Opbrengsten van milieubelastingen en -heffingen, 2001-2024

In 2024 hief de overheid 35,8 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. De daadwerkelijke ontvangsten waren echter lager vanwege de vermindering op energiebelasting. Huishoudens, bedrijven en niet-ingezetenen betaalden gezamenlijk uiteindelijk netto 31,1 miljard euro. Ongeveer driekwart van dit netto bedrag was een belasting, het overige is een heffing of soortgelijke afdracht. Bijna de helft was energiegerelateerd, iets minder dan 30 procent was vervoersgerelateerd, en het overige was bedoeld voor het beperken van milieuschade door vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik. Huishoudens betaalden netto in 2024 meer dan de helft van de totale milieubelastingen en -heffingen. 

Milieubelastingen en milieuheffingen

Milieubelastingen en -heffingen worden geheven op producten en activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu. De belastingen en heffingen zijn gekoppeld aan een aantal milieugerelateerde activiteiten die hier in vier groepen zijn opgedeeld: energiegebruik, bezit en gebruik van vervoersmiddelen, vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik. 

Belastingen meer dan driekwart van totaal

In 2024 waren bedrijven en huishoudens 35,8 miljard euro aan milieubelastingen en milieuheffingen verschuldigd. De daadwerkelijke betalingen aan de overheid waren echter lager vanwege de vermindering op energiebelasting. Huishoudens en bedrijven (en mindere mate niet-ingezetenen) betaalden gezamenlijk uiteindelijk netto 31,1 miljard euro. De vermindering op energiebelasting, die altijd op de energierekening staat, is volgens de nationale rekeningen geen belasting, maar de statistieken voor milieubelastingen en -heffingen gaan uit van daadwerkelijk betaalde bedragen. 

Milieubelastingen gaan naar de algemene middelen van de overheid. Belastingen worden geïnd zonder directe tegenprestatie. Met een bedrag van netto 23,0 miljard euro in 2024 maakten de milieubelastingen bijna driekwart (74,1 procent) uit van het totaal aan milieubelastingen en -heffingen, en 7,9 procent van de totale belastingontvangsten van de overheid inclusief de vermindering op energiebelasting. De grootste posten waren de accijns op brandstoffen, energiebelasting en motorrijtuigenbelasting, samen goed voor netto 19,9 miljard euro. 

Milieuheffingen zijn gekoppeld aan specifieke doeleinden en worden dus geoormerkt. Ze komen in een apart budget waaruit de kosten voor dat specifieke doeleinde worden betaald. Het merendeel van deze heffingen wordt geïnd door lokale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen). De belangrijkste heffingen waren de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, rioolrechten, en heffingen op waterverontreiniging. Deze bedroegen samen 6,0 miljard euro in 2024. De opslag duurzame energie (ODE) was ook een heffing, al werkte het in de praktijk als een belasting. De ODE is echter sinds 2023 geintegreerd in de energiebelasting.

Emissierechten zijn formeel geen belasting of heffing maar worden wel meegenomen in de statistiek vanwege de milieudoelstelling. Emissierechten zijn verhandelbare eigendomsrechten. Alleen bij veilingen zijn er betalingen aan de overheid. De kosten van emissierechten voor de betrokken bedrijven zijn gestegen van 54 miljoen in 2011 (eerste registratie van overheidsveilingen) naar 1,7 miljard euro in 2024.

Meer dan de helft is energiegerelateerd

De milieubelastingen en -heffingen kunnen worden ingedeeld naar vier groepen: energie, vervoer, vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik. 

Onder meer accijns op brandstoffen, energiebelastingen maar ook emissierechten worden geschaard onder de energiegerelateerde belastingen. Van de 31,1 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen in 2024 had bijna 48 procent te maken met energie (14,9 miljard euro inclusief de vermindering op energiebelasting). Met name de energiebelasting en accijns op brandstoffen waren grote posten. 

Vervoersgerelateerde belastingen omvatten onder andere de BPM en motorrijtuigenbelasting. De vervoersgerelateerde belastingen bedroegen in totaal 8,8 miljard euro in 2024 (28,5 procent) uit van het totaal, en daarin domineerde de motorrijtuigenbelasting.

De ontvangen 7,3 miljard euro uit belastingen en heffingen op vervuiling en grondstoffengebruik (23,6 procent van het totaal) werden vooral bepaald door de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten, waterverontreinigingsheffing, en rioolrechten. Voor grondstoffengebruik was één belasting actief: de grondwater- en leidingwaterbelasting (344 miljoen in 2024).

Huishoudens betalen meer dan de helft

Van de 31,1 miljard euro aan betaalde milieubelastingen en milieuheffingen in 2024 komt het meeste van huishoudens. Deze betaalden bijna 5 procent (17,0 miljard euro), waar bedrijven ruim 44 procent (13,7 miljard euro) bijdroegen. Huishoudens ontvangen relatief veel vermindering op de energiebelasting, en zonder deze vermindering zouden zij 4,2 miljard meer hebben moeten betalen in 2024. De vermindering voor bedrijven bedroeg toen nog geen 470 miljoen.

In 2001 was de relatieve netto bijdrage van huishoudens wat hoger, tegen de 60 procent. Dit steeg in de jaren erna tot rond de 62 procent. Vanaf 2015 daalde de relatieve bijdrage van de huishoudens weer enigszins. In 2022 was er een forse tijdelijke stijging van de vermindering op energiebelasting en verlaging van energietarieven in de eerste schijf, waardoor de bijdrage van de huishoudens in dat jaar nabij de 50 procent lag. 

Een klein deel (rond 1 procent in 2024) werd betaald door niet-ingezetenen; dit gaat vooral om accijnzen op brandstoffen, energiebelasting, vliegbelasting en leidingwater- en grondwaterbelasting.

Bronnen

Relevante informatie

  • Meer informatie over milieuheffingen en -belastingen is te vinden in de StatLine tabel (CBS).

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Milieubelastingen en -heffingen voor huishoudens, 2001-2024

Omschrijving

De totale betalingen (in euro) per huishouden aan milieubelastingen en -heffingen.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De toelichting bij de StatLine-tabel (CBS, 2025) bevat links naar de methodebeschrijving.

In 2024 en 2025 heeft er revisie plaatsgevonden van de uitkomsten uit de nationale rekeningen. Hiermee zijn ook de gegevens over milieubelastingen en -heffingen gereviseerd. De belangrijkste wijziging is dat de vermindering van energiebelasting is geregistreerd als inkomensoverdracht, en geen onderdeel meer is van de belastingen. Wel is dit item apart opgenomen in de StatLine-tabel voor de milieubelastingen, omdat het uitgaat van daadwerkelijke betaalde (netto) bedragen. Er zijn gereviseerde gegevens beschikbaar vanaf 1995. De cijfers voor 2024 zijn voorlopig. 

Met de revisie is ook een nieuwe indeling in de StatLine-tabel voor milieubelastingen en -heffingen geïntroduceerd. Deze indeling is conform de Eurostat-indeling van milieubelastingen en -heffingen, in de vier groepen Energie, Vervoer, Vervuiling en Grondstoffen.

De cijfers over deze belastingen en heffingen zijn gereviseerd en beschikbaar tot en met 2024. De gehanteerde waarden zijn gemeten in lopende prijzen, dat wil zeggen in prijzen van het betreffende jaar en waarvoor niet gecorrigeerd is voor prijsveranderingen.

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Indeling naar activiteiten volgend de Standaard Bedrijfsindeling 2008

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Opbrengst milieubelastingen 9 procent hoger (CBS, 2025)

Betrouwbaarheidscodering
Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Opbrengsten van milieubelastingen en -heffingen, 2001-2024 (indicator 3022, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.