofoxide (NOx): 231 miljoen kg en ammoniak (NH3): 100 miljoen kg. Omgerekend komt dit overeen met 12,3 miljard zuurequivalenten in 2010.

Relevantie

Genoemde stoffen dragen bij aan verzuring en vermesting van bodem en water. Ook de directe blootstelling aan deze stoffen kan leiden tot gezondheidsschade en schade aan materialen en ecosystemen.

Referenties

Relevante informatie

  • Recente emissiecijfers en beschrijvingen van gehanteerde berekeningswijzen (meta-informatie) kunnen in detail bekeken worden op het Datawarehouse van de Emissieregistratie. Emissiecijfers zijn ook te vinden op StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Technische toelichting

De emissiegegevens zijn gepresenteerd volgens de doelgroepenindeling volgens de NEC-richtlijn. Zie voor de NEC indeling Samenstelling doelgroepen van het milieubeleid Het vermogen van een stof om verzurend te werken wordt uitgedrukt in zuurequivalenten (z-eq), die gelijk zijn aan de hoeveelheden H+ (in mol) die kunnen ontstaan (1 mol SO2 = 2 z-eq; 1 mol NOx = 1 z-eq en 1 mol NH3 = 1 z-eq).Zie: Meta-informatie van het Datawarehouse-Emissieregistratie, voor achtergronden van de berekening.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Verzurende stoffen: emissies per beleidsector (NEC), 1990-2004 (indicator 0185, versie 07 , 9 november 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.