Ruimtegebruik

Historische lijnen in het landschap, 2020

Het Nederlandse landschap is gevormd in een eeuwen durend intensief samenspel van menselijk handelen en natuurlijke processen. De sporen daarvan zijn nog steeds zichtbaar en vertellen het verhaal van de ontwikkelingsgeschiedenis van het cultuurlandschap en het gebruik van dat land door de eeuwen heen. Kenmerkend zijn historische lijnen zoals waterlopen, (tracés van) wegen, bomenrijen, hagen en heggen. Door ruimtelijke ingrepen in het landschap verdwijnt een deel van deze sporen.

Lijnvormige elementen uit het kleinschalig cultuurlandschap in 1950

Rond 1950 stond Nederland nog aan het begin van de naoorlogse wederopbouw en van de grote ruilverkavelingen. Het Nederlandse cultuurlandschap was nog overwegend kleinschalig. Deze kleinschaligheid werd o.a. gekenmerkt door lijnvormige elementen in het landschap. De indicator Historische Lijnelementen laat daarom zien welke lijnelementen uit 1950 - buiten de huidige bebouwde kom - ook nu nog in het landschap aanwezig zijn. Het gaat om waterlopen, bomenrijen, houtwallen, hagen, singels en wegen die voorkomen op een plek waar historisch lijnelementen van hetzelfde type voorkwamen. Daarbij is niet gekeken of het huidige element ook historisch is, maar alleen of het op dezelfde locatie ligt. Zo kunnen laanbomen opnieuw aangeplant zijn op historische locaties, of kunnen er geasfalteerde wegen liggen op historische tracés. De indicator laat niet zien hoeveel en welke landschapselementen sinds 1950 verdwenen zijn.

De keuze voor 1950 is pragmatisch, omdat er van die periode kaarten voor heel Nederland beschikbaar zijn. Op de huidige kaart ontbreekt de Noordoostpolder nog (eind jaren '40 afgerond), deze zal bij de volgende update toegevoegd worden. De kaart toont de lijnelementen van de huidige topografische kaart die ook in 1950 al aanwezig waren. De Flevopolder is na 1950 ingepolderd en daarom niet opgenomen in de kaart.

Verschillen per provincie

Historische waterlopen zijn in het hele land nog veel aanwezig, maar zijn vooral in de West- en Noord-Nederlandse veenweidegebieden erg bepalend voor het landschap.

Historische wegen, maar ook historische bomenrijen, singels en hagen komen logischerwijs het meest voor in de hogere delen van het land, op de zandgronden. Wegen aanleggen in de lagere en nattere klei- en veengebieden was een stuk lastiger en veel vervoer ging in deze gebieden over water. In de hogere gebieden flankeren veel historische bomenrijen juist weer historische wegen. Een ander groot verschil zit in de perceelscheidingen, waar deze in laag Nederland uit sloten bestonden werden in hoog Nederland juist hagen, singels of houtwallen gebruikt.

Referenties

  • Indicator openheid uit de Monitor Landschap

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Historische lijnelementen

Omschrijving

Toestand en trend van historische lijnelementen

Verantwoordelijk instituut

WEnR; Auteur: Jeroen Zomer (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Berekeningswijze

De gegevens zijn ontleend aan de Monitor Landschap Voor de nulmeting van de historische lijnelementen, is gebruik gemaakt van: - TOP10NL van september 2020 - TOPO-tijdreis kaartbladen (topografische kaart 1:25.000) van 1950 Uit de verschillende lagen van de TOP10NL zijn de lijnvormige waterdelen, wegdelen en bosdelen geselecteerd. Vervolgens zijn de lijnstukken die voor minstens 15% overeenkomen met lijnen op de kaart van 1950 gemarkeerd als historisch lijnelement. Hierbij is uitgegaan van de lijnstukken in de Top10NL; er zijn geen lijnstukken samengevoegd of gesplitst.

Basistabel

Niet van toepassing

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Tweejaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Historische lijnen in het landschap, 2020 (indicator 2202, versie 01 , 17 mei 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.