Compendium voor de Leefomgeving
502 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Versnippering

Begrenzing van het Natuurnetwerk en de Natura 2000-gebieden

Na de herijking is het Natuurnetwerk Nederland in omvang teruggebracht. Daarbij is een deel van de Natura 2000-gebieden (ruim 27.000 hectare) buiten het Natuurnetwerk komen te liggen. Deze gebieden hebben een beperkter beschermingsregime dan de Natura 2000-gebieden binnen het Natuurnetwerk.

Wijzigingen in oorspronkelijk beoogde omvang natuurnetwerk

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden en werd in 1990 als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het doel van het NNN is de achteruitgang van het areaal aan natuur en van de biodiversiteit te stoppen door een samenhangend netwerk van natuurgebieden te creëren. Dit wordt gedaan door natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden door verwerving, inrichting en beheer van aangrenzende en tussenliggende landbouwgronden. De provincies zijn verantwoordelijk om dit netwerk op het land te realiseren. Het Rijk is verantwoordelijk voor het natuurnetwerk in de grote wateren.

In 1990 was de omvang van de bestaande natuur in de toenmalige EHS volgens het Rijk 450.000 hectare (LNV 1990). De toen beoogde uitbreiding, die in 2018 gerealiseerd moest zijn, was ca. 250.000 hectare groot. Deze uitbreiding werd vorm gegeven door nieuwe natuur (ca. 150.000 ha natuurontwikkeling) en agrarisch natuurbeheer (ca. 100.000 ha). In het Natuurpact van september 2013 hebben Rijk en provincies hun nieuwe ambities om natuur in Nederland te ontwikkelen en te behouden vastgelegd voor de periode tot en met 2027 (EZ & provincies 2013). De meeste provincies hebben de Ecologische Hoofdstructuur herijkt en de naamgeving is veranderd naar Natuurnetwerk Nederland. Door de herijking maken, soms grote, delen van de vroegere EHS geen deel meer uit van het NNN. In de meeste provincies zijn natuurgebieden die buiten het natuurnetwerk zijn komen te liggen, toegevoegd aan provinciale groene netwerken. Deze kennen een minder stringente bescherming dan de natuurgebieden in het NNN. Veelal geldt voor deze gebieden het beschermingsregime 'ja, mits', hoewel dit niet in alle provincies hetzelfde wordt ingevuld.
In deze gebieden zijn economische ontwikkelingen mogelijk mits er rekening wordt gehouden met natuurwaarden. In het NNN is het 'nee, tenzij'-regime uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht (IenM 2012). Alle provincies hebben het natuurnetwerk inmiddels planologisch begrensd en opgenomen in omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, structuurvisies en ruimtelijke verordeningen.

Na de herijking is de omvang van het op kaart begrensde NNN teruggebracht van circa 786.000 (VROM 2005) naar circa 750.000 ha (exclusief grote wateren). Tot 2027 gaan de provincies minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur realiseren om het natuurnetwerk te versterken. Hiervoor moesten provincies in 2011 nog 40.000 hectare (landbouw)grond verwerven of van functie veranderen (IPO 2015). Van het nu begrensde NNN zal niet alles natuurgebied worden; een klein deel van het areaal is nog zoekgebied voor nieuwe natuur en een klein deel zal worden gerealiseerd met agrarisch natuurbeheer. De minimum beoogde oppervlakte natuur binnen het begrensde natuurnetwerk van 750.000 ha per 1 januari 2027 is 668.000 ha (IPO 2017b). Naast dit natuurnetwerk op het land zijn alle grote wateren, waaronder Waddenzee, IJsselmeer, Zeeuwse delta en Noordzee aangewezen als onderdeel van het NNN.

Niet alle Natura 2000-gebieden volledig onderdeel van het natuurnetwerk

De Nederlandse Natura 2000-gebieden beslaan momenteel ruim 2 miljoen hectare (waarvan 83% open water, inclusief de kustwateren, Klaverbank, Friese front en Doggersbank). De Natura 2000-gebieden vallen grotendeels binnen het NNN. Een deel van deze gebieden (ruim 27.000 hectare) is echter geen onderdeel van het natuurnetwerk. Dit betreft vooral agrarische gebieden zoals Arkemheen, Polder Zeevang, uiterwaarden van de Rijntakken, en delen van de Wieden. Soms zijn deze gebieden ondergebracht in een nieuwe beleidscategorie bijvoorbeeld die van 'Groene Ontwikkelingszone'. Deze hebben een beperkter beschermingsregime dan de gebieden in het natuurnetwerk. In Natura 2000-gebieden binnen het NNN worden namelijk - behalve de specifieke soorten en habitattypen die via de Wet natuurbescherming worden beschermd - ook de zogeheten wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden beschermd door het 'nee, tenzij'-regime uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (Min. I&M 2012). Onder deze wezenlijke kenmerken vallen bijvoorbeeld ook landschappelijke kenmerken. Het 'nee, tenzij' regime uit de SVIR geldt niet voor Natura 2000-gebieden buiten het NNN. Bovendien is verwerving van gronden beperkt tot het natuurnetwerk waardoor uitbreiding van bestaande weidevogelreservaten in deze Natura 2000-gebieden niet zal plaatsvinden.

Vorderingen in bescherming Natura 2000-gebieden

De Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van een netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur (habitattypen) en welke soorten moeten worden beschermd. Nederland is verplicht de soorten en habitattypen in een gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze Natura 2000-gebieden te beschermen. De instandhoudingsdoelstellingen zijn opgenomen in de aanwijzingsbesluiten voor de Natura 2000-gebieden. Nederland werkt de instandhoudingsdoelstellingen per gebied uit in de Natura 2000-beheerplannen. Het beheerplan moet binnen drie jaar na aanwijzing van het gebied als Natura 2000-gebied zijn vastgesteld. Per juli 2017 zijn bijna alle Natura 2000-gebieden definitief aangewezen of de besluiten ervan getekend.

In maart 2018 heeft de Minister van LNV het voornemen om de aanwijzingsbesluiten van honderd Natura 2000-gebieden te wijzigen gepubliceerd in de Staatscourant. Het betreft vooral het alsnog beschermen van habitattypen en soorten die op het moment van aanwijzen (in voldoende mate en duurzaam) aanwezig bleken te zijn. Deze waarden en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen worden met dit wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een beperkt aantal gevallen bleken typen en soorten op het moment van aanwijzen niet (in voldoende mate en duurzaam) aanwezig te zijn. Deze worden met dit wijzigingsbesluit verwijderd.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Begrenzing Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden

Omschrijving

De indicator geeft de begrenzingen weer van de gebieden vallend onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Natura 2000-gebieden binnen/buiten het NNN. Bovendien geeft de indicator aan welke gebieden uit de EHS na herijking niet meer terugkomen in de NNN.

Verantwoordelijk instituut

Wageningen ResearchAuteur: Marlies Sanders (Wageningen Environmental Research)

Berekeningswijze

Kaartcombinatie in GIS (Union) van: De kaart van het NNN is onderdeel van de voortgangsrapportage natuur (IPO 2017b).Netto EHS 2005 onderdeel van de Nota RuimteAlle rijkswateren zijn NNN maar staan niet op de NNN-kaart van het IPO. In 2005 waren ook alle rijkswateren EHS. De rijkswateren op de kaart zijn daarom overgenomen van de begrenzing van de netto EHS 2005 van de Nota Ruimte.Natura 2000- gebieden 17 feb 2015.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Onregelmatig

Achtergrondliteratuur

M.E. Sanders, G.W.W Wamelink, R.M.A. Wegman & J. Clement (2016). Voortgang realisatie nationaal natuurbeleid; Technische achtergronden van een aantal indicatoren uit de digitale Balans van de Leefomgeving 2016. WOt-technical report 79. WOT Natuur & Milieu, WUR, Wageningen

Opmerking

Bij de CLO-indicator 2050 (Bouwen in natuurgebieden in de Ecologische Hoofdstructuur, 2000 - 2017) gaat het om het NNN voor zover dat planologisch is beschermd. Het rijksbeleid biedt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geen planologische bescherming; dat doen de twaalf provincies in hun ruimtelijke dan wel omgevingsverordeningen. Opvallend is dat aanzienlijke delen van de grote wateren, volgens de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) onderdeel van de NNN, noch in het rijksbeleid, noch in het provinciaal beleid planologische bescherming genieten. Andere beleidskaders, zoals de Wet natuurbescherming, bieden overigens wel bescherming tegen ruimtelijke ontwikkelingen. In de toelichting op de indicator in het Compendium van de Leefomgeving (Bouwen in natuurgebieden in de Ecologische Hoofdstructuur, 2000 - 2017) staat aangegeven op welke versies van deze verordeningen de hier gebruikte begrenzing is gebaseerd. Het areaal NNN van deze indicator kan iets groter zijn dan de NNN zoals opgenomen in de Voortgangsrapportage Natuur voor zover die aanduidt waar financiën beschikbaar zijn voor grondverwerving, inrichting van natuurgebieden of beheer van natuur. Sommige provincies hebben er bij de herijking namelijk voor gekozen om delen van de eerdere EHS waarvoor door de bezuiniging van de Rijksoverheid geen financiën meer beschikbaar waren, planologisch te blijven beschermen tegen verstedelijking. Voor deze doelen gaan Rijk en provincies uit van andere versies van het NNN.

Betrouwbaarheidscodering

Beleidskaarten zijn vastgesteld.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Begrenzing van het Natuurnetwerk en de Natura 2000-gebieden (indicator 1425, versie 03 , 4 september 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.