Compendium voor de Leefomgeving
468 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ontwikkelingen in de maatschappij

Huishoudens, 2000-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De relatief sterkste groei van het aantal huishoudens tussen 2000 en 2010 deed zich voor onder de eenouderhuishoudens. Het aantal paren bleef min of meer gelijk. In 2010 woonden er in Nederland gemiddeld 2,2 personen per huishouden.

Gemiddeld huishouden steeds kleiner

Al lange tijd groeit het aantal huishoudens in Nederland sneller dan het aantal inwoners. De gemiddelde omvang van huishoudens is dan ook afgenomen, tot 2,2 personen. Nederland telt nu bijna 7,5 miljoen huishoudens, 0,6 miljoen meer dan tijdens de eeuwwisseling. Daarmee is het aantal huishoudens ongeveer twee keer zo snel gegroeid als het aantal inwoners.
De forse groei van het aantal huishoudens komt vooral doordat steeds meer mensen alleenwonen. Sinds de eeuwwisseling is het aantal eenpersoonshuishoudens met 0,4 miljoen toegenomen. Het aantal paren, al dan niet met kinderen, bleef min of meer gelijk. Binnen deze groep vond wel een zeer sterke verschuiving plaats van gehuwde paren met kinderen naar niet-gehuwde paren met kinderen.

Aantal eenoudergezinnen fors gestegen

De naar verhouding sterkste groei van het aantal huishoudens deed zich voor in de categorie eenouderhuishoudens. In tien jaar tijd steeg het aantal eenouderhuishoudens met 102.000 tot 486.000 (in 2010), een toename van 27%.
De kans op alleenstaand moederschap is het hoogst onder Antilliaanse en Surinaamse vrouwen. Bijna vier op de tien Antilliaanse vrouwen rond de 40 jaar zijn alleenstaande moeders. Onder Surinaamse vrouwen is dit ruim drie op de tien. Van de autochtone vrouwen is op deze leeftijd een op de tien een alleenstaande moeder. De laatste jaren is hun aandeel gestegen, terwijl het onder Antilliaanse en Surinaamse vrouwen is gedaald. Turkse en Marokkaanse vrouwen nemen wat betreft het alleenstaand moederschap een tussenpositie in. Rond 40-jarige leeftijd maakt ruim een op de zes van hen deel uit van een eenoudergezin.

Snelle toename alleenstaande mannen

Niet alleen neemt het aantal alleenstaanden al lange tijd toe, maar ook hun aandeel in de bevolking groeit. In de afgelopen tien jaar is het percentage alleenstaanden naar verhouding het sterkst toegenomen onder jonge en middelbare mannen. Op 27-jarige leeftijd wonen nu drie op de tien mannen alleen. Omdat vrouwen eerder het ouderlijk huis verlaten en wat vaker vanuit huis gaan samenwonen, wordt het hoogste aandeel onder vrouwen al op 23-jarige leeftijd bereikt. Door relatievorming daalt dit aandeel bij mannen tot ongeveer 65-jarige leeftijd. Daarna zet een gestage toename in. Bij vrouwen neemt het aandeel alleenstaanden al vanaf ongeveer 42-jarige leeftijd toe, eerst vooral door scheiding en vervolgens vooral door verweduwing. Op hogere leeftijd staan vrouwen veel vaker alleen dan mannen. Zo is 55% van de zelfstandig wonende vrouwen alleenstaand, tegen slechts 23% van de even oude mannen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Huishoudens, 2000-2010

Omschrijving

Huishoudens op 1 januari 2010

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Gemiddeld aantal personen per huishouden:
bevolkingsaantal in particuliere huishoudens / aantal particuliere huishoudens.
Percentage eenpersoonshuishoudens:
aantal eenpersoonshuishoudens / totaal aantal particuliere huishoudens.
Percentage paren:
aantal gehuwd en niet-gehuwd samenwonende paren / totaal aantal particuliere huishoudens.

Basistabel

Ontwikkeling van de huishoudens in Nederland:
Regionale Kerncijfers Nederland en
Huishoudens; samenstelling, grootte, regio, 1 januari.

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

(Particuliere) huishoudens:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met thuiswonende kind(eren).
Paren:
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben, al dan niet met kinderen (gehuwd en niet-gehuwd).

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie voor de methodenbeschrijving de onderzoeksbeschrijving van de bevolkingsstatistiek.

Betrouwbaarheidscodering

A (Integrale enquête)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Huishoudens, 2000-2010 (indicator 2114, versie 02 , 4 november 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.