Compendium voor de Leefomgeving
557 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieugevaarlijke stoffen

Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof, 1995-2012

Het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw is sinds 2000 licht gestegen. Tot 2000 was er een daling. Bij de middelen die gebruikt worden tegen insecten zien we een daling van het gebruik, terwijl het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen sinds 2000 lijkt toe te nemen.

Ontwikkelingen per toepassingsgroep

Het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw is sinds 2000 licht gestegen. Tot 2000 was er sprake van een daling. Er is alleen een duidelijke vermindering zichtbaar in het gebruik van de relatief kleine toepassingsgroep van middelen ter bestrijding van insecten en mijten. De aandelen van de toepassingsgroepen in het totale gebruik zijn door de jaren heen vrij stabiel.
Ongeveer de helft van de gewasbeschermingsmiddelen wordt toegepast bij de schimmelbestrijding en een kwart bij de onkruidbestrijding. Ten slotte wordt een kwart ingenomen door de overige middelen (middelen voor de ontsmetting van pootgoed, loofdoding, tegen aaltjes, hulpstoffen en overige toepassingen zoals groeiregulatie). Binnen deze laatste groep neemt het gebruik van de hulpstof minerale olie toe, terwijl ook bij de groep van middelen voor groeiregulatie en kiemremming, tegen slakken en knaagdieren (en wild) en voor productbehandeling een stijging zichtbaar is.

Enkele ontwikkelingen bij insectenbestrijders

  • De daling van het gebruik van Bacillus thuringiensis tussen 2004 en 2008 bij tomaten en paprika's zet in 2012 niet door;
  • Tussen 2008 en 2012 is de inzet van dimethoaat fors gedaald, vooral in wintertarwe, consumptieaardappelen en winterpeen;
  • Het gebruik van imidacloprid is tussen 2008 en 2012 gehalveerd
  • doordat dit middel in pootaardappel is vervangen door thiacloprid;
  • Het gebruik van pirimicarb daalt sinds 2004. Met name in appels is een forse daling zichtbaar met een factor 4.

Enkele ontwikkelingen bij schimmelbestrijders

  • Het gebruik van mancozeb daalt na een eerdere stijging. De afname doet zich vooral voor in de gewassen aardappelen, zaaiuien en tulpen;
  • Vooral in appels, peren en (in 2012) de boomkwekerij van vruchtbomen is de inzet van captan sinds 2000 gestegen;
  • In 2012 zet de daling van het gebruik van fluazinam stevig door. Dit speelt vooral in de consumptieaardappel;
  • Het gebruik van maneb daalde tot 2008, maar stijgt weer in 2012, vooral door een hoger gebruik in bolgewassen als lelie en tulpen;
  • Vooral in appels (en vruchtbomen) is er in 2012 weer meer zwavel gebruikt. Het gebruik in peren is vrij stabiel.

Enkele ontwikkelingen bij onkruidbestrijders

  • Het gebruik van glyfosaat en isoproturon daalt in 2012 weer na een stijging tot 2008. Glyfosaat wordt in bijna alle gewassen toegepast. De daling voor glyfosaat treedt op bij suikerbieten en zetmeelaardappellen, maar er komen ook stijgingen voor in zaaiuien en tulpen. Isoproturon wordt uitsluitend gebruikt in wintertarwe en de daling gaat samen met het vervallen van een toelating;
  • De daling van het gebruik van mecoprop-P komt door een daling in wintertarwe.

Enkele ontwikkelingen bij de overige middelen

  • Bij de overige middelen valt op dat het gebruik van minerale olie en de plantengroeiregulator chloormequat (in wintertarwe) stijgt. Bij minerale olie is het gebruik in pootaardappel en lelies(bollen) verdubbeld;
  • Bij de middelen ter bestrijding van aaltjes neemt sinds 2000 het gebruik van oxamyl toe. In 2012 is het gebruik van formaldehyde voor bolontsmetting niet meer in het onderzoek opgenomen, omdat alle toelatingen biociden zijn. Tot 2008 is het gebruik in bolgewassen als hyacinten en narcissen als gewasbescherming gezien;
  • Bij de loofdoding in aardappelen neemt het gebruik van diquat toe.

Vergelijking met afzetcijfers

Omdat afzetcijfers over gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw jaarlijks beschikbaar zijn en de gebruikscijfers ongeveer vierjaarlijks, is het interessant om naar het verband tussen afzet en gebruik te kijken. Bij het vergelijken van de gebruikscijfers en de afzetcijfers moet men rekening houden met het gegeven dat (1) het gebruik van schimmelbestrijders sterk wordt bepaald door het weer tijdens het teeltseizoen, (2) voorraadvorming een belangrijke invloed heeft op de afzetcijfers en (3) de gebruikscijfers exclusief natte grondontsmetting met metam-natrium zijn en de afzetcijfers inclusief.


Hiermee rekening houdend kunnen de gebruikscijfers per toepassingsgroep in een aantal gevallen vergeleken worden met de afzetcijfers per hoofdgroep. Bij een vergelijking valt het volgende op:

  • het gebruik ligt veelal op een lager niveau dan de afzet;
  • als vergelijking tussen de toepassingsgroep (gebruik) en hoofdgroep (afzet) mogelijk is, dan is er een vergelijkbare ontwikkeling zichtbaar in de hoeveelheid gebruikte en afgezette middelen;
  • het gebruik van middelen uit de toepassingsgroep tegen insecten is lager dan de afzet van middelen uit de hoofdgroep insecticiden. Dit verschil wordt kleiner als het gebruik van oxamyl tegen aaltjes uit de groep overige middelen wordt meegeteld bij de bestrijding tegen insecten. In de afzet is dit nematicide ook in de hoofdgroep insecticiden opgenomen;
  • het gebruik van middelen uit de toepassingsgroep tegen schimmels is lager dan de afzet van middelen uit de hoofdgroep fungiciden. Dit verschil neemt af als het gebruik van middelen voor pootgoedontsmetting (uit de groep van overige middelen) hierbij wordt geteld. Bij pootgoedontsmetting gaat het veelal om de bestrijding van schimmelziekten;
  • het gebruik van middelen uit de toepassingsgroep tegen onkruiden is lager dan de afzet van middelen uit de hoofdgroep herbiciden. Dit verschil wordt kleiner als het gebruik van middelen voor loofdoding (uit de groep van overige middelen) hierbij wordt geteld. Bij de afzet zitten de middelen voor loofdoding doorgaans bij de herbiciden.

Maatregelen ter vermindering gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw kan worden verminderd door de toepassing van nieuwe middelen waarvan minder werkzame stof per hectare nodig is, aanscherping van het toelatingsbeleid, wijziging van teelttechnieken en een groter gebruik van alternatieve methoden. De effecten zijn niet altijd zichtbaar in een afname in het bestrijdingsmiddelengebruik, maar kunnen wel degelijk resulteren in een afname van de milieuknelpunten. Ook een algehele toename van het gebruik hoeft geen milieuprobleem te zijn als dit komt door een verschuiving naar het gebruik van laag-risico middelen.
Informatie over mechanische bestrijdingsmethoden in de land- en tuinbouw:

Referenties

Relevante informatie

  • Meer gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw zijn te vinden op StatLine (CBS).

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per actieve stof

Omschrijving

Ontwikkeling van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per toepassingsgroep en actieve stof (uitgedrukt in de eenheid: 1000 kg werkzame stof). Er is een selectie gemaakt van een aantal werkzame stoffen waar interessante ontwikkelingen optreden.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De basisgegevens worden verzameld met behulp van een schriftelijke enquĂȘte. Er wordt een steekproef getrokken onder de bedrijven in de Landbouwtelling van een voorafgaand jaar. De uitkomsten zijn berekend op basis van een bruikbare respons van ongeveer drieduizend bedrijven. Meer informatie over de onderzoeksmethode geeft de publicatie Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS, 2014a).

Basistabel

StatLine: Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen per actieve stof in de landbouw (CBS, 2014b)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Voor de jaren waarin het onderzoek is uitgevoerd zijn er ook gegevens beschikbaar over het landbouwareaal met gebruik. Daarnaast zijn er ook gegevens beschikbaar per gewas. Voor gegevens over het gebruik per gewas wordt verwezen naar de indicator Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas, 1995-2012.

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig met tussenperioden van enkele jaren

Achtergrondliteratuur

Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS, 2014a)

Opmerking

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is exclusief het gebruik van biociden zoals ontsmettingsmiddelen (desinfectiemiddelen) en plaagdierbestrijdingsmiddelen. In de vorige versie van deze indicator was het gebruik van ontsmettingsmiddelen niet meer, maar het gebruik van plaagdierbestrijdingsmiddelen nog wel in de cijfers opgenomen. Dit komt het sterkst tot uiting in de champignonteelt.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof, 1995-2012 (indicator 0560, versie 02 , 21 januari 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.