Afzet van gewasbeschermingsmiddelen, 2011-2024

De afzet (verkoop) van gewasbeschermingsmiddelen is in 2024 toegenomen naar 8,1 miljoen kg werkzame stof. Dat is 8 procent meer dan een jaar eerder maar minder dan in de jaren in de periode van 2010 tot en met 2022. Dat de afzet in 2024 relatief hoog was hangt samen met de weersomstandigheden: 2024 was een nat jaar waardoor vaker schimmelbestrijding nodig was.

Nagenoeg alle afzet was chemisch

De totale afzet in 2024 was 8,1 miljoen kg, terwijl de afzet exclusief microbiologische middelen en middelen van botanische oorsprong 7,8 miljoen kg was. Het aandeel chemische stoffen in de totale afzet bedroeg in 2024 96,2 procent.

Totale afzet in 2024 hoger dan in 2023

De afzet was in 2024 8 procent hoger dan in 2023, maar 18 procent lager dan in 2020, toen de totale afzet nog ruim 9,8 miljoen kg bedroeg. De afzet in 2024 is ruim een kwart lager dan in 2011. Dat de afzet in 2024 relatief hoog was hangt samen met de weersomstandigheden: 2024 was een nat jaar waardoor vaker schimmelbestrijding nodig was. 

Bestrijding van schimmels en bacteriën

In 2024 is 3,5 miljoen kg aan middelen afgezet voor de bestrijding van schimmels en bacteriën. Dit is 1 miljoen kg (42 procent) meer dan een jaar eerder. 2024 was een nat jaar met een hoge infectiedruk van onder andere fytoftora in aardappels. Droge warme zomers leiden doorgaans tot een lager gebruik van schimmelbestrijdings-middelen, natte koude zomers juist tot een hoger gebruik. Er werd geadviseerd propamocarb, fluazinam en cymoxanil te gebruiken tegen deze ziekte. De afzet van deze stoffen nam dan ook aanzienlijk toe (zie voor de afzet per stof LVVN, 2024). Tot 2022 was mancozeb met een afzet van 2 miljoen kg de meest gebruikte stof in schimmelbestrijdingsmiddelen, maar sinds 2022 is het gebruik van mancozeb niet meer toegestaan. In 2024 bedroeg het aandeel van werkzame stoffen ter bestrijding van schimmels en bacteriën in de totale afzet 43 procent.

Bestrijding van onkruiden en loofdoding

In 2024 is 2,2 miljoen kg aan middelen afgezet voor het bestrijden van onkruiden en loofdoding. Dit is 0,2 miljoen kg (10 procent) minder dan in 2023. Sinds 2018 zien we een geleidelijke daling. De afname betrof niet alle middelen: het gebruik van de stoffen glyfosaat en MCPA nam toe ten opzichte van 2023. De afzet van middelen voor het bestrijden van onkruiden en loofdoding fluctueert jaarlijks, maar doorgaans minder dan bij de middelen voor schimmel- en bacteriebestrijding. Het aandeel van middelen voor onkruidbestrijding en loofdoding in het totale gebruik bedroeg in 2024 27 procent. Professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw is sinds 2016 nog maar in uitzonderlijke gevallen is toegestaan. De afzetcijfers betreffen daarom tegenwoordig vooral agrarisch gebruik.

Bestrijding van insecten en mijten

In 2024 is de afzet van middelen voor de bestrijding van insecten en mijten gedaald naar 1,4 miljoen kg, een afname van 14 procent ten opzichte van 2023. De afzet van middelen voor de bestrijding van insecten en mijten steeg sinds 2018, maar daalt sinds 2021. De afzet voor insectenbestrijdingsmiddelen wordt gedomineerd door de afzet van paraffineolie, die piekte in 2016 (LNV, 2024). Paraffineolie wordt vooral gebruikt om de overdracht van virussen door bladluizen te voorkomen. De afzet van paraffineolie is sinds 2016 meer dan gehalveerd, van 2,4 miljoen kg in 2016 naar 1,1 miljoen kg in 2024. Het aandeel middelen voor de bestrijding van insecten en mijten in het totale gebruik bedroeg in 2024 18 procent. 

Overige gewasbeschermingsmiddelen

De afzet van de ‘overige middelen’, grondontsmettingsmiddelen en plantengroeiregulatie en slakkenbestrijding nam sinds 2017 toe en stabiliseerde in 2022 rond de 1 miljoen kg. Tussen 2013 en 2017 was er juist een afname van 2,0 miljoen kg naar 0,5 miljoen kg. Dat was het gevolg is van het minder toepassen van metam-natrium als grondontsmettingsmiddel (LNV, 2024). De plantengroeiregulatie middelen stegen aanvankelijk en de afzet lag in 2024 op 0,6 miljoen kg.

Toelichting bij de gepresenteerde cijfers 

De grafiek toont cijfers over de afzet van alle gewasbeschermingsmiddelen, dus zowel chemische middelen als middelen met een biologische oorsprong. In de te downloaden tabel bij de grafieken staan twee tabellen:

  • Een tabel met de door CBS berekende totaalcijfers voor 2010-2024 (CBS, 2026)
  • Een tabel met de door CBS berekende totaalcijfers voor 2010-2024 exclusief microbiologische stoffen en exclusief stoffen van botanische oorsprong (CBS, 2026).

Een toelichting bij de berekening van de afzetcijfers is te vinden in de technische toelichting. Daarnaast is meer informatie over de cijfers te vinden in de noten onder de tabel.

De gepresenteerde afzetcijfers zijn gebaseerd op kilogrammen werkzame stof. Dit kan deels een indicatie zijn voor trends in de milieubelasting, maar om de milieubelasting beter te bepalen zouden de emissies en de toxiciteit van de werkzame stoffen moeten worden meegewogen in de indicator. Dat vergt complexe berekeningen die in het kader van deze indicator niet zijn gedaan.

Berekende risico volgens de Harmonised Risk Indicator afgenomen

Op basis van de afzetcijfers wordt ook de zogeheten Harmonised Risk Indicator (HRI) berekend. Deze indicator is in mei 2019 vastgesteld door de Europese Commissie met als doel het gebruik van stoffen met een laag risicoprofiel te stimuleren en het gebruik van stoffen met een hoger risicoprofiel te ontmoedigen. Het Ministerie van LVVN publiceert de gegevens voor Nederland op haar website (LVVN, 2025). De publicatie Staat van Plantgezondheid (WPR, 2023) bespreekt de trends. Hieruit blijkt dat het berekende risico door het gebruik van bestrijdingsmiddelen met ongeveer 30 procent is afgenomen ten opzichte van de referentieperiode 2011-2013. Dit komt vooral doordat de afzet van stoffen die in aanmerking komen voor vervanging (de zogeheten Candidates for Substitution) sterk is verminderd. De afzet van laagrisicostoffen is daarentegen sterk gestegen, maar omdat het aandeel van deze stoffen in de totale afzet nog klein is, is het totale effect op het berekende risico gering.

Bepalende variabelen in de afzet van gewasbeschermingsmiddelen

Het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen, en daarmee ook de verkoop ervan, wordt bepaald door een mix van variabelen. Schommelingen in de afzet komen door de jaarlijks wisselende gewasarealen binnen de landbouw, de mate waarin ziekten, plagen en onkruiden jaarlijks voorkomen, het beschikbare middelenpakket, de middelenkeuze en in hoeverre geïntegreerde gewasbescherming is toegepast. De relevantste variabelen zijn het toelatingsbeleid in Europa en het weer (als gevolg van elk jaar wisselende weersomstandigheden tijdens de groei van de gewassen). 

Andere CLO-indicatoren over gewasbescherming

Op het Compendium worden verschillende indicatoren bijgehouden over gewasbescherming:

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Afzet van gewasbeschermingsmiddelen

Omschrijving

Ontwikkeling van de afzet van gewasbeschermingsmiddelen, in miljoen kg werkzame stof, door de agrochemische industrie op de Nederlandse markt. De EU-verordening kent een indeling van gewasbeschermingsmiddelen in 6 hoofdgroepen. In deze indicator zijn de gegevens verdeeld naar vier groepen: 
- bestrijding van schimmels en bacteriën (fungiciden F), 
- bestrijding van onkruid en loofdoding (herbiciden H), 
- bestrijding van insecten en mijten (insecticiden I) en 
- overig; bestrijding van slakken, plantengroeiregulatie en kiemremming, en andere gewasbeschermingsmiddelen zoals grondontsmettingsmiddelen. 

De gepubliceerde afzetcijfers zijn inclusief de afzet van microbiologische en botanische stoffen, zoals Bacillus thuringiensis

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Een korte beschrijving van de onderzoekmethode geeft het artikel Afzet bestrijdingsmiddelen (CBS).

Rol van organisaties in de berekening en publicatie van afzetcijfers van gewasbeschermingsmiddelen
CropLifeNL (eerder Nefyto) levert jaarlijks aan RVO en het Ministerie LVVN de afzet van gewasbeschermingsmiddelen op de Nederlandse markt door haar leden. Deze cijfers worden aangevuld met gegevens over de afzet van bedrijven die geen lid zijn van CropLife, op basis van een waarneming voor Ministerie LVVN die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) uitvoert. Ministerie LVVN levert de totale afzet van beide datastromen van gewasbeschermingsmiddelen per werkzame stof op de Nederlandse markt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS zet de afzetcijfers om naar de actuele indeling van actieve stoffen, zoals voorgeschreven door EU-verordening 1185/2009 betreffende statistieken over pesticiden. Het CBS publiceert de aggregaten van de afzetcijfers in een StatLine-tabel (CBS, 2026) en levert de afzetcijfers conform EU-verordening 1185 / 2009 aan het Europees statistische bureau. Uit de afzetgegevens alleen kan geen informatie worden afgeleid over het exacte aandeel landbouw, het aandeel van een bepaalde sector van de land- en tuinbouw en het aandeel van een bepaald gewas. Daarvoor worden enquêtes onder landbouwbedrijven gehouden. De resultaten daarvan worden gepubliceerd in indicatoren over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het CLO.

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Betrouwbaarheidscodering
Integrale waarneming.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
26
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Afzet van gewasbeschermingsmiddelen, 2011-2024 (indicator 0015, versie 26, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.