Compendium voor de Leefomgeving
472 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurbeleid en natuurbescherming

Staat van instandhouding soorten en habitattypen Habitatrichtlijn en trends vogels Vogelrichtlijn, 2013 -2018

In Nederland hebben enkele habitattypen van de Habitatrichtlijn een gunstige staat van instandhouding. Maar circa 90% heeft een matige tot zeer ongunstige staat van instandhouding. Met de habitatrichtlijnsoorten gaat het iets minder slecht met ongeveer driekwart in een matige tot zeer ongunstige staat van instandhouding. Met de populatieomvang van de broedvogels en niet- broedvogels gaat het beter; ongeveer de helft heeft een positieve trend in de populatieomvang.

Einddoel gunstige staat van instandhouding Europese natuur nog niet in zicht

Deze indicator geeft het aandeel habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn met een gunstige, matig ongunstige of zeer ongunstige staat van instandhouding. Daarnaast geeft de indicator het aandeel vogelsoorten dat beschermd is onder de Vogelrichtlijn met een toenemende, stabiele, onzekere of negatieve trend van de populatie op de lange (sinds 1980) termijn. Het einddoel van de VHR is om alle soorten en habitattypen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) in een gunstige (HR) / veilige (VR) staat te brengen. Dit doel is nog niet in zicht. Daarnaast is de doelstelling van de korte termijn, dat soorten en habitattypen niet mogen verslechteren. In Nederland heeft 12% van de habitattypen een gunstige staat van instandhouding. Van de habitatrichtlijnsoorten verkeert in Nederland 26% in een gunstige staat. In Nederland hebben circa 50% van de broedvogels en de niet-broedvogels op de lange termijn (sinds 1980) een positieve trend.

Rapportageverplichtingen Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn leggen de lidstaten verplichtingen op om een gunstige/veilige staat van zowel habitattypen als soorten te behouden of te herstellen. De staat van instandhouding wordt vastgesteld aan de hand van de status en trend in de verspreiding, populatieomvang van de soort, de kwaliteit van het leefgebied en het toekomstperspectief. Voor habitattypen gaat het om de verspreiding, oppervlakte, structuur en functie en het toekomstperspectief. De Vogelrichtlijn schrijft een dergelijke beoordeling niet (meer) voor (ETC-BDa 2016). Lidstaten moeten op grond van artikel 12 van de Vogelrichtlijn (VR) elke zes jaar aan de Europese Unie rapporteren over de kort- en langjarige trends in termen van populatieomvang en verspreiding. Op grond van artikel 17 van de Habitatrichtlijn (HR) moet worden gerapporteerd over de status en de trends van soorten en habitattypen (zie NL artikel 17- en NL artikel 12 rapportages; ETC-BDa,b 2016). De volgende rapportage is gepland in 2025.

Beleid gericht op toename gunstige staat

Het Nederlandse beleid is erop gericht om de gunstige/veilige staat van de soorten en habitattypen vallend onder de VHR binnen Nederland te realiseren. De informatie uit deze indicator maakt helder hoe groot de opgave is met betrekking tot de realisatie van de VHR doelstelling. Het geeft informatie over welke soorten, habitattypen en vogels nog geen gunstige/veilige staat hebben. De onderliggende aspecten waarop de beoordeling plaatsvindt bevat informatie over waar deze habitattypen en soorten zich bevinden en welke aspecten knelpunten vormen. Deze informatie kan gebruikt worden in het formuleren van maatregelen om de VHR doelen te realiseren.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de basis van het biodiversiteitsbeleid in Nederland. De Natura 2000-gebieden zijn voor het grootste deel onderdeel van het NNN, waarmee realisatie van het NNN een essentieel instrument is om de vereiste gunstige staat te bereiken voor de in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde plantensoorten, diersoorten en habitattypen. Daarnaast dragen ook natuurmaatregelen buiten het NNN bij aan het realiseren van een gunstige staat van instandhouding. Want uiteindelijk wordt de staat van instandhouding bepaald voor Nederland als geheel, ongeacht het voorkomen van soorten binnen of buiten Natura 2000-gebieden of NNN.

EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020

De Europese Unie (EU) heeft in 2011 een strategie aangenomen om de toestand van de biodiversiteit in Europa tegen 2020 te beschermen en te verbeteren. Deze heeft als streefdoel om de achteruitgang van alle soorten en habitattypen onder Europese regelgeving te stoppen en hun staat te verbeteren. De biodiversiteitsstrategie heeft tot doel om in 2020 "de achteruitgang in de staat van alle onder de natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats stoppen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun staat realiseren zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een gunstige of verbeterde staat van instandhouding laten zien en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt". Verder is het streven dat de helft meer vogelsoorten uit de Vogelrichtlijn een veilige of verbeterde status hebben. Voor alle EU-staten gezamenlijk betekent dit dat 34% van de habitattypen, 25% van de habitatrichtlijnsoorten en 78% van de vogelsoorten in een gunstige staat dienen te zijn in 2020.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Staat van instandhouding habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn

Omschrijving

Overzicht van de staat van instandhouding van de Nederlandse habitattypen en soorten van de Europese Habitatrichtlijn in 2012

Verantwoordelijk instituut

WUR (Marlies Sanders), PBL (Hendrien Bredenoord)

Berekeningswijze

Telling van de resultaten van de beoordeling van de individuele soorten en habitattypen voor Nederland zoals gerapporteerd aan de EU door het Ministerie van LNV.

Basistabel

Tabellen met de afzonderlijke soorten en habitattypen staan op de tabbladen bij Download figuurdata.
Cijfers afkomstig van EU rapportages 2013 - 2018

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

6 jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd. Verantwoording en werkwijze zijn beschreven in aparte WOT rapportage

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Staat van instandhouding soorten en habitattypen Habitatrichtlijn en trends vogels Vogelrichtlijn, 2013 -2018 (indicator 1604, versie 02 , 12 december 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.