Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas, 2012-2024
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw wordt vierjaarlijks gemeten. Ten opzichte van de vorige meting in 2020 is het gebruik in 2024 met ruim 22 procent afgenomen naar 3,9 miljoen werkzame stof. Het gebruik wordt gemeten in 44 gewassen. Bijna 90 procent van het totale gebruik is toegepast in elf van deze 44 gewassen.
Ten opzichte van 2020 is het gebruik met ruim 20 procent afgenomen
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw is in 2024 met 3,9 miljoen kg werkzame stof 22 procent lager dan bij de vorige meting in 2020 (zie figuur “Gewassen”). In 2024 is van het totaalgebruik aan gewasbeschermingsmiddelen bijna 90 procent toegepast in elf gewassen.
Consumptieaardappelen, pootaardappelen en zetmeelaardappelen zijn samen goed voor bijna 47 procent van het totale gebruik. Daarnaast nemen de volgende teelten een hoog percentage in van het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: peren (8 procent), lelies(bol) en suikerbieten (elk 7 procent), tulpen open grond en zaaiuien (elk 5 procent), appels (4 procent), snijmaïs en wintertarwe (elk 3 procent).
Gebruik per ha afgenomen
Per hectare landbouwgewas werd in 2024 gemiddeld 5,5 kg werkzame stof gebruikt. In 2020 was dat nog 7,0 kg per hectare. Het gebruik verschilt per gewas (zie figuren “Akkerbouw, “Glastuinbouw” en “Tuinbouw open grond”). Bij de meeste gewassen is het gebruik per hectare afgenomen, maar er zijn uitzonderingen. De verschillen tussen de jaren kunnen deels veroorzaakt zijn door weerseffecten. Zeker bij de bestrijding van schimmels en onkruiden is dit het geval. Daarom moet bij de interpretatie van de verschillen ook gekeken worden naar de zogeheten toepassingsgroep (dus of middelen worden ingezet tegen schimmels, onkruiden of insecten).
Intensieve teelten
Zeven gewassen hadden in 2016 een relatief hoog gebruik met meer dan 20 kg per ha: gladiolen, tulpen, lelies, appels, peren, vruchtbomen en pootaardappelen. Deze zeven teelten worden daarom tot de “intensieve teelten” gerekend. In 2024 was het gebruik in tulpen, gladiolen en vruchtbomen al gedaald tot minder dan 20 kg per ha. (zie figuur “Intensieve teelten”). Bij de meeste intensieve gewassen nam het totale gebruik per hectare in 2024 af ten opzichte van 2020. Bij appels en peren was er een toename, met name bij de insectenbestrijding en de schimmel- en bacteriebestrijding. Bij in het voorjaar geplante zomerbloeiende lelies (bollen) was het gebruik per hectare het hoogst, maar in 2024 sterk afgenomen. Dit komt vooral doordat de toelating van de werkzame stof mancozeb voor schimmelbestrijding verviel. Daarnaast nam het gebruik van paraffineolie af. Paraffineolie wordt vooral gebruikt om de overdracht van virussen door bladluizen te voorkomen. Meer informatie over het gebruik van werkzame stoffen is te vinden in de CLO-indicator Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw per werkzame stof.
Akkerbouwgewassen
In de akkerbouw werd in 2024 nog een hoog gebruik per ha toegepast in de teelt van pootaardappelen, consumptieaardappelen, zetmeelaardappelen en poot- en plantuien. Bij de meeste van deze gewassen nam het gebruik per hectare af in 2024 ten opzichte van 2020. Dit komt vooral door het vervallen van de toelating van het veelgebruikte schimmelbestrijdingsmiddel mancozeb. Bij consumptieaardappelen nam het totale gebruik per hectare in 2024 ten opzichte van 2020 toe. Dit heeft te maken met het natte jaar 2024, wat leidde tot een hogere dreiging van de aardappelziekte en een toename in het gebruik van propamocarb, fluazinam en cymoxanil in de schimmelbestrijding.
Glastuinbouwgewassen
In de glastuinbouw was het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per hectare hoog bij rozen, chrysanten en gerbera’s. Bij deze drie gewassen daalde het gebruik per hectare sterk in 2020 ten opzichte van 2016. Bij rozen en gerbera’s steeg het gebruik weer in 2024. Deze stijging komt grotendeels door het hogere gebruik van duurzame middelen zoals vetzuren en kaliumzouten. Deze middelen worden in hoge volumes gebruikt. Deze trend, een stijging in het gebruik per ha in 2024 ten opzichte van 2020 door een toename in het gebruik van duurzame middelen, zien we ook bij andere glastuinbouwgewassen.
Overige tuinbouw
In de tuinbouw open grond nam het gebruik per hectare voor de meeste gewassen af in 2024 ten opzichte van 2020. In de diverse bloemkwekerijgewassen open grond nam het gebruik in 2024 toe nadat het in de periode 2012-2020 afnam. Dit komt doordat in de insectenbestrijding het gebruik van paraffineolie sterk was toegenomen. Door de toename van het gebruik van duurzame gewasbeschermingsmiddelen voor de schimmelbestrijding nam ook in de productievelden van aardbeien het gebruik toe ten opzichte van 2020. Ten slotte valt op dat het gebruik in prei en bos- en waspeen sinds 2016 iets gestegen is.
Toelichting bij de gepresenteerde cijfers
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt vierjaarlijks gemeten in 44 land- en tuinbouwgewassen. Het gebruik in grasland wordt niet gemeten. De 44 gewassen vertegenwoordigen 85 procent van het areaal aan land- en tuinbouwgewassen (exclusief grasland).
De hier gepresenteerde cijfers gaan over kg werkzame stoffen. De gebruikte hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen is omgerekend naar kg werkzame stoffen (stoffen in de middelen die daadwerkelijk voor de ziekte- en plaagbestrijding zorgen). Werkzame stoffen worden ingedeeld in zes toepassingsroepen: bestrijding van schimmels en bacteriën (F), bestrijding van onkruid en loofdoding (H), bestrijding van insecten en mijten (I), bestrijding van slakken (M), plantengroeiregulatie en kiemremming (PGR) en een categorie andere gewasbeschermingsmiddelen (ZR). De zes toepassingsgroepen of hoofdgroepen van middelen zijn opgedeeld in 31 productengroepen. Iedere werkzame stof wordt aan één van deze toepassingsgroepen toegerekend.
Milieubelasting door gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Het gewasbeschermingsmiddelenbeleid richt zich op het verminderen van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen (LNV, 2019, 2020). De milieubelasting kan afnemen door minder van eenzelfde stof te gebruiken, bijvoorbeeld door precisietoepassingen. Ook kan de milieubelasting afnemen door emissiereducerende maatregelen zoals driftreductie. Ten slotte kan de milieubelasting afnemen door schadelijke middelen te vervangen door middelen met een geringere toxiciteit. Dit kunnen chemische middelen zijn, maar ook microbiologische middelen of plantenextracten. Het overstappen naar middelen met een lager risicoprofiel kan leiden tot een toename van het gebruik in kilogrammen. Dit omdat dergelijke middelen soms vaker en/of met een hogere dosering moeten worden toegepast. Om te kunnen bepalen of de milieubelasting afneemt, moet rekening worden gehouden met de toxiciteit van het middel en de wijze waarop het middel wordt toegepast (zie bijvoorbeeld PBL, 2019).
De CLO-indicator Gebruik gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw per werkzame stof laat de ontwikkeling van het gebruik in kilogrammen zien.
De CLO-indicator Risico voor het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen laat de ontwikkeling van de milieubelasting zien.
Daarnaast is er de Harmonised Risk Indicator van de EU. Hierbij worden stoffen ingedeeld naar risicoprofiel. Deze indicator wordt toegepast op de afzetcijfers (zie voor verdere informatie Afzet chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw).
Andere CLO-indicatoren over gewasbescherming
Op het Compendium worden verschillende indicatoren bijgehouden over gewasbescherming:
- Afzet van gewasbeschermingsmiddelen
- Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof
- Oppervlakte met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
- Biologische bestrijding van plagen in de glastuinbouw
- Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater
- Risico voor het waterleven door gewasbeschermingsmiddelen
Bronnen
- CBS (2022a). Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2022b). Landbouw gebruikt minder gewasbeschermingsmiddelen.
- CBS (2025a). Landbouw gebruikt een vijfde minder gewasbeschermingsmiddelen.
- CBS (2025b). StatLine. Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas, toepassing.
- LNV (2019). Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en teeltsystemen | Publicatie | Rijksoverheid.nl.
- LNV (2025). Kamerbrief voortgang Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.
- PBL (2019). Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd. PBL, Den Haag.
Relevante informatie
Meer gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw zijn te vinden in de database StatLine van het CBS.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas
- Omschrijving
Ontwikkeling van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (in de eenheden 1000 kg werkzame stof, respectievelijk kg werkzame stof per hectare) in de landbouw per gewas. Het gebruik wordt bijgehouden in 44 akkerbouw- en tuinbouwgewassen die samen ongeveer 85 procent van het areaal akker- en tuinbouw (exclusief grasland) representeren.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De basisgegevens worden verzameld met behulp van een enquête. Er wordt een steekproef getrokken onder de bedrijven in de Landbouwtelling van het voorafgaande of hetzelfde jaar. De uitkomsten zijn op basis van een bruikbare respons van ongeveer 5000 bedrijven. Meer informatie over de onderzoeksmethode geeft de publicatie Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS, 2022a).
- Basistabel
StatLine - Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas, toepassing (CBS, 2025b)
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
oor de jaren waarin het onderzoek is uitgevoerd zijn er ook gebruiksgegevens beschikbaar over het aantal bedrijven met gebruik, de oppervlakte met gebruik, en de jaardosering. Daarnaast zijn er ook gegevens per werkzame stof. Voor de laatste variabele wordt verwezen naar de CLO-indicator Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per werkzame stof.
- Verschijningsfrequentie
Elke 4 jaar. In 2026 volgt een extra onderzoek en vanaf 2028 wordt de frequentie jaarlijks.
- Achtergrondliteratuur
Bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw (CBS, 2022a)
- Opmerking
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is gebruik van bestrijdingsmiddelen (pesticiden) exclusief het gebruik van biociden en exclusief het gebruik van toevoegingsstoffen (Verordening statistieken over pesticiden EU 1185/2009).
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas, 2012-2024 (indicator 0006, versie 09, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.