Geherstructureerd stedelijk gebied, 1998 - 2006

Geherstructureerd stedelijk gebied

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

In de 141 gebieden waar veel herstructurering plaatsvindt, is 3 à 4 maal zo veel gesloopt als het landelijke gemiddelde. De verhouding nieuw - bestaande woningvoorraad ligt net onder het landelijke gemiddelde. Na een dieptepunt rond de eeuwwisseling zijn sloop en nieuwbouw in herstructureringsgebieden weer ongeveer terug op het niveau van 1998. De woningvoorraad en de woningdichtheid is in de herstructureringsgebieden gelijk gebleven. De samenstelling van de woningvoorraad verandert wel en wordt langzaam diverser. Vooral het aandeel koopwoningen neemt gestaag toe.
De gemiddeld WOZ-waarde van woningen in herstructureringsgebieden is lager dan elders. Deze is snel gestegen van 79% van het landelijke gemiddelde in 2000 tot 84% in 2006.

Toelichting bij de figuur

Bij deze indicator zijn veel kaarten en grafieken beschikbaar. De genummerde tabs boven de figuur komen overeen met onderstaande lijst van figuren:

  • Figuur 1: Gebieden met veel herstructurering
  • Figuur 2: Aandeel nieuwbouwwoningen in totale woningvoorraad
  • Figuur 3: Aandeel gesloopte woningen in totale woningvoorraad
  • Figuur 4: Aandeel overige toevoegingen in de totale woningvoorraad
  • Figuur 5: Aandeel overige onttrekkingen in de totale woningvoorraad
  • Figuur 6: Woningvoorraad
  • Figuur 7: Aandeel vooroorlogse woningen in totale woningvoorraad
  • Figuur 8: Aandeel vroeg-naoorlogse woningen in totale woningvoorraad
  • Figuur 9: Aandeel kleine woningen (minder dan 3 kamers)
  • Figuur 10: Aandeel grote woningen (meer dan 6 kamers)
  • Figuur 11: Aandeel eengezinswoningen in woningvoorraad
  • Figuur 12: Aandeel koopwoningen in woningvoorraad
  • Figuur 13: Aantal kleine woningen (minder dan 3 kamers)
  • Figuur 14: Aantal grote woningen (meer dan 6 kamers)
  • Figuur 15: Aantal eengezinswoningen in totale woningvoorraad
  • Figuur 16: Aantal koopwoningen in totale woningvoorraad
  • Figuur 17: Ontwikkeling gemiddelde WOZ-waarde van woningen

Beleid revitalisering, herstructurering en transformatie stedelijk gebied

In de Nota Ruimte wordt gesteld dat de revitaliserings-, herstructurerings- en transformatieopgave in bestaand bebouwd gebied met kracht ter hand moet worden genomen. Dit wordt noodzakelijk geacht voor een verdere intensivering en versterking van de steden en het verbeteren van hun aanzien. Herstructurering, revitalisering en transformatie in de bestaande stad zijn van belang voor het vergroten van de diversiteit van het woningaanbod, het voorkómen van het ontstaan van achterstandswijken en voor het optimaal benutten van kansen om het grond- en oppervlaktewatersysteem op orde te brengen. Herstructurering is uitermate lastig in kaart te brengen voor woongebieden en de gemengde stedelijke gebieden. Net als de indicator uit de nulmeting geeft deze uitgebreidere indicator slechts een grove indicatie van herstructurering van woongebieden, en zegt deze niets over de omvang van de opgave op dit gebied. Deze indicator meet waar herstructurering heeft plaatsgevonden in 2000-2006 en zegt vooralsnog niets over de aanpak van de 40 wijken waarvan in 2007 is besloten dat ze moeten worden aangepakt.

Herstructurering woongebieden

Wat betreft herstructurering van woongebieden is in deze vervolgmeting een nieuwe indicator ontwikkeld, die zicht geeft in hoeverre de herstructurering heeft geleid tot verandering (diversificatie) van de woningvoorraad. Die postcodegebieden zijn aangemerkt als herstructureringsgebied, waarbinnen ten minste 25 woningen per km2 zijn gesloopt én binnen dezelfde zespositie postcode weer herbouwd en gelegen zijn binnen de begrenzing van het bebouwde gebied van 2000. Dit betreft in totaal 141 viercijferige postcodegebieden (zie bijlage 1), in het vervolg kortweg aangeduid als herstructureringsgebieden, met 607.418 woningen. Van deze 141 herstructureringsgebieden liggen er 63 in de G4, met een totaal woningaantal van 333.001 woningen. In de G31 (dus inclusief de G4) liggen er 100, met een totale woningvoorraad van 483.192.
In de herstructureringsgebieden vindt per definitie zowel sloop als nieuwbouw plaats. De sloop ligt met 0,5% tot 0,9% van de bestaande woningvoorraad duidelijk boven het landelijk gemiddelde. De nieuwbouw varieert tussen 0,4% en 1,0% van de bestaande woningvoorraad en ligt daarmee iets onder het landelijke gemiddelde. Hierbij moet worden bedacht dat dit landelijke gemiddelde sterk wordt bepaald door grote woningbouwprojecten zoals de VINEX-wijken. Zowel de sloop als de nieuwbouw in de herstructureringsgebieden variëren vrij sterk van jaar tot jaar. Beide kenden een dieptepunt rond de eeuwwisseling (sloop in 1999 en nieuwbouw in 2000) en lagen in 2006 op een vergelijkbaar niveau met het jaar 1998. "Overige afvoer" (verlies van woningen door verbouw, buitengebruikstelling of bestemmingswijziging) en "overige toevoegingen" (nieuwe woningen door splitsing, verbouw of bestemmingswijzigingen) komen in de herstructureringsgebieden meer voor dan elders, en zijn de laatste jaren (grofweg sinds 2002) duidelijk meer aan de orde dan voorheen. Deze zijn in bijlage 2 weergegeven.
Bij het ontbreken van een duidelijke kwantitatieve doelstelling is het moeilijk vast te stellen in hoeverre de herstructurering "met kracht ter hand is genomen".

Effect woningvoorraadontwikkelingen

Het effect van deze woningvoorraadontwikkelingen is dat de woningvoorraad, en dus de woningdichtheid, in de herstructureringsgebieden grofweg gelijk is gebleven. De samenstelling van de woningvoorraad verandert wel, maar dit gaat langzaam.

Vooroorlogse en vroeg-naoorlogse woningen

De herstructureringsgebieden worden gekenmerkt door een hoog aandeel vooroorlogse en (behalve in de G4) vroeg-naoorlogse woningen. De gesloopte of anderszins onttrokken woningen vallen vooral in deze bouwjaarklassen, wat duidelijk is terug te zien in de dalende aandelen van deze klassen. Landelijk dalen deze aandelen trouwens evenzeer, alleen ligt hier een andere oorzaak aan ten grondslag: buiten de herstructureringsgebieden wordt weinig gesloopt maar door de groei van de totale woningvoorraad neemt het aandeel woningen uit de periode voor 1970 wel gestaag af.

Kleine en grote woningen

Herstructureringsgebieden worden onder meer gekenmerkt door een hoog aandeel kleine woningen (2 of 3 kamers). Dit aandeel is bovendien de laatste jaren toegenomen, terwijl het in Nederland als geheel constant is. In de steden (G4 en G31) groeit dit aandeel wel, maar minder sterk dan in de herstructureringsgebieden. Herstructureringsgebieden kennen daarnaast een laag aandeel grote woningen (6 kamers of meer). Gemiddeld over alle herstructureringsgebieden neemt dit aandeel wel toe, maar minder dan landelijk; in de herstructureringsgebieden in de grotere steden (G31 en G4) neemt dit aandeel bovendien niet toe doordat het aantal grote woningen afneemt.

Eengezinswoningen en koopwoningen

De herstructureringsgebieden werden zowel aan het begin als aan het eind van de bestudeerde periode (1998-2006) onder meer gekenmerkt door een lage aandelen eengezinswoningen en koopwoningen. Dit geldt vooral in de G4, waar deze aandelen overigens ook buiten de herstructureringsgebieden lager zijn dan in andere steden. Het aantal eengezinswoningen is in de herstructureringsgebieden wel iets toegenomen, met enkele procenten tussen 1998 en 2006. Deze toename was echter kleiner dan in de stad als geheel. Opvallend is wel dat het aantal eengezinswoningen in de G4 sterker is gestegen dan elders, en in de herstructureringsgebieden van de G4 sterker dan in de herstructureringsgebieden elders. De grote steden zijn bezig hun achterstand in dit opzicht in te halen.
Het aantal koopwoningen nam tussen 1998 en 2006 gestaag toe, zowel in de herstructureringsgebieden als daarbuiten. In de herstructureringsgebieden en in de steden gaat deze toename sneller dan daarbuiten; in de herstructureringsgebieden in de G4 gaat het om een toename van bijna 50% in 8 jaar. Hierdoor neemt ook het aandeel koopwoningen sterk toe. Naast sloop van huurwoningen en nieuwbouw van koopwoningen zal dit deels zijn gerealiseerd door omzetting van huurwoningen in koopwoningen, al dan niet na verbouwing.
De ontwikkelingen in de herstructureringsgebieden zijn dus deels in lijn met de doelstelling uit de Nota Ruimte van diversificatie van de woningvoorraad. Vooral de verdeling van koop- en huurwoningen wordt evenwichtiger. Op het vlak van woningomvang en bouwwijze gaat de ontwikkeling veel langzamer.

WOZ-waardeontwikkeling in herstructureringsgebieden

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in herstructureringsgebieden is lager dan elders, en deze is relatief snel gestegen. Waar landelijk gezien de gemiddelde WOZ waarde ongeveer 2.5 maal zo hoog is geworden tussen 2000 en 2006, is deze in de herstructureringsgebieden ongeveer verdrievoudigd. De gemiddelde WOZ-waarde in de herstructureringsgebieden is daarmee toegenomen van 79% van het landelijk gemiddelde in 2000 tot 84% in 2006. Dit zou erop kunnen duiden dat de woningen en woonomgeving in de herstructureringsgebieden aantrekkelijker zijn geworden in vergelijking met andere wijken in Nederland. Of dit werkelijk het geval is, valt zonder nader onderzoek niet te zeggen. Ook andere factoren, zoals de toename van het aandeel eenpersoonshuishoudens, kunnen immers de vraag naar, en de prijs van, woningen in herstructureringsgebieden beïnvloeden.

Relevante doelstellingen Nota Ruimte

Uitvoeringsdoelstellingen:

  • Realisatie van stedelijke vernieuwing, herstructurering en revitalisering.


Operationele doelstellingen:

  • Verbeteren van de leefbaarheid en de sociaaleconomische positie van de steden.


Algemene doelstellingen:

  • Krachtige steden.

Technische toelichting

Naam van het gegeven
Geherstructureerd stedelijk gebied
Omschrijving
Overzicht van het stedelijk woongebied dat is geherstructureerd
Verantwoordelijk instituut
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Berekeningswijze
Selectie van herstructureringsgebieden:
De volgende stappen zijn gevolgd om te komen tot een selectie van herstructureringsgebieden. Hierbij is uitgegaan van de CBS woningbouwmutaties op het niveau van het 6 positiepostcode gebied voor de jaren 1995 tot en met 2005:
1. Selectie van de 6-positiepostcodegebieden waar minimaal 1 woning is gesloopt in de periode 1995-2005; met deze selectie worden de gebieden uitgeschakeld waar alleen maar nieuwbouw is gepleegd en vaak (grootschalige) uitleg betreft.
2. Van de sloop en de nieuwbouw in de periode 1995-2005 is de laagste waarde bepaald. Bijv. sloop 2 en nieuwbouw 4, laagste waarde sloop of nieuwbouw is dan 2. Feitelijk wordt hiermee de nieuwbouw min de netto toename of te wel de vervangende nieuwbouw bepaald. Met deze vervangende nieuwbouw wordt het verdere selectieproces uitgevoerd. Buiten beschouwing is gebleven of de nieuwbouw voor of na de sloop heeft plaatsgevonden.
3. Selectie aan de hand van het zwaartepunt van elk 6-positiepostcodegebied of dit binnen het bebouwde gebied van 2000 ligt. Hiermee worden de ontwikkelingen buiten het bebouwd gebied van 2000 buiten beschouwing gelaten.
4. Vervolgens selectie van de 6-positiepostcodegebieden met een vervangende nieuwbouw van minstens 5 woningen in de periode 1995-2005. Hiermee worden de kleinste ontwikkelingen op pc6-niveau buiten beschouwing gelaten.
5. Aggregatie van deze set 6 positie postcodegebieden naar de 'bovenliggende' pc4-gebieden (sommatie van de vervangende nieuwbouw).
6. Per 4pc-gebied is vervolgens de dichtheid berekend van de vervangende nieuwbouw. Met een ondergrens van 25 woningen per km2 betreft het in totaal 141 unieke postcodegebieden (zie kaart).Karakterisering herstructureringsgebieden:
Voor de cijfers over nieuwbouw en sloop is gebruik gemaakt van het CBS woonmutatiebestand waarin op adresniveau de mutaties per jaar zijn opgenomen. De woningvoorraad naar eigendom, grootte, type en bouwjaar op pc4-niveau is afkomstig van ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov) via de CombiMonitor.
De gemiddelde WOZ-waarden voor woningen per gemeente en PC4 code zijn door het CBS uit de afzonderlijke registers bepaald. Voor het standjaar 2000 was de peildatum 1995, voor 2002 en 2004 was dit 1999 en voor standjaar 2006 was dit 2003. De status van de gegevens van 2006 is voorlopig omdat de gemeenten pas na twee jaar definitieve cijfers kunnen leveren. Wanneer het aantal objecten in een PC4 code minder dan 10 bedraagt is de waarde op nul gesteld.
De waardebepaling van de WOZ-woningen wordt gevormd door de WOZ-waarden van de objecten met gebruikscode 10 en 11, woning als hoofdverblijf en woning met praktijkruimte. Bij berekening van de gemiddelde waarden per gemeenten of PC4 zijn de objecten met WOZ-waarde nul uitgesloten.
Voor het berekenen van de gemiddelde WOZ-waarde per woning op het niveau van de gebruikte gebiedsindelingen naar G4, G31 en herstructureringsgebieden is alvorens kon worden geaggregeerd de totale WOZ-waarde voor woningen per pc4 code berekend aan de hand van het aantal woningen per pc4 code uit een andere bron dan uit de WOZ-telling zelf omdat deze gegevens achteraf niet tijdig meer beschikbaar konden worden gesteld. Hierdoor is in zekere mate sprake van een benadering.
Basistabel
-
Geografische verdeling
-
Verschijningsfrequentie
-
Betrouwbaarheidscodering
-

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
03
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CLO (2009). Geherstructureerd stedelijk gebied, 1998 - 2006 (indicator 2019, versie 02, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.