Oppervlakte met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, 2012-2024
In 2024 is op 98 procent van het geteelde areaal van 44 gewassen in de land- en tuinbouw een gewasbeschermingsmiddel gebruikt. Dat is een toename sinds 2016. Het areaal waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast verschilt per teelt. Hieronder wordt vooral ingegaan op de middelen en gewassen met het laagste gebruik qua oppervlakte.
Chemische en microbiologische middelen op 98 procent areaal gebruikt
Voor de meeste gewassen werden in 2024 op meer dan 85 procent van het totale areaal gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. In de teelt van sperziebonen, winterpeen en zomertarwe was het percentage oppervlakte met gebruik in 2024 lager dan 85 procent. Op 42,5 procent van het totale areaal van de 44 gewassen werd in 2024 insecten- of mijtenbestrijding toegepast. Voor de middelen voor schimmelbestrijding is dat 63 procent en voor onkruidbestrijding 92 procent. Het gemeten areaal is inclusief het areaal biologische landbouw, maar exclusief grasland.
Relatief klein oppervlakte met gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen
Voor de meeste gewassen in 2024 is op meer dan 45 procent van de geteelde oppervlakte insecten- en mijtenbestrijding gebruikt. Bij de teelt van sperziebonen, winterpeen, zomergranen, mais, cichorei, wintergerst, poot- en plantuien, bos- en waspeen lag dit areaal lager. Opvallend is de afname in 2024 bij bos- en waspeen en poot- en plantuien. In 2020 lag het areaal met gebruik nog boven de 60 procent. Bij de teelt van mais en cichorei komt insectenbestrijding nauwelijks voor. In de sperziebonenteelt is het percentage insectenbestrijding na 2016 gedaald naar 8 procent.
Percentage oppervlakte met schimmel- en bacteriënbestrijding blijft gelijk
Ook tegen schimmels en bacteriën zijn in 2024 bij de meeste gewassen op meer dan 45 procent van de geteelde oppervlakte middelen gebruikt. In de teelt van snijmais, korrelmais en corncobmix werden nauwelijks schimmelbestrijdingsmiddelen ingezet. Bij koolzaad zien we een geleidelijke afname tussen 2012 en 2020, in 2024 werd op 39 procent van het teeltoppervlak schimmelbestrijding ingezet. Ook bij cichorei ligt het percentage onder 45 procent.
Relatief klein oppervlakte met onkruidbestrijding en loofdoding in fruitteelt
Hier is een duidelijk onderscheid zichtbaar tussen teelt onder glas en open teelt. In de glastuinbouw worden onkruidmiddelen minder vaak toegepast. Bij gewassen onder glas ligt het percentage doorgaans onder de 40 procent van het areaal. Bij de meeste gewassen in de open teelt worden onkruidbestrijdingsmiddelen toegepast.
Bij peren, appels en aardbeien nam het areaal waarop onkruid chemisch werd bestreden af van ruim 80 procent in 2012 naar minder dan 60 procent in 2024. Bij asperges en zomertarwe was het percentage tussen 2012 en 2020 juist gestegen tot boven de 85 procent en daalde het percentage onder de 80 procent in 2024. Andere gewassen waarbij op minder dan 80 procent van de geteelde oppervlakte middelen tegen onkruid en loofdoding zijn gebruikt zijn: spruitkool, vruchtbomenkweek en winterpeen.
Toelichting op de gepresenteerde cijfers
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt vierjaarlijks gemeten in 44 land- en tuinbouwgewassen. Het gebruik in grasland wordt niet gemeten. De 44 gewassen vertegenwoordigen 85 procent van het areaal aan land- en tuinbouwgewassen (exclusief grasland). In deze indicator wordt het areaal per toepassingsgroep gepresenteerd. Er zijn zes toepassingsroepen: bestrijding van schimmels en bacteriën (F), bestrijding van onkruid en loofdoding (H), bestrijding van insecten en mijten (I), bestrijding van slakken (M), plantengroeiregulatie en kiemremming (PGR) en een categorie andere gewasbeschermingsmiddelen (ZR).
Duurzame gewasbescherming
Het gewasbeschermingsmiddelenbeleid richt zich op het verminderen van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen (LVVN, 2019, 2025). De milieubelasting kan afnemen door minder van eenzelfde stof te gebruiken, bijvoorbeeld door precisietoepassingen of door de inzet van biologische bestrijders. Ook kan de milieubelasting afnemen door emissiereducerende maatregelen zoals driftreductie. Ten slotte kan de milieubelasting afnemen door schadelijke middelen te vervangen door middelen met een geringere toxiciteit. Dit kunnen chemische middelen zijn, maar ook biologische middelen (bijvoorbeeld microbiologische middelen). Het overstappen naar middelen met een lager risicoprofiel kan leiden tot een toename van het gebruik in kilogrammen. Dit omdat dergelijke middelen soms vaker en/of met een hogere dosering moeten worden toegepast. Om te kunnen bepalen of de milieubelasting afneemt, moet rekening worden gehouden met de toxiciteit van het middel en de wijze waarop het middel wordt toegepast (zie bijvoorbeeld PBL, 2019). De CLO-indicator Risico voor het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen laat de ontwikkeling van de milieubelasting zien. Daarnaast is er de Harmonised Risk Indicator van de EU. Hierbij worden stoffen ingedeeld naar risicoprofiel. Deze indicator wordt toegepast op de afzetcijfers (zie voor verdere informatie de indicator Afzet van gewasbeschermingsmiddelen.
Andere CLO-indicatoren over gewasbescherming
Op het Compendium worden verschillende indicatoren bijgehouden over gewasbescherming:
- Afzet van gewasbeschermingsmiddelen
- Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof
- Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas
- Biologische bestrijding van plagen in de glastuinbouw
- Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater
- Risico voor het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen
Bronnen
- CBS (2022a). Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2022b). Landbouw gebruikt minder gewasbeschermingsmiddelen.
- CBS (2022c). Biologische bestrijding op 95 procent areaal glastuinbouwgewassen.
- CBS (2025a). Landbouw gebruikt een vijfde minder gewasbeschermingsmiddelen.
- CBS (2025b). StatLine - Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas, toepassing.
- LVVN (2019). Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en teeltsystemen | Publicatie | Rijksoverheid.nl
- LVVN (2025). Kamerbrief voortgang Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.
Relevante informatie
Meer gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw zijn te vinden in de database StatLine van het CBS.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas
- Omschrijving
Ontwikkeling van het areaal waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in de landbouw en per gewas. In de tekst is een selectie gemaakt van een aantal akkerbouw- en tuinbouwgewassen waar interessante ontwikkeling plaatsvinden.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De basisgegevens worden verzameld met behulp van een enquête. Er wordt een steekproef getrokken onder de bedrijven in de Landbouwtelling van het voorafgaande of zelfde jaar. De uitkomsten zijn op basis van een bruikbare respons van ongeveer 5000 bedrijven. Meer informatie over de onderzoeksmethode geeft de publicatie Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS).
- Basistabel
StatLine - Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas, toepassing (CBS, 2025b)
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Voor de jaren waarin het onderzoek is uitgevoerd zijn er ook gebruiksgegevens beschikbaar over het aantal bedrijven met gebruik, het oppervlak met gebruik en de jaardosering. Daarnaast zijn er ook gegevens per werkzame stof.
- Verschijningsfrequentie
Elke 4 jaar. In 2026 volgt een extra onderzoek en vanaf 2028 wordt de frequentie jaarlijks.
- Achtergrondliteratuur
- Opmerking
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is gebruik van bestrijdingsmiddelen (pesticiden) exclusief het gebruik van biociden en exclusief het gebruik van toevoegingsstoffen (Verordening statistieken over pesticiden EU 1185/2009).
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Oppervlakte met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, 2012-2024 (indicator 0627, versie 02, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.