Landschap

Nationaal Landschap Noordoost-Twente

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Beken, essen, kampen en jongere ontginningen zorgen samen met houtwallen, heuvels en bossen voor het afwisselende landschap van Noordoost-Twente.Tientallen landgoederen, landhuizen en watermolens vervolmaken dit geheel.

Kernkwaliteiten

Het kleinschalige landschap van Noordoost-Twente ligt ten noordoosten van de Twentse stedenband. Het gebied kent grote hoogteverschillen. De hoge stuwwallen van Ootmarsum en Oldenzaal gaan over in een lichtgolvend dekzandgebied dat wordt doorsneden door het beekdal van de rivier de Dinkel. De indicatoren voor kernkwaliteiten die medesturend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling in Noordoost-Twente zijn:

Historische landschapselementen

Het reliëfrijke zandlandschap is zeer gevarieerd door een fijnmazig samenstel van beken, essen, kampen (een kamp is een zogenaamde éénmanses) en landgoederen. Zeer gave essen liggen bij Ootmarsum, Mander, Vasse en Rossum. Bijzonder voor Nederland is de slecht doorlatende ondergrond van de stuwwallen, waardoor op verschillende plaatsen bronnen ontspringen die kleine snelstromende beken voeden (Springendal, Mosbeek). Aan de oostzijde ligt het Dinkeldal met plaatselijk een meanderende rivier, moerasbossen, natte graslanden en een snoer van kleine essen. De lange bewoningsgeschiedenis is af lezen aan de vele zichtbare archeologische monumenten (grafheuvels), historische boerderijen, landgoederen (Singraven) en beschermde stads- en dorpsgezichten (Ootmarsum, Het Stift).

Kleinschalig en groen karakter

Houtwallen, singels en bossen zorgen voor een kleinschalig en groen karakter vooral in de omgeving van Tubbergen, Ootmarsum en ten oosten van Oldenzaal. Essen en jonge ontginningen zijn van oudsher vrij open. Vijftien procent van het oppervlak is bedekt met bos, bosjes en lijnvormige beplantingen. Hiervan is 5% boomkwekerij (363 ha). Grote boscomplexen komen nauwelijks voor. Gemiddeld is ruim 22 m lijnvormige beplanting per hectare aanwezig. Door de versnippering van het bosareaal is 81,5% van het gebied als (vrij) kleinschalig tot besloten aan te merken ondanks het matige oppervlakte-aandeel opgaande begroeiing.

De essen zijn duidelijk veel meer open dan gemiddeld: dertig procent van de essen is als halfopen te kenschetsen tegen 19% van het gehele gebied. Zowel het oppervlakte-aandeel lijnvormige beplantingen als bos ligt duidelijk lager. Een uitzondering zijn boomkwekerijen. Deze komen op de essen drie keer zo vaak voor als daarbuiten.





Kengetallen schaal en groen karakter Nationaal Landschap Noordoost-Twente (peiljaar 2006)
      Oppervlakte
      Totaal (ha) Totaal (%) Essen (%)
Nationaal Landschap Noordoost-Twente 43 201   5 198 ha
w.v. (Half)open gebied 8 029 18,6 30,2
  Bebouwing* 736 1,7 1,1
  Groen karakter 6 770 15,7 5,9
  w.v. lijnvormige beplanting 966 944 m 22,4 m/ha 9,4 m/ha
    boomgaarden 18 0,0 1,4
    boomkwekerijen 363 0,8 2,4
    overige opgaande begroeiing 5905 13,7 1,7
*Uitsluitend gebouwen en huizen uit de TOP10 exclusief erven, tuinen, paden, wegen die binnen de bebouwde kom voorkomen

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente

Omschrijving

De indicatoren van kernkwaliteiten zijn: 1. Historische landschapselementen: stuwwal, essen, kampen, beken, bronnen en landgoederen;2. Het groene, kleinschalige karakter.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, Alterra - Wageningen UR

Berekeningswijze

1: GIS-bestanden van Alterra, RACM (Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten) en de Provincie Overijssel zijn aangevuld, geactualiseerd en omgezet naar polygonen op schaal 1:10.000 op basis van TOP10, luchtfoto's 2006, en AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland).
2: Gegevens over bebouwing en opgaande begroeiing uit de TOP10 zijn geactualiseerd aan de hand van luchtfoto's 2006. Schaalklassen zijn berekend met behulp van het model KELK (Roos-Klein Lankhorst et al., 2004).

Basistabel

Zie berekeningswijze

Geografisch verdeling

Nationaal Landschap

Andere variabelen

Zie berekeningswijze

Verschijningsfrequentie

Wanneer relevant.

Achtergrondliteratuur

Roos-Klein Lankhorst, J., S. de Vies, J. van Lith-Kranendonk, H. Dijkstra & J.M.J. Farjon. 2004. Modellen voor de graadmeters landschap, beleving en recreatie: Kennismodel Effecten Landschap Kwaliteit KELK, Monitoring Schaal , BelevingsGIS. Planbureaurapporten 20. Natuurplanbureau, Vestiging Wageningen.

Opmerking

Nulmeting

Betrouwbaarheid

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Nationaal Landschap Noordoost-Twente (indicator 1497, versie 01 , 19 maart 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.