Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Monitor Infrastructuur en Ruimte

Quality of living, 2015

De Quality of Living van Nederland is bovengemiddeld goed in vergelijking met andere Europese regio's. Dat geldt zelfs in vergelijking met de 25 Europese regio's met het hoogste Bruto Regionaal Product. Ten opzichte van twee jaar geleden zijn er weinig veranderingen opgetreden.

Regionale Quality of living Index (RQI)

De Quality of Living is beschreven met behulp van 25 indicatoren in de categorieën governance, onderwijs, gezondheid, publieke diensten, natuurlijke omgeving, sociale omgeving, inkomen en werk, wonen en recreatie.
Sommige van de indicatoren zijn met omgevingsbeleid (deels) te beïnvloeden, andere niet. Enkele factoren waar Nederland minder op scoort, maar met goed omgevingsbeleid wel zijn te verbeteren, zijn luchtkwaliteit, stedelijke recreatie en cultuur, groen in de stad en natuur om de stad. Met andere factoren scoort Nederland al goed, maar verbetering kan de positie van Nederland mogelijk positief beïnvloeden, zoals de betaalbaarheid van woningen en de bereikbaarheid.

In een achtergrondrapport wordt de methodiek uitgewerkt en worden gedetailleerde resultaten gegeven (Lagas et al. 2014).

West- en Noord-Europa scoren hoog

De hoogste scores voor de Regionale Quality of living zijn te vinden in West-Europa en Noord-Europa. Er zijn gradiënten zichtbaar van oost naar west en van zuid naar noord. De Zwitserse, Zweedse en Noorse regio's en Nederlandse provincies hebben de hoogste scores. In Zuid-Oost Europa worden de laagste scores gevonden. Omdat Nederland wil behoren tot de top-10 regio's van de wereld is een vergelijking gemaakt met de 25 Europese regio's met het hoogste Bruto Binnenlands Product per inwoner.

Nederlandse regio's scoren goed ten opzichte van de beste Europese regios

De Nederlandse provincies scoren ten opzichte van de 25 beste Europese regio's met het hoogste bbp per inwoner alle beter op het gebied van Kosten levensonderhoud en Voedselveiligheid. Bijna alle provincies scoren beter bij de factoren Politieke stabiliteit, Bereikbaarheid, Internet, Recreatiemogelijkheden, Onderwijsmogelijkheden en Onderwijskwaliteit. De noordelijke provincies scoren op sommige punten iets lager als gevolg van hun minder centrale ligging. Op het gebied van Sociale cohesie, Veiligheid, en Gezondheidszorg en Milieukwaliteit scoren de Nederlandse provincies vergelijkbaar met of soms iets minder dan de beste Europese regio's. In het algemeen zijn de scores lager voor Natuurrampen, Natuur, Woningkwaliteit en Woonomgeving Milieukwaliteit. Hoewel de score voor Woningkwaliteit van de Nederlandse regio's in het algemeen hoger is dan de gemiddelde score voor alle Europese regio's, is deze lager dan die van de beste Europese regio's.
De Nederlandse provincies scoren over het algemeen hoger dan de gemiddelde score voor alle Europese regio's.

Mogelijkheden ter verbetering van de Quality of Living

De mate waarin de factoren die de Quality of Living bepalen door omgevingsbeleid kunnen worden beïnvloed loopt uiteen. De volgende factoren komen in principe in aanmerking voor sturing door Rijk, provincies of gemeenten:

  • meer ruimte voor natuurgebied (Natuur) of groen/blauw in de stad (Woonomgeving).
  • meer veiligheid, met name in de stad (Veiligheid en Sociale cohesie)
  • betere betaalbaarheid van woningen (Woningbetaalbaarheid)
  • betere bereikbaarheid via weg, rail, lucht en meer energiezekerheid (Publieke diensten)
  • inperken van risico op natuurrampen (Natuurrampen)
  • meer ruimte voor recreatieve mogelijkheden en cultuur (Recreatie)
  • minder luchtverontreiniging (Milieukwaliteit en Gezondheid)

Het nemen van maatregelen die de scores op deze indicatoren kunnen verbeteren en daarmee de Quality of Living verbeteren kunnen leiden tot een beter vestigingsklimaat voor medewerkers van bedrijven.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen:

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland (concurrerend)
  • Nationaal Belang: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationaal bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren

De structuurvisie geeft hierbij de volgende toelichting:
"Voor de concurrentiekracht van Nederland is het van belang dat internationaal opererende bedrijven niet alleen in Nederland blijven, maar dat er zich ook meer bedrijven, ondernemers en internationale kenniswerkers blijvend vestigen. Het bieden van een bijhorend vestigingsklimaat is hiervoor noodzakelijk. Het gaat daarbij niet alleen om kwalitatief hoogwaardige ruimte voor werken, verplaatsen en wonen (waaronder differentiatie in woonmilieus, het belang van openbaar vervoer voor de stedelijke regio en multimodaliteit ten behoeve van logistiek), maar ook om voldoende aanbod van onderwijs, cultuur, toegankelijk groen en recreatiemogelijkheden. Dit wordt ook wel de 'quality of living' genoemd."

Referenties

  • Charron, N., V. Lapuente & L. Dijkstra. Regional Policy Regional Governance Matters: A Study on Regional Variation in Quality of Government within the EU. A series of short papers on regional research and indicators produced by the Directorate-General for Regional Policy WP 01/2012
  • Dijkstra, L.,  P. Annoni & K. Kozovska. Working Paper  A New Regional Competitiveness Index: Theory, Methods and Findings. EU Regional Policy no 2/2011.
  • Morais P., A.S. Camanho.  (2011) Evaluation of performance of European cities with the aim to promote quality of life improvements. Omega 39, pg. 398-409.
  • IenM (2012), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
  • Kuiper, R. J. van der Schuit, 2012. Monitor Infrastructuur en Ruimte; nulmeting. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
  • Lagas, P., R. Kuiper, F. van Dongen, F. van Rijn & H. van Amsterdam. (2014) Regional Quality of Living. PBL-rapport 1271.
  • Mercer. (2010). Defining quality of living.
  • Raspe, O.  (PBL), A. Weterings (PBL) & F. van Oort (UU),2010, De economische kracht van de Noordvleugel van de Randstad. Beleidsstudie PBL.
  • Interactieve applicatie waarbij de Quality of Living voor Europese Regio's in kaart kan worden gebracht met verschillende wegingen van de 9 categorieën.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Quality of living

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Piet Lagas

Berekeningswijze

De quality of living kan worden beschreven met behulp van een 25 tal indicatoren die vallen binnen 9 categorieën. Deze 25 indicatoren geven een indicatie van de Quality of Living binnen een regio. De keuze van indicatoren en de aanpak is gebaseerd op ( Morais et al., 2011 en Mercer, 2010) en de keuze voor aggregatie op provincie niveau (NUTS2) is bovendien overeenkomstig studies met betrekking tot vestigingsklimaat voor bedrijven binnen regio's van Raspe et al. (2011), de Regional Competitiveness Index (Dijkstra et al., 2011) en de studie Regional Governance matters (Charron et al., 2012). De RQI (Regionale Quality of Living Index) is berekend met gelijke weging van alle 9 categorieën. Alle indicatoren zijn weergegeven op een schaal van 1 tot 10. Waarbij 10 altijd de beste score is. In een achtergrond rapportage wordt de methodiek uitgewerkt en worden gedetailleerde resultaten gegeven (Lagas et al. 2014).

Geografisch verdeling

Europa, NUTS2

Betrouwbaarheidscodering

De Quality of Living is opgebouwd uit 120 gegevenssets met allen een eigen betrouwbaarheid. De meeste zijn volledig, maar daar waar data ontbreekt is in sommige gevallen op basis van expert judgement een aanvulling of aanpassing gedaan.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Quality of living, 2015 (indicator 2133, versie 03 , 7 september 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.