Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurbeleid en natuurbescherming

Staat van instandhouding soorten en habitattypen Habitatrichtlijn en trends vogels Vogelrichtlijn, 2007-2012

In Nederland hebben enkele habitattypen van de Habitatrichtlijn een gunstige staat van instandhouding. Ongeveer een kwart van de habitatrichtlijnsoorten verkeert in een gunstige staat van instandhouding. Ongeveer tweederde deel van de vogels van de Vogelrichtlijn kent een stabiel/fluctuerende of positieve trend in de populatieomvang.

Einddoel gunstige staat van instandhouding Europese natuur nog niet in zicht

Deze indicator geeft het aandeel habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn met een gunstige, matig ongunstige of zeer ongunstige staat van instandhouding. Daarnaast geeft de indicator het aandeel vogelsoorten dat beschermd is onder de Vogelrichtlijn met een toenemende, stabiele/fluctuerende of negatieve trend van de populatie in de periode 2001-2012.
Het einddoel van de VHR is om alle soorten en habitattypen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) in een gunstige (HR) / veilige (VR) staat te brengen. Dit doel is nog niet in zicht. Daarnaast is de doelstelling van de korte termijn, dat soorten en habitattypen niet mogen verslechteren. In Nederland heeft 4% van de habitattypen een gunstige staat van instandhouding. Van de habitatrichtlijnsoorten verkeert in Nederland 23% in een gunstige staat. In Nederland heeft 64% van de vogels een stabiele/fluctuerende of positieve trend.

Rapportageverplichtingen Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn leggen de lidstaten verplichtingen op om een gunstige/veilige staat van zowel habitattypen als soorten te behouden of te herstellen. De staat van instandhouding wordt vastgesteld aan de hand van de status en trend in de verspreiding, populatieomvang van de soort, de kwaliteit van het leefgebied en het toekomstperspectief. Voor habitattypen gaat het om de verspreiding, oppervlakte, structuur en functie en het toekomstperspectief. De Vogelrichtlijn schrijft een dergelijke beoordeling niet (meer) voor (ETC-BDa 2016). Lidstaten moeten op grond van artikel 12 van de Vogelrichtlijn (VR) elke zes jaar aan de Europese Unie rapporteren over de kort- en langjarige trends in termen van populatieomvang en verspreiding. Op grond van artikel 17 van de Habitatrichtlijn (HR) moet worden gerapporteerd over de status en de trends van soorten en habittattypen (zie NL Artikel 17- en NL artikel 12-rapportages; ETC-BDa,b 2016). De volgende rapportage is gepland in 2019.

Beleid gericht op toename gunstige staat

Ook het Nederlandse beleid is erop gericht om de gunstige/veilige staat van de soorten en habitattypen vallend onder de VHR binnen Nederland te realiseren. De informatie uit deze indicator maakt helder hoe groot de opgave is met betrekking tot de realisatie van de VHR doelstelling. Het geeft informatie over welke soorten, habitattypen en vogels nog geen gunstige/veilige staat hebben. De onderliggende aspecten waarop de beoordeling plaatsvindt bevat informatie over waar deze habitattypen en soorten zich bevinden en welke aspecten knelpunten vormen. Deze informatie kan gebruikt worden in het formuleren van maatregelen om de Europese doelen te realiseren.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de basis van het natuurbeleid in Nederland. De Natura 2000-gebieden zijn voor het grootste deel onderdeel van het NNN, waarmee realisatie van het NNN een essentieel instrument is om de vereiste gunstige staat te bereiken voor de in de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde plantensoorten, diersoorten en habitattypen. Daarnaast dragen ook natuurmaatregelen buiten het NNN bij aan het realiseren van een gunstige staat van instandhouding. Want uiteindelijk wordt de staat van instandhouding bepaald voor Nederland als geheel, ongeacht voorkomen binnen of buiten Natura 2000 gebieden of NNN.

EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020

De Europese Unie (EU) heeft in 2011 een strategie aangenomen om de toestand van de biodiversiteit in Europa tegen 2020 te beschermen en te verbeteren. Deze heeft als streefdoel om de achteruitgang van alle soorten en habitattypen onder Europese regelgeving te stoppen en hun staat te verbeteren. De biodiversiteitsstrategie heeft tot doel om in 2020 twee keer zoveel beschermde habitattypen en de helft meer van de soorten uit de Habitatrichtlijn op zijn minst een goede of verbeterde staat van instandhouding te laten zien ten opzichte van 2010. Verder is het streven dat de helft meer vogelsoorten uit de Vogelrichtlijn een veilige of verbeterde status hebben. Voor alle EU-staten gezamenlijk betekent dit dat 34% van de habitattypen, 25% van de habitatrichtlijnsoorten en 78% van de vogelsoorten in een gunstige staat dienen te zijn in 2020.

Zie ook PNI CLO indicatoren:

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Staat van instandhouding habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn

Omschrijving

Overzicht van de staat van instandhouding van de Nederlandse habitattypen en soorten van de Europese Habitatrichtlijn in 2012

Verantwoordelijk instituut

WUR (Bart de Knegt), PBL (Pim Vugteveen)

Berekeningswijze

Telling van de resultaten van de beoordeling van de individuele soorten en habitattypen voor Nederland zoals gerapporteerd aan de EU door het Ministerie van EZ.

Basistabel

Tabellen met de afzonderlijke soorten en habitattypen staan op de tabbladen bij Download figuurdata. Cijfers afkomstig van EU rapportages 2007-2012

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

6 jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, E.J. Weeda & J.H.J. Schaminée (2014). Habitattypen in Nederland. Referentiewaarden voor area en range. WOt-rapport 125. WOT Natuur & Milieu - Wageningen UR, Wageningen (in druk)ETC-BD, 2011. Assessment and reporting under Article 17 of the Habitats Directive - explanatory notes and guidelines for the period 2007-2012.

Janssen, J.A.M., E.J. Weeda, P. Schippers, R.J. Bijlsma, J.H.J. Schaminée, G.H.P. Arts, C.M. Deerenberg, O.G. Bos & R.G. Jak (2014). Habitattypen in Natura 2000-gebieden. Beoordeling van oppervlakte, representativiteit en behoudsstatus in de Standard Data Forms (SDFs). Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt-technical report 8.

Knegt, B. de, T. van der Meij, S. Hennekens, J.A.M. Janssen & G.W.W. Wamelink (2014). Status en trend van structuur- en functiekenmerken van Natura 2000-habitattypen op basis van het Landelijk Meetnet Flora (LMF) en de Landelijke Vegetatie Databank (LVD). Achtergrondrapport voor de Artikel 17-rapportage. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-technical report 7.

Ottburg, F.G.W.A. & C.A.M. van Swaay (2014). Habitatrichtlijnsoortern in Nederland. Gunstige referentiewaarden voor de populatieomvang en het range van soorten van bijlage II, IV en V van de Europese Habitatrichtlijn. WOt-rapport 124. WOT Natuur & Milieu - Wageningen UR, Wageningen

Ottburg, F.G.W.A. & J.A.M. Janssen (2014). Habitatrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebieden. Beoordeling van populatie, leefgebied en isolatie in de Standard Data Forms (SDFs). Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt-technical report 9

Schmidt, A.M., A. van Kleunen, L. Soldaat & R. Bink (2014). Rapportages op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Evaluatie en aanbevelingen voor de komende rapportageperiode 2013-2018. WOt-technical report 19. WOT Natuur & Milieu - Wageningen UR, Wageningen (in druk)VROM (2003). Handboek implementatie milieubeleid EU in Nederland. Ministerie van VROM

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd. Verantwoording en werkwijze zijn beschreven in aparte WOT rapportage

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Staat van instandhouding soorten en habitattypen Habitatrichtlijn en trends vogels Vogelrichtlijn, 2007-2012 (indicator 1604, versie 01 , 7 december 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.