Staat van instandhouding soorten en habitattypen Habitatrichtlijn en trends vogels Vogelrichtlijn, 2019-2024

De staat van instandhouding van de meeste habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn is (zeer) ongunstig in Nederland. Dit geldt voor circa 88% van de habitattypen en 60% van de soorten. De langetermijntrend van bijna 60% van de niet-broedvogels en ongeveer 50% van de broedvogels van de Vogelrichtlijn is positief in de populatieomvang. Vergeleken met deze lange termijntrend gaat het de laatste twaalf jaar met de broedvogels gemiddeld iets beter, terwijl het met de niet-broedvogels juist iets minder goed gaat. 

Doelen Europees beschermde natuur nog niet in zicht

Om de biodiversiteit in Europa in stand te houden zijn door de Europese Unie de Vogelrichtlijn (VR) en de Habitatrichtlijn (HR) opgesteld. In deze richtlijnen wordt aangegeven welke planten en dieren en natuurlijke habitats beschermd moeten worden. 
Het einddoel van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) is om vogelpopulaties te verbeteren en de soorten en habitattypen van de Habitatrichtlijn in een gunstige staat van instandhouding (SvI) te houden of te brengen. De SvI geeft weer of een soort of habitattype zichzelf op de lange termijn kan handhaven, dus hoe gezond en toekomstbestendig een soort of habitattype is. Dit einddoel is nog niet in zicht. De doelstelling sinds de inwerkingtreding van de HR (1994) is dat soorten en habitattypen niet mogen verslechteren, maar ook dit doel is nog niet in zicht. 
Deze indicator geeft het aandeel habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn weer met een gunstige, matig ongunstige, zeer ongunstige of onbekende staat van instandhouding. Daarbij moet worden opgemerkt dat de soorten van de Habitatrichtlijn geen representatief beeld geven van de biodiversiteit in Nederland, omdat dit slechts 91 soorten betreft en lang niet alle soortgroepen even goed vertegenwoordigd zijn. Daarnaast geeft de indicator inzicht in het aandeel vogelsoorten met een toenemende, stabiele, onzekere en afnemende trend van de populatie over een korte termijn (afgelopen twaalf jaar) en een lange termijn (sinds 1980).

12% van de Nederlandse habitattypen heeft een gunstige staat van instandhouding

In Nederland hebben 6 van de 52 habitattypen (12%) een gunstige staat van instandhouding. Van de habitattypen in een ongunstige staat van instandhouding zijn er meer habitattypen waarvan de trend afneemt dan waarvan de trend verbetert. Oorzaken van achteruitgang van habitattypen zijn onder andere stikstofdepositie, klimaatverandering en exoten, maar ook vervuiling en onttrekking van grond- en oppervlaktewater.

22% van de habitatrichtlijnsoorten heeft een gunstige staat van instandhouding

Van de habitatrichtlijnsoorten verkeert in Nederland 22% (20 van de 91 soorten) in een gunstige staat. Van de soorten in een ongunstige staat van instandhouding, zijn er meer soorten waarvan de trend afneemt dan waarvan de trend verbetert. Oorzaken van achteruitgang van habitatrichtlijnsoorten zijn onder andere klimaatverandering, resulterend in veranderende regenval en extreme temperaturen, versnippering en het verdwijnen van het leefgebied, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, door stikstofdepositie versterkte successie en invasieve exoten.

Ongeveer de helft van de vogels heeft een positieve langetermijntrend

In Nederland heeft 48% van de broedvogels een toenemende langetermijntrend. De trend over de afgelopen twaalf jaar (korte termijn) van 51% van de soorten neemt toe. Voor de niet-broedvogels, zoals trekvogels en overwinteraars, heeft 58% een toenemende langetermijntrend. De trend over de afgelopen twaalf jaar (korte termijn) van 34% van de niet-broedvogelsoorten neemt toe. Er zijn meer soorten broedvogels en niet-broedvogels met een toenemende trend, dan met een afnemende trend. Ongeveer de helft van de vogels heeft een positieve langetermijntrend in populatieomvang. De laatste twaalf jaar gaat het met de broedvogels gemiddeld beter in vergelijking met deze lange termijntrend, terwijl het met de niet-broedvogels juist minder goed lijkt te gaan. Oorzaken van achteruitgang van vogelpopulaties zijn onder andere het landbouwkundig gebruik met overmatig gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, onnatuurlijk peilbeheer, exoten en klimaatverandering.

Veranderingen in de staat van instandhouding van soorten en habitattypen

De staat van instandhouding van soorten en habitattypen in de periode 2019-2024 is gemiddeld ongeveer gelijk gebleven in vergelijking met de rapportage van zes jaar geleden (over de periode 2013-2018). Voor enkele habitattypen en soorten zijn daadwerkelijke veranderingen in SvI genoteerd. Zo is de SvI van één habitattype verbeterd en van drie habitattypen verslechterd. Van de habitattypen is de SvI van de Galigaanmoerassen (H7210) er daadwerkelijk op vooruitgegaan. De habitattypen Witte duinen (H2120) en Grijze duinen (H2130) zijn voorbeelden van habitattypen waarvan de SvI daadwerkelijk is verslechterd. Hoewel de SvI gemiddeld ongeveer gelijk is gebleven, is de trend van de meeste habitattypen afnemend. Het gaat dus nog steeds slechter met meer dan de helft van de habitattypen.

De SvI van zes habitatrichtlijnsoorten is verbeterd en van negen habitatrichtlijnsoorten verslechterd. De groenknolorchis (Liparis loeselii) bijvoorbeeld is een soort waarvan de SvI in deze rapportage is verslechterd, maar in de vorige rapportage juist was verbeterd. Ondanks dat de verspreiding en het aantal individuen toeneemt, wordt het toekomstperspectief door experts als matig ingeschat. Maatregelen om de achteruitgang van het leefgebied tegen te gaan, blijven noodzakelijk. Veranderingen in de staat van instandhouding zijn echter niet altijd werkelijke verbeteringen of verslechteringen, maar kunnen ook voortvloeien uit ‘verbeterde kennis’ of veranderde methodes voor de bepaling van de SvI.

De meest actuele populatietrends van habitatrichtlijnsoorten en vogelsoorten staan in:

Elke zes jaar moet aan de EC gerapporteerd worden
 

Elke zes jaar moeten de lidstaten rapporteren over de SvI van soorten en habitattypen en over de trend van vogelsoorten (zie NL artikel 17- en NL artikel 12-rapportages). De staat van instandhouding van een soort wordt vastgesteld aan de hand van de status en trend in de verspreiding, de populatieomvang van de soort, de omvang en kwaliteit van het leefgebied en het toekomstperspectief. Voor habitattypen gaat het om de verspreiding, het oppervlakte, de structuur en functie en het toekomstperspectief. De Vogelrichtlijn schrijft een dergelijke beoordeling niet voor. Lidstaten moeten op grond van artikel 12 van de Vogelrichtlijn elke zes jaar aan de Europese Unie rapporteren over de kort- en langjarige trends in termen van populatieomvang en verspreiding. De volgende rapportage is gepland in 2031.

De doelstellingen zijn aangescherpt in de Europese Natuurherstelverordening

De Europese Commissie (EC) heeft in 2020 een biodiversiteitsstrategie aangenomen. Deze strategie heeft tot doel dat in 2030 30% van de beschermde habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn een goede staat van instandhouding heeft of op zijn minst een positieve trend laat zien (EC, 2020). De doelstellingen zijn verder aangescherpt in de Europese Natuurherstelverordening (NHV). Zo stelt de NHV kwantitatieve en tijdgebonden doelen voor het nemen van herstelmaatregelen. Voor 2030 gaat het om maatregelen die nodig zijn voor het herstellen van 30% van de in niet-goede toestand verkerende oppervlaktes van habitattypen en uitbreiding van het oppervlak teneinde de gunstige referentieoppervlakte voor die habitattypen te realiseren. Voor 2040 en 2050 lopen deze doelstellingen respectievelijk op naar 60% en 90% van het oppervlak. Naast het tegengaan van verslechtering is het verplicht om in gebieden waar herstelmaatregelen worden getroffen, het gerealiseerde herstel niet te laten verslechteren en de verbetering voort te zetten.

Herstel- en bronmaatregelen zijn nodig

Ook het Nederlandse beleid is er op gericht om de gunstige staat van de soorten en habitattypen die binnen Nederland onder de VHR vallen te realiseren. De informatie uit deze indicator maakt helder hoe groot de opgave is met betrekking tot de realisatie van de VHR-doelstelling. De onderliggende aspecten waarop de beoordeling plaatsvindt bevat informatie over welke drukfactoren knelpunten vormen. Deze informatie kan gebruikt worden in het formuleren van herstelmaatregelen om de Europese doelen te realiseren. Beschermde soorten en habitattypen ook echter ook voor buiten de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en er zijn beschermde soorten, waar geen Natura 2000-gebieden voor zijn aangewezen.
Er zijn daarom herstelmaatregelen en bronmaatregelen nodig om de milieudruk te verminderen, zowel binnen de Natura 2000-gebieden als daarbuiten. De staat van instandhouding wordt immers bepaald voor Nederland als geheel, ongeacht het voorkomen binnen of buiten Natura 2000-gebieden of NNN. Op 1 september 2027 dient de Nederlandse overheid een natuurherstelplan in bij de EC, waarin wordt beschreven hoe en met welke maatregelen Nederland van plan is de doelen te gaan halen.

Bronnen

  • Samenvattende informatie over de rapportages: https://www.natura2000.nl/rapportage-vogel-en-habitatrichtlijn
  • Rapportage voor de Habitatrichtlijn art. 17: https://reportnet.europa.eu/public/dataflow/1525 
  • Rapportage voor de Vogelrichtlijn art. 12:
    https://reportnet.europa.eu/public/dataflow/1438 
  • EC (2020). EU Biodiversity Strategy for 2030. Bringing nature back into our lives.
  • LNV 2019, kamerbrief DGNVLG / 19223509
  • Proosdij, A.S.J. van, M.J. Baptist en A.M. Schmidt. Achtergronddocument Habitatrichtlijn-rapportage Artikel 17 deel D. Achtergronddocument bij de Habitatrichtlijnrapportage habitattypen periode 2019-2024. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOT-technical report 306
  • Schmidt A.M., & M.J. Baptist (in prep). Achtergronddocument Habitatrichtlijnrapportage Deel B; Achtergronddocument bij de Habitatrichtlijnrapportage deel B periode 2019-2024. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOT-technical report.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Staat van instandhouding habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn en populatietrendsVogelrichtlijn

Omschrijving

Overzicht van de staat van instandhouding van de Nederlandse habitattypen en soorten van de Europese Habitatrichtlijn in 2024

Verantwoordelijk instituut

WUR (Marlies Sanders, Anne Schmidt)

Berekeningswijze

Samenvatting van de resultaten van de beoordeling van de individuele soorten en habitattypen voor Nederland zoals gerapporteerd aan de EC door het ministerie van LVVN.
 

Basistabel

Cijfers zijn afkomstig van EU-rapportages 2019-2024.

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Zesjaarlijks

Achtergrondliteratuur
Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd. Verantwoording en werkwijze zijn beschreven in aparte rapportages van WOT Natuur & Milieu.

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Staat van instandhouding soorten en habitattypen Habitatrichtlijn en trends vogels Vogelrichtlijn, 2019-2024 (indicator 1604, versie 04, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.